10/07/2013

Reünie 2


Er zijn twee groepen mensen die niet naar reünies gaan: mensen die zichzelf niet geslaagd vinden en mensen die zichzelf zo geslaagd vinden dat ze menen er geen tijd voor te hebben. De rest was er afgelopen zaterdag wel bij: de reünie van de jaren 79 tot 85 van het Groninger Studenten Corps.
Toen ik de hal van de societeit binnen kwam werd ik binnen een seconde weer mijn studententijd ingezogen. Niet zozeer door het gebouw dat nog hetzelfde was; niet zozeer door de mensen in de rij die ik na dertig jaar weer begroette, maar vooral door de geur. Geur roept meer dan wat ook herinneringen op. En zeker de geur van een studentensociëteit. Voor de mensen die er nog nooit geweest zijn: het is een melange van verschraald bier, kots, zweet en pis.
De vergankelijkheid hield zich op de achtergrond. Goed, sommige lijven hadden wat meer last van de zwaartekracht gekregen, maar verder viel het me op dat we er nog min of meer hetzelfde uitzagen.
Of was dat omdat er alleen mensen naar reünies gaan die zichzelf durven te tonen? Zat de rest met hangbuiken, gerimpelde hoofden en kale koppen thuis?
Zoals dat gaat met vrienden die je heel lang niet gezien hebt, gingen we verder waar we dertig jaar geleden waren opgehouden. Eigenlijk was het een normale kroegavond: er werd wat geschreeuwd, er werd gedronken, er werd wat geflirt, een paar kerels van vijftig hingen naakt in de kroonluchter: niks bijzonders. Of het moet zijn dat deze mannen inmiddels verantwoordelijke banen hebben, maar daar merkte je op deze avond in ieder geval niets van.
Dat is ook de charme van reünies: doen alsof er niets is veranderd; alsof de toekomst nog open ligt; alsof je nog steeds een belofte bent die ingelost gaat worden.
Of misschien moet je het zo zeggen: je bent iets kwijt, maar je doet even of het niet zo is.

10/01/2013

Dochters


Ze trokken de deur achter zich dicht
en gingen
om te doen wat moest gebeuren

Wij ruimden de tafel af
waar ze net nog aan zaten
We gooiden dingen weg
we stopten spullen in vuilniszakken

Toen er niks meer viel op te ruimen
gingen we zitten
en wachtten tot ze thuis kwamen

We telden af
maar we wisten niet waar we moesten beginnen

9/30/2013

Cavia


 
Gisteren liet de cavia zich voor het eerst in zijn zevenjarig bestaan zomaar aaien.Toen ik goed keek zag ik dat hij weinig keuze had: hij kon zich nauwelijks meer bewegen want zijn hele achterlijf was opgezwollen.
Vanochtend zat hij in nog steeds in hetzelfde hoekje en leek hij wel een ballon met pootjes, dus belde ik de dierenarts die me adviseerde het beestje in te laten slapen. Ik twijfelde even omdat het vijftig euro kostte; maar wat is vijftig euro op een cavialeven?
Daarbij, hij had het niet zo heel goed gehad bij ons. Hij zat alleen in een hok buiten (zijn maatje was twee jaar geleden overleden) en net zoals dat gaat bij een winkel die in zich niet in de centrale winkelstraat bevindt maar in het steegje ernaast, zo had hij ook niet erg veel aanloop. Zeker in de winter vergaten we hem regelmatig en kwam ik er pas achter dat hij geen eten meer had en dat zijn water bevroren was als ik, ‘s avonds laat, bibberend van de kou, de vuilniszak in de kliko deed.
Dus hem verder lijden besparen leek me het minste dat ik kon doen.
Ik deed handschoenen aan om hem op te pakken, bang als ik was dat hij onder druk van mijn handen zou ontploffen, en deed hem in een doosje. Hij piepte zachtjes, maar verroerde zich niet.
In de dierenkliniek werd hij op de tafel gezet en de dierenarts voelde meteen dat het mis was. ‘Hij heeft al moeite om zijn lichaamswarmte op peil te houden’, zei ze. Ik voelde het ook: hij was al koud. 
Ze pakte een injectienaald en spoot een rode vloeistof in zijn lijf. Ik vroeg me af of je met dat spul ook een mens zou kunnen doden, maar vroeg het niet.
Terwijl ik hem aaide en de arts een handdoekje over zijn achterlijf legde wachtten we samen op de dood. 
‘Het kan even duren’, zei ze.
We praatten wat over het vak van dierenarts, ik vroeg of een kip ook een huisdier was, en toen was het gebeurd. Ik had het verschil niet gemerkt. 
Ik deed de cavia weer in het doosje en liep naar de assistente om af te rekenen. 
Op de terugweg zag ik het leven van onze cavia als een film aan me voorbij trekken: hoe mijn dochter hem uitzocht bij de dierenwinkel; hoe hij eerst bij het konijn in het hok ging; hoe hij later, toen het konijn dood was, gezelschap kreeg van een zwarte cavia; hoe de kinderen hem in het begin met aandacht overlaadden; hoe die aandacht steeds minder werd; hoe hij de laatste jaren meestal in het donkere binnenhok zat. 
Toen ik thuis was groef ik een gat onder de bamboe, gooide hem erin en app-te mijn dochter dat de cavia was overleden.

9/17/2013

Paradise Village



Wat aan ons kleeft
raken we hier kwijt dacht ik
Als ramen die je tegen elkaar open zet
Als golven over het zand

Het landschap lag klaar 
de auto, het plan
Maar het lukte niet
het zat op onze schouder
het reisde mee

9/15/2013

Sober

Vernieuwing komt vaak uit onverwachte hoek. Maar dat het dit keer van de leider van de  katholieke kerk zou komen had ik een half jaar geleden niet durven dromen.
Misschien is zijn boodschap op zich niet zo vernieuwend (het appel op soberheid heb ik al vaker gehoord), maar het feit dat hij daar voor zichzelf zulke verstrekkende consequenties aan verbindt, is dat wel. Daar waar de meeste leiders of popsterren of commentatoren zich  schuldig maken aan salonsocialisme leeft deze paus volgens zijn zelfopgelegde wetten.
Nu weer vraagt hij de kardinalen en bisschoppen om niet in luxe limousines te rijden omdat de katholieke kerk volgens hem ‘een arme kerk voor arme mensen’ moet zijn. Zelf nam hij net een Renaultje 4 van dertig jaar oud in ontvangst. 
Eerder al stond hij erop zelf zijn hotelkamer te betalen en ook ging hij niet wonen in het luxe tien kamer appartement in het apostolisch paleis.
Geloofwaardigheid staat of valt bij consequent zijn. Dat is waarom de Marcel van Dammen van deze wereld zo lastig te pruimen zijn. 
Daar komt nog iets bij. Indirect houdt de paus alle CEO’s van grote bedrijven een spiegel voor. Zonder iemand te bekritiseren laat hij zien: zo kan het ook als je aan het hoofd staat van een machtige en rijke organisatie. Je kan je druk maken over het feit dat je een paar ton minder verdient dan je collega die bij de concurrent werkt, maar je kan je er ook niks van aantrekken. Dat is het wezen van de vernieuwer: hij let niet op de anderen, maar gaat zijn eigen weg.
Een paus die zo rigoureus afziet van luxe doet meer voor de discussie over beloningen en bonussen dan welk wetsvoorstel, welke gedragscode ook. 

6/10/2013

I will survive



Ik vloog naar München om mijn ouders terug te rijden na een vakantie die noodgedwongen twee weken langer had geduurd dan gepland.
Mijn moeder was namelijk in een ziekenhuis in Oostenrijk beland en had daar een week doorgebracht. Op de dag dat ze ontslagen werd overstroomde de rivier in het dorp zodat mijn ouders niet terug konden naar hun vakantiehuisje. Zonder kleren, boeken, pillen, tandenborstels, vluchtten ze naar een hogergelegen hotel en verbleven daar noodgedwongen de rest van de week. Omdat mijn vader er, na alle heisa, tegenop zag om in zijn eentje dat hele eind terug te rijden, haalde ik ze op.
Onderweg overnachtten we in de buurt van Würzburg in een hotel middenin een klein dorp waar, zo bleek, het jaarlijkse ‘Gartenfest’ werd gehouden; tot één uur in de nacht speelde een band jaren zeventig en tachtig hits (‘I will survive’; ‘Hit the road Jack’; ‘I feel good’) ; de uren daarna keerden de feestgangers via de steeg naast het hotel, waaraan mijn kamer lag, terug naar huis. Ik deed mijn best om me niet op te winden, maar slaagde daar niet in. Er zijn weinig dingen zo irriterend als schreeuwende, dronken Duitsers onder je hotelraam. Uiteindelijk viel ik tegen een uur of drie in slaap, om tegen zessen gewekt te worden door de punktliche schoonmaakploeg die het plein dat vol lag met bierflesjes begon schoon te vegen.
Aan het ontbijt vroeg ik mijn ouders of ze last hadden gehad van het feest.
‘Ging het nog lang door dan?’, vroeg mijn vader verbaasd. Dat is het voordeel van ouder worden: je doet je gehoorapparaat af en hebt van niemand meer last.
Mijn moeder had het wel gehoord, maar ze had zich er niet aan gestoord.
Als je net een hartaanval en een overstroming hebt overleefd maak je je niet meer druk over een nachtje minder slaap.

4/12/2013

Doortoetsendheid


Dertig jaar geleden luidde mijn middelbare schooladvies op basis van de CITO toets: Mavo. Omdat mijn ouders eigenwijs waren, ging ik naar het Atheneum waar ik zeven jaar later eindexamen deed.
Mijn (tweeling)dochters kregen twee jaar geleden ook een MAVO advies. Op de middelbare school gingen ze in een zogenaamde kansenklas. Inmiddels gaan ze respectievelijk naar 3 Havo en 3 Atheneum.
Er zijn nogal wat mensen in mijn omgeving die soortgelijke verhalen hebben. Zijn dat allemaal uitzonderingen of is er iets anders aan de hand?
Volgens het CITO blijkt uit onderzoek dat ongeveer 80% van de leerlingen terecht komt in het schooltype dat zij adviseert. Dat lijkt een mooie score.
Ik denk echter dat toetsen, en dan vooral de toetsen van het leerlingvolgsysteem, zichzelf waarmakende voorspellingen doen.
Wat gebeurt er: zodra een leerling bij een toets in groep 3 (een kind is dan 6 jaar) op een onderdeel (bijvoorbeeld: rekenen) minder goed scoort wordt er door school aan de bel getrokken: de ouders moeten op gesprek, er komt een speciale leerlijn voor het kind die afwijkt van  de rest van de klas.
Met andere woorden: er is een probleem. En het kind voelt dat ook. Het krijgt een ander boekje voor rekenen; het moet regelmatig apart zitten om extra uitleg te krijgen; op woensdagochtend komt de onderwijsassistent speciaal voor haar.
Allemaal goedbedoeld en misschien ook zinvol, maar niet goed voor het zelfvertrouwen.
En dat is niet het enige probleem. Deze toetsen hebben ‘ voorspellende waarde’. Dat betekent dat er in groep 3 al een indicatie wordt gegeven van het vermoedelijke middelbare schooladvies in groep 8. En ook al zegt de school daar niets mee te doen, zoiets speelt natuurlijk wel degelijk mee in het hoofd van de juf of meester; je behandelt een kind dat ‘waarschijnlijk’ MAVO gaat doen anders dan een kind dat ‘waarschijnlijk’ naar het VWO gaat.
En dat allemaal op grond van een mindere toets, waarbij de resultaten afwijken van het gemiddelde. Een mogelijke oorzaak daarvan is dat het ene kind zich wat later ontwikkelt dan het andere. Volgens mij zegt dat niks. De ene peuter loopt ook eerder dan de andere, maar dat betekent niet dat hij daarom op latere leeftijd sneller zal gaan lopen.
Als dan bij volgende toetsen blijkt dat het nog niet beter gaat, wordt er geadviseerd om naast alle extra leerlijnen en hulp, externe bijlessen te volgen. Mijn vriendin en ik hebben de afgelopen jaren de hele waaier van remedial teachers en coaches wel zo’n beetje gezien.
Wat al die lessen opgeleverd hebben valt moeilijk te zeggen (vast wel iets), wel is zeker dat in groep acht het zelfvertrouwen van mijn dochters het nulpunt was genaderd.
En toen gingen ze naar de middelbare school en gebeurde er iets opmerkelijks. Ze haalden ineens geen onvoldoendes meer. Sterker, hun cijfers werden per maand beter. Het begon met zesjes, maar al snel werden het zevens, achten en negens. Binnen een half jaar luidde de vermoedelijke bevordering 2 HAVO; weer een paar maanden later werd het voor eentje zelfs bijgesteld naar 2 Atheneum.
Zonder bijles, zonder aparte leerlijnen. Maar met zelfvertrouwen.
Ze hadden een nieuwe begin gemaakt, zonder de molensteen van een slechte CITO toets om hun nek.
Voorspellingen kloppen zelden, zoals bij iedere verkiezingen weer blijkt. En als ze een keer uitkomen is er genoeg reden om achterdochtig te zijn. Als je in groep 3 al conclusies verbindt aan een toets, dan gaan de betrokkenen, leerlingen en leerkrachten, vanzelf die voorspelling waarmaken. Als je dan geen eigenwijze ouders hebt of een middelbare school met een kansenklas, wordt de voorspelling vanzelf werkelijkheid.

3/13/2013

Nauwgezet en wanhopig


Ik bestelde de DVD ‘Nauwgezet en wanhopig’.  Voor de jongere lezers: N&W is een achtuur durend televisieprogramma uit 1989 waarin vier schrijvers worden geïnterviewd: Marquez, Semprun, Steiner en Konrad.
Wat je noemt: slow television. Naast wat sfeerbeelden van Budapest, Madrid, Cambridge en Aracataca; de plaatsen waar ze opgroeiden; krijg je alleen de schrijvers te zien, zittend in hun stoel, vertellend over hun jeugd, de oorlog en de tijd erna. Het gaat over grote thema’s: geloof, hoop, liefde, dood. Het gaat over het falen van de grote systemen: de kerk, het communisme. Interessant is ook het jaar waarin het is opgenomen: het jaar waarin de muur valt. De hongaar Konrad, die vrijwel alleen maar dictaturen heeft meegemaakt (eerst de nazi’s, daarna de communisten) gelooft duidelijk nog niet dat de wereld echt aan het veranderen is.
Ik had het programma indertijd ademloos gekeken en was benieuwd of ik het nu ook nog vol zou houden; verpest als ik ben door de snelheid van alles.
Het ging gelukkig moeiteloos.
Naast al het interessants dat de schrijvers zeggen, viel me nog iets op; ik voelde het meeste sympathie voor de Spaanse schrijver Semprun. Terwijl hij vroeger overtuigd Stalinist was en bij diens dood zelfs een lofgedicht maakte. Overigens keerde hij later op die dwaling terug, maar toch. Ik vind mensen die pro Stalin of pro Mao waren doorgaans naief of dom of gewoon slecht.
Het zou logischer zijn geweest als ik me vereenzelvigd had met Konrad, de sympathieke Joodse Hongaar die aan het eind van de oorlog hele dagen uit het raam kijkt in de hoop dat zijn ouders om de hoek van de straat komen. Of met Marquez.
Waarom dan toch Semprun?
Door onbelangrijke dingen, vrees ik. Door het feit dat hij uit een welgestelde familie komt. Door zijn charmante manier van praten. Door zijn relativeringen. Door het overhemd dat hij draagt; door de manier waarop hij een glas vastpakt. Door zijn knappe gezicht.
Oftewel: om redenen die er niet toe doen, maar die alles bepalen.
Zo werkt het vrees ik met alles: je kiest niet op inhoud, je kiest voor degene op wie je (denkt dat je) meeste lijkt.

2/25/2013

1998



Ik bind me liever niet
Denk ik, terwijl ik je aankijk
Ik wil je niet kwetsen
Zeg ik als ik je zoen
Ik blijf liever alleen
Fluister ik als we elkaar bijna fijndrukken

Je kan nooit iemand bezitten
Je moet altijd onafhankelijk blijven
Je moet je nooit vastleggen

Ja, glimlach je als we bijna
van het bed vallen, natuurlijk

2/14/2013

Restjes oorlog



Ze was zo bang om geluid te maken
Dat ze het grind weghaalde om het huis
Zodat je niet meer hoorde als ze liep

Ze dacht dat iedereen last van haar had
De buren, de mensen aan de andere tafel
het winkelend publiek

We zeiden dat het onzin was
We begonnen te schreeuwen en te stampen
We maakten zoveel geluid als we konden

Maar het hielp niet
Ze dacht dat ze haar overal konden horen

2/04/2013

Bankenadel



Het gedrag van bestuurders van (systeem)banken en verzekeraars doet me denken aan dat van de Duitse adel ten tijde van het keizerrijk. Ook zij leefden in hun eigen sprookjeswereld. Er werd getrouwd met gelijken; baantjes werden onderling verdeeld; men leefde in grote weelde en voelde zich ver verheven boven het gewone volk.
Dat ze weinig realisteitszin hadden bleek bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog; de Duitse adel was zeer optimistisch over de kracht van hun met veren getooide legertjes.  
Zelfs toen de oorlog vuiler en hardnekkiger bleek, gaf de adel weinig blijk van realiteitszin. Zoals Annejet van der Zijl beschrijft in haar boek over Prins Bernhard reisde de adel af en toe een paar dagen naar het front, om de jongens die daar met tienduizenden tegelijk in de loopgraven stierven, een hart onder de riem te steken.
Dat ze door de legerofficieren als ‘Schlachtenbummler und Kriegstouristen’ gezien werden, hadden ze niet helemaal door.
Pas toen Duitsland verslagen was openbaarde zich een nieuwe wereld: het volk greep de macht; het communisme en fascisme waren geboren; landgoederen werden afgepakt; de adel raakte alles kwijt.
Als ik lees dat de nieuwe CEO van SNS ruim een half miljoen euro per jaar gaat verdienen en dat dat een miljoen minder is dan wat hij bij Achmea kreeg, dan kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat er weinig realiteitszin is bij bestuurders. Let wel, het gaat hier om bedrijven die door ‘het volk’ gered moeten worden als het mis gaat.
Het argument voor dit soort hoge beloningen is altijd dat je topmensen nodig hebt en dat die nou eenmaal zoveel verdienen.
Dat is precies hetzelfde soort oogkleppen-denken als dat van de Duitse adel ten tijde van het keizerrijk.
Op deze manier is het wachten op een nieuw volksopstand. 

2/01/2013

Aanrommelen


Als eerstejaars van het studentencorps keek ik huizenhoog op tegen leden van de Senaat.
Het corps is een redelijk hïerarchisch instituut; er zijn tientallen commissies, met wisselend aanzien; de Senaat is het hoogst haalbare.
In Groningen waar ik lid was, vergadert de Senaat in een prachtige kamer op de bovenste verdieping van de socïeteit. Een gewoon lid komt er maar een keer in zijn leven; tijdens de jaarclubinauguratie. Voor de rest is het verboden terrein.
Het helpt mee aan de mystificatie van de Senatoren: ze beslissen over hele gewichtige zaken en ze doen dat op een ondoorgrondelijke manier. Als gewoon lid dicht je de Senaat een grote wijsheid toe.
Toen ik in mijn vierde jaar zelf in de Senaat zat, zag ik dat de werkelijkheid niet geheel overeenkwam met de mythe. Gedragen door aanzien en populariteit leek het op afstand heel wat , maar in feite rommelden we maar wat aan. We namen beslissingen waarvan we de konsekwenties totaal niet konden overzien. We hadden geen idee. Terwijl we toch een grote verantwoordelijkheid hadden: de omzet van het corps was in die tijd 1 miljoen gulden per jaar. Een flink bedrag voor zeven, onervaren, teveel drinkende jongens en meisjes van eenentwintig.
Ik moest hieraan denken tijdens de persconferentie van minister Dijsselbloem over de redding van SNS.
Zo werkt het in het bedrijfsleven ook: gedragen door het aanzien en de beloning lijkt het heel wat, maar in feite rommelt een raad van bestuur maar wat aan. Een goede bestuurder realiseert zich dat; een slechte bestuurder neemt zichzelf serieus. 

1/11/2013

Gedicht




We zochten haar overal
Onder bij het strand
In de schuur
Naast het hok

Alles was op slag vergeten
De ruzies, het geschreeuw
Het eeuwige verwijt
Het harde praten
Het was weg, alsof het nooit bestaan had

We zochten haar
In het huis
In de bijkeuken
In de kelder
Op zolder
Maar we vonden haar niet

11/27/2012

De overname van Griekenland


Driekwart van de fusies en overnames in het bedrijfsleven mislukt. Waarom? Omdat het ontzettend lastig is om twee culturen samen te laten gaan. In ‘De prooi’ beschrijft Jeroen Smit mooi de richtingenstrijd  tussen ABN-ers en AMRO-ers  die twintig jaar na de fusie nog steeds in alle hevigheid woedt.
Overnames van landen mislukken over het algemeen ook. De Amerikanen dachten democratie in Irak te kunnen brengen; Nederland dacht tot halverwege de vorige eeuw dat ze Indîe kon inlijven.
Het is naïef om te denken dat de Grieken onder invloed van boetes en hoge rentes zullen veranderen. Generaliserend gezegd hechten Grieken minder aan hard werken dan Nederlanders. Ik heb daar geen moreel oordeel over; misschien is er juist veel voor te zeggen om het rustiger aan te doen, maar dat die twee culturen niet goed samen gaan, is duidelijk.
Er leeft in Griekenland, maar ook in een land als Italïe, een diep wantrouwen tegen de overheid. Een half jaar geleden belde ik met een vriend die al vijftien jaar in Rome samenwoont met een Italiaan. Het ging financiëel niet zo goed. Waarom? Omdat hij onder premier Monti voor het eerst in zijn leven belasting moest betalen.
Je kan zeggen: dat is hoopvol. Ik vrees echter dat Monti het niet zo heel lang uithoudt en dat zijn aanpak slechts een druppel op een gloeiende plaat zal blijken.
Cultuur zit nou eenmaal in de porieën van een samenleving.
De halsstarrige pogingen van de Noord Europese regeringsleiders om Zuid Europa in de pas te laten lopen doet denken aan het misplaatste ‘idealisme’ van Bush ten tijde van de inval in Irak.
Een fusie of een overname is alleen succesvol als het tussen gelijkgestemden plaatsvindt. 

11/09/2012

Overgave en relativering


Er zijn mensen die ik niet persoonlijk gekend heb maar die ik desondanks op bepaalde momenten mis. Zoals John Lennon.
Wat had ik hem graag in een talkshow commentaar zien leveren op de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Wat had ik hem graag gehoord over de ophef in het Midden Oosten naar aanleiding van de Deense Mohammed cartoons. Wat was ik benieuwd geweest naar zijn reactie op de aanslagen in New York.
Als je interviews met the Beatles terugkijkt zie je dat hij de enige was die echt wat te vertellen had. Hij had goeie oneliners, een scherpe blik, hij had humor en hij kon goed relativeren. Ik vond zijn cynisme iets geruststellends hebben.
Wie ik ook wel eens mis is Ronald Reagan. Ik vond het wel moedig; dat onophoudelijke gebeuk tegen het communisme. Onverschrokken, overtuigd van zijn gelijk, maar ook hier weer met een enorme dosis relativering. Uit één van zijn laatste speeches als president: ‘As soon as I get home to California I plan to lean back and take a long nap. Now I come to think of it: things won’t be all that different after all.’
Dichter bij huis mis ik Van Kooten en de Bie sinds ze niet meer op TV zijn. Ik had de Bie zich graag zien opwinden over het gedoe rondom de inkomensafhankelijke zorgpremie. De documentaire van Coen Verbraak gaf een mooi inzicht in hun samenwerking: er werd ruim vijfendertig jaar keihard gewerkt, maar ze waren de eerste om hun rol te relativeren.
Dat kan duiden op valse bescheidenheid, of op een gespleten persoonlijkheid.
Hoe dan ook; het is juist die combinatie van overgave en relativering, die me zo aanspreekt. De rare paradox: je moet wat je doet bloedserieus nemen; tegelijkertijd moet je jezelf tot op het bot kunnen relativeren. 

10/11/2012

Les Intolerables


Gisteren zag ik voor de tweede keer de film ‘Les intouchables’. De eerste keer had ik er enorm van genoten, maar ik las de afgelopen tijd in verschillende kranten dat de film rascistisch zou zijn. Dat was me niet opgevallen, maar zoals wel vaker moet je een film nog een keer zien om de diepere lagen te ontdekken.
En inderdaad: het is schandalig.
Een paar voorbeelden:
De gehandicapte, blanke hoofdrolspeler huurt een donkere meneer in om hem te verzorgen. Dat is natuurlijk wel erg stereotype: alsof alle blanke, rijke mannen van middelbare leeftijd nog steeds een soort slavendrijvers in maatpak zijn.
Het verschil tussen de twee is ook enorm: de donkere man woont in een achterbuurt; de blanke in een schitterend paleisje middenin Parijs. Hij heeft personeel in overvloed; huurt een vliegtuig als hij dat wil; rijdt een Maserati. Voorspelbaar. Ik ken meerdere blanken (toegegeven, niet veel) die geen miljonair zijn.
En dan dit: de man schrijft hoogdravende brieven aan een vrouw die hij enkel van het schrijven kent. Ondanks dat hij naar haar hunkert, durft hij geen afspraakje met haar te maken. Weer dat beeld van de introverte, blanke intellectueel die emotioneel op slot zit.
Hij heeft ook regelmatig last van hyperventilatie. Subtekst: blanke mannen zijn het contact met hun oorsprong kwijt.
Vervolgens geeft hij veertigduizend euro uit aan een schilderij dat bestaat uit een paar klodders verf; weer het beeld van een hoogdravende, blanke kunstkenner. Als dan ook nog blijkt dat hij alleen maar van klassieke muziek houdt is het vooroordeel compleet: een blanke man kan niet dansen.
Nou is dat in zijn situatie sowieso lastig omdat hij in een rolstoel zit.
Dat vond ik eerlijk gezegd ook nogal denigrerend: die link tussen zijn handicap en het feit dat hij sympathiek was. Het leek er op dat de regisseur wilde zeggen: hij is sympathiek OMDAT hij in een rolstoel zat. Alsof een blanke, rijke man zonder handicap niet sympathiek zou kunnen zijn.
Sommige mensen ontlenen hun identiteit aan het signaleren van racisme.

9/24/2012

Reünie


Het gebouw was nieuw, maar de weg er naartoe was hetzelfde gebleven: het kruispunt met de N 65, het fietspad langs Regina Coeli; de parkeerplaats.
Ik vroeg me af hoe vaak ik die weg gefietst had; naar en van school. Ik kwam op anderhalf duizend keer, maar rekenen is nooit mijn sterkste vak geweest.
Ik vroeg me ook af wat ik allemaal dacht onderweg en realiseerde me weer eens dat alles wat je niet vastlegt gewoon verdwijnt. Misschien is dat wel de essentie van een reünie: dat je samen probeert vast te houden wat aan het wegglijden is.
De mensen die ik sprak waren gaan doen wat in de lijn van mijn verwachting lag: het knapste meisje van de klas was met een expat getrouwd; de jongen die vroeger altijd de sterkste wou zijn zat nu in het vastgoed; het dromerige meisje deed iets met concepten.
Ik realiseerde me hoezeer je op de middelbare school al samenvalt met wie je later bent.  Alsof je in de jaren daarna alleen maar  ‘aangescherpt’ wordt. Het voelde vertrouwd, alsof we doorgingen waar we dertig jaar geleden waren opgehouden.
Er werden foto’s gemaakt, nummers uitgewisseld, er werd gepraat over mensen die er niet waren. Omdat ze niet konden, of omdat ze onvindbaar waren of dood (omgekeerd zag ik iemand lopen van wie ik zeker wist dat ze allang overleden was).
Nostalgie is er alleen voor mensen die het zich kunnen permitteren.
Later op de middag was er in het muzieklokaal een aparte bijeenkomst van het voormalige popkoor. Toen we, for the sake of all time, schoorvoetend probeerden ‘When I’m sixty four’ te zingen, bleek  iedereen, binnen een paar maten, zijn partij nog uit het hoofd te kennen. Is het geheugen willekeurig of onthou je juist wat je belangrijk vindt?
Toen ik naar huis ging was het al donker. Ik liep langs het veldje waar vroeger de noodlokalen van gang acht stonden, langs de snackbar die vroeger Tien Plus heette naar mijn auto. Iets verderop stonden een jongen en een meisje te zoenen. Het was alsof het erbij hoorde.

9/13/2012

Democratie


De neergang van Wilders is volgens velen zijn eigen schuld: hij had niet moeten breken; hij had zijn campagne niet moeten terugbrengen tot één item; hij had zijn partij beter in de hand moeten houden.
Ik denk dat het verlies van Wilders  vooral een overwinning is van zijn collega politici. Niet omdat ze inhoudelijk sterker waren; niet omdat ze betere debaters waren, maar wel omdat ze hebben besloten geen cordon sanitair te vormen.
Daarom is het ook een overwinning van de journalistiek.
Overal, in de tweede kamer, op radio en TV, mocht Wilders mensen beledigen en groepen in de samenleving wegzetten. Nooit kon hij zich succesvol beroepen op het feit dat hij niet mocht zeggen wat hij dacht. Ja, toen er een rechtzaak tegen hem werd aangespannen. Maar die won hij.
Ook het feit dat hij als gedoger mee mocht regeren is een overwinning, vooral van Rutte. Goed, het betekende twee jaar stilstand, maar het voorkwam erger. Democratie is nou eenmaal langzaam.
Wilders is terug in zijn hok. Ik vind de PVV een belangrijke partij, net zoals ik de Partij voor de Dieren belangrijk vind of de SP. Maar ze moeten niet te groot worden. Ze moeten de luizen in de pels blijven die een scherp oog hebben voor misstanden en niet ophouden daar lastige vragen over te stellen.
Het verlies van Wilders toont aan de je de kiezer kan vertrouwen. Democratie heeft, mits je de vrijheid van het woord koestert, een zelfreinigende werking. 
Ik denk dat Nederlandse politici en journalisten het handboek voor moeilijk opvoedbare kinderen goed gelezen hebben. 

9/10/2012

Overheid


Afgelopen zaterdag zei Theo Maassen in Pauw en Witteman dat uit onderzoek blijkt dat de gelukkigste mensen in landen met een grote, sterke overheid wonen. Hij noemde Zweden als voorbeeld.
Hij had ook Noord Korea kunnen noemen; daar is  volgens een peiling 99,9 procent van de bevolking heel erg gelukkig.
Hoe ver de macht van de overheid moet gaan is een vraag die ik zelf maar niet beantwoord krijg.
Aan de ene kant vind ik het schandalig dat beroepen die er echt toe doen -verpleegkundigen, onderwijzers, politie - zo slecht betaald worden. Aan de andere kant geloof ik in een vrije markt die zichzelf reguleert.
Aan de ene kant verafschuw ik de beloningen en de bonuscultuur in bijvoorbeeld het bankwezen of de voetballerij. Aan de andere kant vind ik het geen enkel punt dat iemand die in een garage computers in elkaar schroeft  daar uiteindelijk miljardair mee wordt.
Het is een geruststellende gedachte dat mijn stem van geen enkel belang is. De enige overheid die er voor Nederland toe doet is de Duitse. En op één of andere manier heb ik een enorm vertrouwen in Angela Merkel. Waarschijnlijk omdat ze zo saai is.

9/04/2012

Peilingen


Of we straks een centrum links of centrum rechts kabinet krijgen wordt in hoge mate bepaald door Maurice de Hond en consorten. Of liever gezegd, door de media die de peilingen (verkeerd) duiden.
Dat staat te lezen in een interessant artikel van Tom van der Meer en Armen Hakhverdian op de site van de Universtiteit van Amsterdam.
Zij stellen dat de droge uitkomst van opiniepeilingen de kiezer niet beïnvloedt, maar de positieve of negatieve duiding ervan wel. En daar gaat het fout: want de wekelijkse verschuivingen in zetelaantallen zijn het gevolg van meetonzuiverheid. Met ander woorden: één of twee zetels erbij of eraf betekent helemaal niets.
Toch worden dit soort verschillen breed uitgemeten in de pers en geduid als een trend. Omdat kiezers graag bij de winnaar horen ontstaat er een effect dat zichzelf versterkt: de winst van de virtuele winnaar van twee zetels wordt groter, het verlies aan de andere kant ook.
In één van mijn favoriete James Bond films, Tomorrow never dies, probeert een megalomane mediamagnaat een oorlog tussen Engeland en China te ontketenen om er vervolgens over te kunnen berichten. Hij creëert het onderwerp om meer lezers en kijkers te krijgen. Dat is in grote lijnen wat opiniepijlers en journalisten in Nederland ook doen.

7/19/2012

Kopland

Schrijven is uitvinden wat er in je leeft, schrijft Rutger Kopland in het gedicht Zijn brieven.
Dat is waar.
Maar niet alleen schrijvers proberen dat. Ook componisten. Je zou kunnen zeggen dat wiskundigen en natuurkundigen dat, op een iets ander niveau ook proberen te doen; door patronen te zoeken in de schijnbare chaos. Al moet je bij hun misschien eerder spreken van ontdekken. Ook historici doen een poging; door de geschiedenis te bestuderen proberen ze iets van het heden te begrijpen.
Misschien kan je zeggen dat iedereen die zich de vraag stelt: waarom, in feite probeert uit te vinden wat er in hem leeft. Het antwoord wordt gezocht in taal, in noten of in cijfers.
In het gedicht Tijd schrijft Kopland: zoals een pasgeboren kind kijkt alsof het kijkt/naar iets in zichzelf, iets ziet daar/wat het meekreeg.
Dat suggereert dat een baby iets weet dat het later kwijt raakt.
Iets verderop staat: zoals Rembrandt kijkt op de laatste portretten/van zichzelf alsof hij ziet waar hij heengaat/
een verte voorbij onze ogen. Dus ook de oude man weet iets wat wij niet weten.
Het lijkt erop dat Kopland bedoelt dat wij in het begin en aan het einde van ons leven een inzicht hebben, maar dat inzicht de rest van ons leven kwijt zijn. Misschien is het wel een vooropgezet plan: door dat gemis wordt er prachtige muziek gemaakt, worden er dingen ontdekt en worden er schitterende gedichten geschreven.
Zo mooi dat ik er één maar helemaal overneem:


Vertrek van dochters 


Ze moesten inderdaad gaan, ik had het gezien 

aan hun gezichten die langzaam veranderden

van die van kinderen in die van vrienden,

van die van vroeger in die van nu. 


En gevoeld en geroken als ze me kusten,

een huid en een haar die niet meer voor mij
 
waren bedoeld, niet zoals vroeger,

toen we de tijd nog hadden. 


Er was in ons huis een wereld van verlangen,

geluk, pijn en verdriet gegroeid, in hun

kamers waarin ze verzamelden wat ze mee
 
zouden nemen, hun herinneringen. 


Nu ze weg zijn kijk ik uit hun ramen en zie 

precies datzelfde uitzicht, precies die

zelfde wereld van twintig jaar her,

toen ik hier kwam wonen.

7/11/2012

Komrij

Terwijl mijn dochter in de keuken zat te computeren, keek ik naar een herhaling van de prachtige documentaire De gelukkige schizo uit 2005 over Gerrit Komrij.
Het mooie van overlijden is dat het je op iemands leven wijst.
De makers volgden Komrij in zijn prachtige, witte villa in Vila Pouca da Beira, tijdens het schrijven van een dichtbundel en gingen met hem terug naar het noorden van Portugal waar hij, samen met zijn vriend, twintig jaar geleden vertrok na een conflict met de plaatselijke bevolking. Ik kon het me helemaal voorstellen: die hooggeletterde, decadente man met zijn vriend tussen de merendeels analfabete, rurale bevolking voor wie het leven vooral hard en zwaar is.
Jammer voor de makers van het programma ‘Ik vertrek’ dat het te lang geleden is, want het had vast prachtige televisie opgeleverd: het conflict resulteerde namelijk in bizarre toestanden: ‘Op het laatst', aldus Komrij, 'was het een zaak van met geweren rondlopen en nachten in hinderlagen liggen.’
Komrij is zoals je verwacht dat een schrijver is: een buitenstaander, een kluizenaar; niet echt toegerust voor het dagelijks leven. In ochtendjas, met een boek in de hand schuifelend van vertrek naar vertrek; overal boekenkasten tot aan het plafond. Af en toe neerstrijkend op een stoel aan weer een zwaar, donkerhouten bureau of zeventiende eeuwse tafel om met een vulpen in één keer een paar volzinnen op het geschepte papier te zetten. Een huishoudster kookt; zijn vriend haalt de post op in het plaatselijke café terwijl de dichter vanaf zijn balkon nog eens uitkijkt uit over het dal.
De zinnen waren af en toe prachtig: ‘Ik ben uit een vast, warm ouderlijk huis gekomen; een hele idyllische, stille jeugdplek en heb me van daaruit in de wereld gekatapulteerd en zonder op dit moment nog het idee te hebben dat ik ben geland.’
Dat niet geland zijn herken ik. Net als het verlangen naar totale afzondering. Alleen is dat verlangen er niet permanent. Het wordt onderbroken door verlangen naar een gesprek met een vriend of door het verlangen naar een optreden. Of, zoals gisteravond, door mijn dochter die vroeg wanneer ik nou eindelijk eens ging koken, want daar hebben wij (nog) geen huishoudster voor. Iedere schrijver is een buitenstaander: de ene permanent; de ander bij vlagen.

6/13/2012

Hoax

Ik was op zoek naar iets nieuws; naar een andere manier om publiciteit te krijgen voor mijn derde roman, HOTEL SOFIA. Want als je niks doet ben je afhankelijk van het goede humeur van een paar recensenten en wat redacteuren bij radio en tv. En van het toeval, natuurlijk. Ik wilde niet het risico lopen dat mijn boek na twee jaar hard werken binnen twee maanden uit de boekhandel verdwenen zou zijn. Om het clichee over de ‘geboorte’ van een roman te gebruiken: ik wilde mijn kindje niet te vondeling leggen. Daarbij had ik tijd. De eerste maanden nadat een boek af is, lukt het me toch niet om met iets nieuws te beginnen. Dan schuifel ik een beetje onwennig door mijn kamer; bezorgd of het wel in goede handen is. Dus wilde ik na het verschijnen van mijn derde roman, HOTEL SOFIA, iets dóen. Al was het maar om afleiding te hebben. Toen iemand tegen me zei: ‘Jouw boek leest als een film’, wist ik het. Ik vroeg Jean van de Velde, Thomas Acda, Mark Rietman, Manuel Broekman en Anne Wallis de Vries mee te spelen in een ‘making of filmpje’ van de – niet bestaande – film HOTEL SOFIA. Vervolgens verstuurde mijn uitgever persberichten waarin stond dat de film in januari 2013 uit zou komen. Twee weken later verspreidden we het bericht dat de verfilming was gestaakt omdat ‘het boek toch beter is dan de film’. Het werkte: NU.nl; de Telegraaf, AD, Parool, Filmfestival.nl en RTL Boulevard besteedden aandacht aan HOTEL SOFIA. Misschien is de onderliggende drijfveer van reclame maken voor je boek wel dezelfde als voor het opvoeden van kinderen: jezelf de indruk geven dat je er alles aan gedaan hebt.