8/15/2017

Hiroshima revisited?

Vanwege al het dreigende nieuws rond Noord Korea besloot ik gisteren de BBC documentaire Hiroshima te kijken over de enige keer in de geschiedenis dat er atoombommen zijn gebruikt.
Zonder een al te opzichtige vergelijking te willen maken met nu, daarvoor zijn er heel veel zaken totaal anders, toch een paar dingen die me opvielen.
Het belangrijkste was: hoe beslissend woorden kunnen zijn.
Nadat Duitsland in juli 1945 was verslagen eisten de Amerikanen aanvankelijk een onvoorwaardelijke overgave van Japan. Die woorden werden later bijgesteld. Amerika eiste niet de onvoorwaardelijke overgave van Japan maar van het Japanse leger. Dat was een wezenlijk verschil, want door die laatste formulering zou de keizer van Japan zich niet hoeven overgeven. En de keizer was voor Japanners wat Allah is voor extreme moslims: iets of iemand om je voor dood te vechten.
Dat was waar de Amerikanen zo bang voor waren: een guerilla oorlog tegen Japan. Tegen jongemannen die waren opgeleid om zelfmoordaanslagen te plegen; kamikazepiloten, mannen met bomgordels.
De Amerikanen hoopten door de formulering iets minder sterk te maken, de Japanners een uitweg te bieden: het leger moest zich overgeven, de keizer niet. Zo kon een gruwelijke grondoorlog voorkomen worden.
De Japanse regering interpreteerde die woorden echter totaal anders. Zij zagen het als een veelbelovende ontwikkeling. Ze dachten dat de Amerikanen hun ultimatum afzwakten omdat ze uitgeput waren, omdat ze de oorlog zo snel mogelijk wilden beeindigen. Hun conclusie was dus: stand houden en wachten tot de VS op zou geven. Premier Suzuki verwierp het ultimatum en gebruikte het woord ‘mokusatsu’ wat betekent: met verachting.
Daarop besloot president Truman de atoombom te gebruiken.
Die bom werd overigens in het vliegtuig, de Enola Gay, geladen op Tinian, een klein eilandje in de Stille Oceaan. Ik zocht het op: het ligt hondervijftig kilomter van Guam, het eilandje dat nu bedreigd wordt door Noord Korea.  
            Op 6 augustus 1945 werd de bom op Hiroshima gegooid. Daarna zei president Truman: ‘Als ze onze voorwaarden nu niet accepteren, zal er een hel op aarde op hen neerdalen zoals nooit eerder vertoond.’ Dat ligt heel dicht bij de woorden van Trump die vorige week zei dat Noord Korea te maken zal krijgen met ‘vuur en furie op een manier die de wereld nog nooit gezien heeft.’
De burgemeester van Hiroshima reageerde als volgt: ‘Burgers van Hiroshima, de schade is groot, maar dat is te verwachten tijdens een oorlog. Houd hoop. Verlies de moed niet.’
Het zijn absurde woorden als je bedenkt dat er net 78.000 doden zijn gevallen en 80.000 gewonden.
Woorden kunnen onschuldig zijn en levensgevaarlijk. De tanden van een leeuwin: ze draagt er haar jongen mee; ze bijt er haar prooi mee dood.

8/11/2017

De stop van de rivier

Vakanties stoppen niet als ze zijn afgelopen, ze ontwikkelen zich door. Omdat je geheugen dynamisch is. Mijn geheugen heeft een talent voor het vasthouden van leuke, grappige dingen en het vergeten van de irritaties, het urenlange wachten in een stinkende file, de eindeloze jacht op muggen in zweterige slaapkamers van vieze vakantiehuisjes, de onbeschofte bediening van arrogante Franse obers.
Omdat ik dit jaar niet met vakantie ga, een herinnering. Omdat die vaak beter zijn dan de vakantie zelf.
Jaren geleden was ik met mijn gezin in Villerville, Normandie. Het ligt tegenover Le Havre aan de monding van de Seine, in feite precies daar waar de rivier in zee stroomt.
We waren een uur daarvoor aangekomen na een week regen op een camping in de Bourgonge. Het was mijn eerste kampeerervaring en tevens mijn laatste. Gelukkig bestond het tweede deel van onze vakantie uit het verblijf in een prachtig Chambre d’Hotes: een negentiende eeuws Pippi langkous huis met uitzicht op de zee en de Seine.
We genoten van het idee dat we die nacht zouden slapen in kamers waar het niet stinkt naar koeienstal en waar ’s ochtends je kleren droog zijn; van een eigen badkamer waar je niet op de warme WC bril van je voorganger hoeft te zitten en van de luxe van een bed met een echt matras en een lattenbodem.
Voor het eten maakten we een wandeling over het strand dat bij laag water ongeveer vijftig meter breed is. Bij hoog water komt de zee tot aan de kade. Het hoogteverschil tussen hoog en laag water is daar meer dan vijf meter.
Toen we bij de rand van het water waren gekomen vroeg mijn zoontje of straks de zee weer hoog wordt. ‘Ja’, zei ik, ‘dat gaat altijd door. Steeds komt de zee op en gaat hij weer af.’ Ik twijfelde nog even of ik hem zou vertellen over de aantrekkingskracht van de maan, maar ik besloot het niet te doen. Ook al omdat ik zelf ook nooit helemaal precies weet hoe dat zit.
Tegen achten liepen we terug. De kinderen renden voor ons uit. Ik ademde de zeelucht in en wou dat alles altijd zo zou blijven.
Ineens bleef mijn zoontje staan. Hij keek naar de grond. Toen riep hij: ‘Pappa!’
Hij was duidelijk opgewonden over iets.
Ik liep naar hem toe.
‘Pappa’, riep hij nog een keer omdat ik niet snel genoeg liep naar zijn zin.
Toen ik er was zei hij: ‘Hier’ en hij wees op een rond gat tussen de stenen en het zand.
Ik zag aan zijn houding dat hij ontzettend trots was op z’n vondst, maar begreep niet wat hij bedoelde.
‘Wat is dat?’, vroeg ik.
‘Daar’, zei hij nog een keer triomfantelijk.
‘Ja’, zei ik, ‘ik zie het. Maar wat is dat?’

‘Dat’, zei hij terwijl hij zijn handen in z’n zij zette, ‘is de stop van de rivier.’

8/08/2017

Vrouwenvoetbalnostalgie


Na de gewonnen finale probeerde ik de populariteit van het vrouwenvoetbal te verklaren.
Het heeft natuurlijk te maken met het feit dat iets voetballends eindelijk weer eens iets Europees wint. Dat zijn we niet gewend. Ik betrapte me daar tijdens de finale ook steeds op: het gaat toch niet lukken, dacht ik. Goed, we zijn ver gekomen, maar je zal zien, op het moment supreme gaat het mis. Zelfs toen we drie minuten voor tijd met 4-2 voor stonden wist ik nog zeker dat we het niet gingen redden.
Maar dat verklaart niet alles. Het ontbreken van het grote geld is ook aantrekkelijk. Zodra er veel geld te verdienen is komen er verkeerde, opportunistische types op af.
Types die, als je op de borrel met ze staat te praten, steeds over je schouder kijken en zich zonder iets te zeggen omdraaien als er een interessanter iemand voorbij komt.
Ooit maakte ik CD’s. In die tijd was de platenwereld een wereld waar je veel geld kon verdienen. Daar liepen dus veel van die sneue types rond.
Tegenwoordig schrijf ik boeken: van boeken wordt niemand rijk, behalve Mai Spijkers. Dat is aan de ene kant jammer, maar het voordeel is dat er voornamelijk mensen werken die bevlogen zijn; die daar zitten omdat ze boeken maken belangrijk vinden.
Dat is ook mooi aan het vrouwenvoetbal: de mensen die er in werken doen dat omdat ze het echt willen. Geld is namelijk geen reden.
Maar er is nog iets dat volgens mij de populariteit verklaart: nostalgie. Het vrouwenvoetbal heeft een sterk touwtje uit de brievenbus gehalte. Het verlangen naar  naar de jaren vijftig toen iedereen arm was, toen iedereen nog solidair was met elkaar, toen er nog geen ME nodig was bij wedstrijden, toen voetballers na een doelpunt gewoon juichten in plaats van allerlei gestoorde dansjes te doen. In feite zijn de populariteit van Boer zoekt vrouw, Heel Holland bakt, en het EK vrouwenvoetbal een gevolg van hetzelfde: het verlangen naar onschuld.
Het verlangen naar een tijd waarin alles nog puur en echt was.
Ik heb het hier al eens eerder gezegd: die zogenaamde solidariteit uit de jaren vijftig was volgens mij schijn. Natuurlijk, het was een veilige, duidelijke tijd, maar het was ook bekrompen, gesloten en naargeestig. Voetballende vrouwen werden in die tijd echt niet getolereerd, om maar eens iets te noemen.
Maar nostalgie is onuitroeibaar. Ik zag een interview met een deelnemer aan de Canal parade die verlangde naar de tijd dat het nog uitsluitend voor homo’s was. Hij vond dat al die transgenders en interseksuelen en hetero’s de boel maar verziekten. Mooi wel, die bekrompen nostalgie op een feest waar de vrijheid van ‘zijn’ wordt gevierd. Hoewel ik me al vaker heb afgevraagd hoe vrij mensen die zich allemaal verkleden als The Village People nou werkelijk zijn.
Terug naar het vrouwenvoetbal. Ik heb ervan genoten en ik hoop dat het nog lang klein zal blijven. Maar ik vrees het ergste.
Het is nog maar één dag na de gewonnen finale; maar de nostalgie begint al aan me te vreten.

8/03/2017

The Joshua Tree

Afgelopen weekend trad U2 op in het Johan Cruijff stadion om het album The Joshua Tree integraal te spelen. Ik was, zoals wel vaker, te laat met reserveren, dus besloot ik het album nog eens helemaal, met de koptelefoon op, te beluisteren.
Even los van de prachtige muziek, viel het me weer op hoe goed de teksten zijn. En hoe interessant de onderwerpen.
Het begint al met Where the streets have no name. De titel refereert aan Dublin waar je iemands religieuze achtergrond en inkomen kan aflezen aan de straat waarin hij woont. En als je het groter trekt: het land waarin je geboren wordt bepaalt je toekomst. Bono verlangt naar daar waar de straten geen naam hebben. Waar iedereen gelijke kansen heeft.
            Er staan veel politiek geladen teksten op; niet drammerig, zoals Bono later wordt, naar mooi, gedetailleerd. Ik zag een interview met Anthony Hopkins. Hij zegt: bij acteren moet je maar een stukje van een personage laten zien, nooit alles.
Zo is het met teksten ook: geef een detail, schets de sfeer, dan gaat de fantasie van de lezer zelf aan het werk. Daarom hou ik niet van volkszangers: het is zo dichtgesmeerd.
Bullet the blue sky schreef Bono naar aanleiding van een bezoek dat hij bracht aan Nicaragua en El Salvador. Hij zag wat Amerika daar had aangericht. Het nummer is zo actueel als maar kan: Plant a demon seed. You raise a flower of fire.
Het zou zo over Trump kunnen gaan.
Running to a standstill gaat over een heroineverslaafd meisje in Dublin. Ze woont in een van de zeven woontorens in een troosteloze wijk. I see seven towers, but I see only one way out. Mooi hoe Bono speelt met taal.  Goeie titel ook: het rennen naar stilstand als beeld voor het rusteloze zoeken naar een shot om niks meer te hoeven voelen.
Dan Red Hill Mining Town dat gaat over mijnwerkersstakingen in Engeland. Premier Thatcher wil de mijnen sluiten omdat ze niet rendabel meer zijn. De film Billy Elliot speelt tegen dezelfde achtergrond. De paradox: het werk in de mijnen is vreselijk, je hebt het zo vaak vervloekt en toch wil je het vast houden, want je hebt niets anders. I’m holding on, You’re all that’s left to hold on to.
Dertig jaar geleden luisterde ik minder naar de teksten. Ik werd meer aangetrokken door de muziek en door losse zinnen. I still haven’t found what I’ m looking for, was zo’n zin. Zoekende was ik, en het was fijn dat ik niet de enige was.
Alhoewel U2 na the Joshua Tree nog prachtige platen heeft gemaakt, werd het nooit meer zo goed als toen. Het succes keerde zich tegen Bono: hij ging geloven dat hij god was. Dat is vaak de tragiek van succesvolle mensen: ze gaan denken dat ze god zijn. Misschien is dat het probleem van god zelf ook wel.
The Joshua Tree is een oprechte, geengageerde, opstandige en intelligente plaat. Die zouden er meer gemaakt moeten worden. Er zou sowieso meer geengageerde kunst gemaakt mogen worden. De tijd schreeuwt erom.
Als er iets is waar kunst goed in is: uit iets lelijks, iets afschuwelijks, iets prachtigs maken.

8/02/2017

Zwarte kousen trans

Mijn grootvader dacht dat homoseksualiteit aangeleerd gedrag was. In die tijd een breed gedragen mening, inmiddels weten we beter.
Ik moest de afgelopen week aan hem denken toen het ging over transgenders. Naar aanleiding van de gemeente Amsterdam die  met een genderneutrale taalgids voor ambtenaren kwam en de NS  die ‘Beste reiziger’ gaat zeggen ipv ‘Dames en heren.
Ik betrapte mezelf erop dat ik dezelfde twijfel had als mijn grootvader indertijd: is het nou echt zo dat je in een verkeerd lichaam geboren kan worden? Twijfelen er echt zoveel mensen aan hun geslacht? Is het geen mode verschijnsel? Praten mensen het elkaar niet aan?
Een tijdje geleden las ik een verhaal over een man die zich had laten ombouwen tot vrouw en later weer terug tot man.
Maar, dacht ik, je moet je oordeel niet laten bepalen door uitwassen. Ik vind al die clipjes van rappers met gouden kettingen die tegen de billen staan te rijden van ‘bitches’ zoals vrouwen in die kringen schijnen te heten, ook uitwassen. Maar daarom veroordeel ik heteroseksualiteit nog niet.
            Daarbij, was mijn jeugheld David Bowie niet androgyn?
Dus ik besloot dat ik het prima vond dat we onze taal herzien en dat er genderneutrale wc’s komen. Democratie kost nou eenmaal geld.
Ik werd weer aan het twijfelen gebracht door een interview in de NRC met een van de transgenders die het onderwerp op de agenda heeft gezet. Hij vindt dat er in de geboorte akte moet komen te staan: ‘Bij geboorte gezien als meisje’ en hij vindt dat we niet meer beschuit met roze of blauwe muisjes moeten eten, maar, neutrale, witte.
Ook spreekt hij mij, de lezer, rechtstreeks aan. Hij zegt: ‘Mijn bestaan roept ook vragen over uw wezen op’.
Nou, ik twijfel aan veel, vroeger meer dan nu, maar de zekerheden díe ik heb worden echt niet aan het wankelen gebracht door de aanwezigheid van een transgender.
Wat een zelfoverschatting. En wat een betutteling om het over de kleur muisjes te hebben.
Je ziet dat vaak met de verspeiders van een ‘heilige’ boodschap: ze zijn zo dwingend. Je zag dat bij de Zwarte pieten discussie ook.
Ze doen denken aan zwarte kousen dominees, aan orthodoxe imams, aan mensen die zeggen dat drie druppels Bachremedie beter is dan chemotherapie.
Dit soort predikers zijn juist een vijand van de acceptatie. Ik word vanzelf anti als iemand me, vol morele superioriteit, zegt wat ik wel en niet mag doen.
Ruud Gullit en Frank Rijkaard hebben meer betekend voor de acceptatie van Surinaamse Nederlanders dan welke politicus of actiegroep of demonstratie ook. Eberhard van der Laan doet meer voor de acceptatie van kankerpatienten dan welke folder of media campagne ook. Niet omdat ze het er voortdurend over hebben, juist niet.
Wat trangenders echt zou helpen is een voorbeeld; een Gullit, een van der Laan. Iemand die we kunnen bewonderen om wat hij kan en die toevallig ook transgender is.
Als destijds Joseph Luns had gezegd dat hij homo was, had mijn grootvader homoseksualiteit zonder enig probleem geaccepteerd.


7/24/2017

Het Italië van Noord Europa


Vrijdag onthulde Der Spiegel dat er geheime afspraken zijn gemaakt tussen de grote duitse automerken, VW, Audi, Porsche, BMW en Mercedes. Daarmee breidt dieselgate zich verder uit; er lijkt ook sprake te zijn van kartelvorming.
Het is het aloude verhaal van bestuurders die denken dat ze onaantastbaar zijn.  
Wie te lang teveel macht heeft gaat zich vanzelf als maffia gedragen.
Het is overigens ook ingewikkeld.
Ik sprak iemand die in de raad van bestuur van een heel groot bedrijf zit. Hij zei: ‘Bijna alle mensen in mijn omgeving zeggen ja en amen tegen me. Vrijwel niemand durft me tegen te spreken. Voor je het weet ga je denken dat je altijd gelijk hebt.’
Duitse auto’s zijn populair omdat ze zo degelijk en betrouwbaar zijn.
Alles wat uit Duitsland komt wordt gezien als degelijk en betrouwbaar. Ook al is dat de laatste jaren aantoonbaar niet waar: denk aan Dieselgate, maar ook aan de Deutsche bank die tot over zijn oren in de Liboraffaire zit en net voor 66 miljoen euro moest schikken. Denk ook aan Hoeness, de president van Bayern Munchen die vanwege belastingontduiking 3,5 jaar in de cel zat, maar inmiddels weer doodleuk president is. Denk ook aan het onderzoek naar corruptie bij de toekenning van het WK voetbal aan Duitsland in 2006.
Duitsland is het Italie van Noord Europa aan het worden.
Het maakt de consument niets uit.
De verkoop van Volkswagens is in 2016, het jaar na het uitbreken van het dieselschandaal, niet gedaald, maar juist gestegen.
De verontwaardiging van de consument wordt met de mond beleden niet met daden.
Precies hetzelfde zag je tijdens de bankencrisis: mensen verweten bankiers hebzucht, terwijl ze zelf  hun spaargeld voor een half procentje meer op een vaag Ijslands bankje zetten.
Ik vind dat iedereen die na 2015 een nieuwe Volkswagen heeft gekocht zijn mond moet houden over het milieu.
Net zoals mensen die vlees eten niet verontwaardigd moeten doen over de jacht.
Net zoals mensen die fan zijn van Real Madrid niet moeten zeuren over corruptie.
Net zoals mensen die kleren bij de Primark kopen niet moeilijk moeten doen over kinderarbeid.
Als wordt bewezen wat Der Spiegel beweert, dan zullen er strafzaken volgen en grote boetes worden uitgedeeld. Maar ik verwacht niet dat een van die bedrijven zal omvallen. Ten eerste omdat de Duitse regering dat niet laat gebeuren en ten tweede omdat consumenten, wij dus, het helemaal geen punt vinden dat er geschoemeld wordt.
Wij willen brood, spelen en degelijke auto’s.

7/17/2017

Vrouwenvoetbal

Gisteren is het EK voetbal voor vrouwen begonnen. Er was de afgelopen weken veel aandacht in de media over dat er zo weinig aandacht in de media was voor vrouwenvoetbal.
Ik dacht nog: als al die aandacht in de media nou was gebruikt voor vrouwenvoetbal.
Ik zag de wedstrijd Nederland - Noorwegen en het viel me op dat het Nederlands elftal zo herkenbaar Nederlands voetbal speelde. Veel druk naar voren, steeds op de bal jagend, steeds de aanval zoekend. Het enige verschil met de mannen is dat het minder snel en explosief is. Het tempo ligt op het niveau van dat van de mannen in de jaren zeventig. Mooi om die beelden weer te zien: Cruijff, Keizer en Krol die zeeen van tijd hebben om een bal aan te nemen en es rustig te overleggen naar wie ze hem gaan spelen.
Net zoals het prachtig is om oude beelden van Wimbledon te zien: Bjorn Borg met een houten Donnay racket die, vergeleken met Federer en Nadal nu, rustig over het gras kuiert om een forehandje te slaan.
In die zin zou de acceptatie van vrouwenvoetbal wel eens sneller kunnen gaan dan menig journalist denkt: onbewust doet dat lage tempo mensen denken aan de gloriedagen van het Nederlandse voetbal: Duitsland 74; Argentinie 78. Ook kwa beeld: alle voetballers hadden lang haar.
In al die artikelen over vrouwenvoetbal de afgelopen weken werd regelmatig gesteld dat vrouwensport altijd minder aandacht krijgt dan mannensport. Dat is volgens mij niet  zo: de hockeydames zijn minstens even populair als de hockeymannen. Hetzelfde geldt voor handbal en volleybal. Tennis.
Volgens mij is het maar van wat je gewend bent. Wat je het eerst hebt leren kennen.  
Ik maakte als kind bijvoorbeeld kennis met wielrennen doordat wij Tour de France keken: een mannengebeuren. Daar is wielrennen voor mij geijkt. Dus toen, decennia later, vrouwen dat ook gingen doen, moest ik daar aan wennen. Sterker, het went eigenlijk niet: ik volg nooit een vrouwen wielren wedstrijd.
Bij tennis had ik dat niet omdat ik ben opgegroeid met Wimbledon waaraan zowel vrouwen als mannen meededen.  Ik keek net zo lief naar John McEnroe als naar Chris Evert.
Bij handbal is het zelfs omgekeerd. Ik ben het gaan volgen toen de dames het een paar jaar geleden zo goed deden op het WK en later de Olympische spelen. Mannenhandbal interesseert me niks.
Dus volgens mij heeft die aandacht niks te maken met sexe discriminatie; het is meer het principe: wie het eerst komt die het eerst maalt. Of: wat de boer niet kent dat lust hij niet.
Wel een feit is is dat vrouwen  een stuk minder verdienen. In de top honderd van best verdienende sporters staat maar een vrouw: Serena Williams.
Dat geldt niet exclusief voor sport: in het bedrijfsleven verdient een vrouw in precies dezelfde Ik vrees dat dat komt door dezelfde reden die ik hierboven noemde. Omdat dat de wereld is zoals we die  hebben leren kennen. Omdat we het gewend zijn. Omdat de menselijke geest niet van verandering houdt. Omdat de mens in wezen oerconservatief is.

7/11/2017

Rouwpopulisme

Afgelopen week overleed Tijn Kolsteren.
Allerlei bekende en onbekende Nederlanders rouwden om zijn dood. Zelfs de koning sprak over hem. 
Ik merkte dat ik er een dubbel gevoel bij had. Waarom toch, vroeg ik me af?
Misschien vertrouw ik de emoties van BN-ers niet zo. Ik bedoel, ik begrijp dat je geraakt bent door het verhaal van Tijn, maar waarom moet die emotie met iedereen gedeeld worden? Het leek af en toe meer te gaan om de emotie van de BN-er dan om de goede zaak.
Wat ik ook ongemakkelijk vind is het willekeurige karakter van de bereidheid van mensen om iets te doen.
Het is hetzelfde ongemak dat ik had bij de Icebucketchallenge; ineens is een ziekte sexy. Maar hoed je voor het moment dat de hype voorbij is.
De stroom geld voor onderzoek naar ALS is allang weer opgedroogd. Kennelijk vinden we het nu ineens niet meer belangrijk.
En dat terwijl op het moment van de hype, je bijna geen nee kon zeggen. Je MOEST meedoen, anders deugde je niet. Dat is een ander ongemak dat ik voel bij dit soort acties: er zit een sterk goed/fout oordeel in. Je mag er eigenlijk geen kanttekeningen bij maken. Dat een jaar later niemand meer iets geeft om de betreffende ziekte of ramp, doet er vervolgens niet toe.
Collectieve sympathie en collectieve rouw zijn als een sprinkhanenplaag: ze strijken ergens neer, vreten alles kaal en trekken verder.
Maar goed, misschien ben ik gewoon te recalcitrant. Ik kan nou eenmaal niet goed tegen het rouwpopulisme van de huidige samenleving. Voor mij is rouw iets individueels, iets dat je met een paar mensen deelt, niet met het hele land. Rouw is langdurig, iets dat jaren aanhoudt, geen instantemotie.
Maar kennelijk is er behoefte aan collectief gevoel. En ergens begrijp ik dat verlangen ook wel: ontroerd zijn door Tijn is misschien wel het enige gemeenschappelijke wat we nog hebben in deze verdeelde samenleving.
Maar dat is ook meteen het probleem: een jongetje van zes dat dood gaat en iets goeds wil doen voor medepatienten is zo overduidelijk sympathiek; zijn vroege dood zo verdrietig: dat iedereen daardoor ontroerd is, is niets meer dan een schijn eensgezindheid; een schijn verbondenheid.
Youp van t Hek en premier Rutte gebruikten grote, definitieve woorden. Ze zeiden dingen als “we zullen je nooit vergeten’, ‘we missen je allemaal’.
Van t Hek schreef in zijn column in NRC over de les die Tijn ons geleerd had over hoe we in het leven moesten staan. Dat is mooi, aan de andere kant denk ik: volgende week brandt hij weer iemand tot de grond toe af in zijn column, dus hoezo heeft hij iets van die jongen geleerd? Tijn stond toch juist voor liefde.
Nou ja, ik weet het ook niet.
Dat er met nagellakken, met behulp van BN-ers miljoenen zijn opgehaald voor een goed doel is geweldig, maar ook volstrekt willekeurig. Eigenlijk net zoals het leven.

7/03/2017

Sgt Peppers

Vorige maand verscheen de opnieuw gemixte uitgave van de moeder aller popalbums, Sgt Peppers Lonely Heartsclub Band.
Een museumstuk noemde George Martin, de producer van de Beatles, het album indertijd en inderdaad de plaat is zelfs vijftig jaar na verschijnen nog onaangetast in zijn grootsheid. De nachtwacht, de denker, Guernica.
De overigens vrij eenvoudige gitaarliedjes zijn zo totaal anders benaderd: blazers in ‘Sgt Peppers’, een harp in ‘She’s leaving home’, een clavecimel in ‘Fixing a hole’; een citar in ‘Within you, whitout you’ en natuurlijk het symphonieorkest dat alleen maar een glijdende toon omhoog speelt in ‘A day in the life’.
Het is onvoorstelbaar anders dan alles wat er was en wat er ooit zal zijn.
Misschien is het meest bijzondere wel dat het album meteen al zo’n waardering kreeg, want de Beatles liepen enorm ver voor de troepen uit.
Enigszins onderbelicht zijn mijns inziens de teksten. Natuurlijk, in de dagen van ‘Love me do’ en ‘Please please me’ was het niet om aan te horen. Of eigenlijk niet om aan te lezen. Maar later wordt het echt beter. De tekst van ‘She’s leaving home’ over een meisje dat het ouderlijk huis verlaat, is prachtig. ‘A day in the life’ is een  hoogtepunt. Een soort impressionistisch schilderij, flarden van een dag, iemand die wakker wordt en radio aanzet en in sluimertoestand het nieuws tot zich neemt. Onheilspellend. Nog even actueel nu als toen.
Terug naar de muziek.
Waarom een nieuwe mix?
De Beatles geloofden in mono, niet in stereo. Alle aandacht ging dus uit naar de mono mix. De stereomix werd er even ‘bij gedaan’, omdat de platenmaatschappij dat nou eenmaal wilde; de Beatles zelf waren er niet eens bij aanwezig.
Omdat niet veel later stereo de norm werd, werd die snel, niet zo zorgvuldig gemaakte stereomix, de mix we allemaal kennen.
Op verzoek van Paul en Ringo deed Giles Martin, de zoon van George, het opnieuw.
Het resultaat is onvoorstelbaar. De nummers zijn nu zoveel rijker en krachtiger. In vergelijking met de nieuwe klinkt de oude zo vlak.
Martin heeft alle sporen uit elkaar getrokken en de instrumenten een nieuwe plek gegeven. Om een voorbeeld te geven: de zang van McCartney in het titelnummer staat nu in het midden in plaats van links.
Dat maakt een enorm verschil; het geeft de andere instrumenten veel meer ruimte. Waar je welk instrument zet is heel belangrijk: voor het geluid, de dynamiek, de zeggingskracht. Daarbij heeft Martin ook de klankkleur van de instrumenten hier en daar verbeterd: de bas van McCartney klinkt voller, de drums van Ringo heftiger.
Er wordt nog al eens lacherig gedaan over het basale drumwerk van Starr. Ik vind hem een geweldige drummer. Eentje die alleen doet wat nodig is, niets meer. Dat hoor je door die nieuwe mix nog beter. Elke slag is raak. Eén rake slag zegt meer dan tien fills, hoe virtuoos ook gespeeld.
Het luisteren naar de hernieuwde Sgt Peppers ontroerde me.
De gedachte dat vier jongens in een paar jaar tijd alles veranderden; ze waren pas dertig toen ze uit elkaar gingen; de explosie van creativiteit; de schoonheid van alles.
Het brengt me terug bij mijn stelling dat kunst belangrijk is. Lastig precies te duiden waarom, dat maakt het ook zo kwetsbaar. Kunst is niet iets dat je in cijfers uit kan drukken. Ja, de Beatles zijn er erg rijk van geworden, maar Van Gogh verdiende niets.
Het verschijnen van Sgt Peppers in 1967 was een gebeurtenis die even verstrekkende gevolgen heeft gehad voor de kunst als de val van de muur voor de geschiedenis. Of het einde van de Tweede Wereldoorlog.
De nieuwe mix is alsof de oude zwart wit beelden kleur hebben gekregen. Je moet het echt luisteren. Koptelefoon op, ogen dicht en op play drukken.

6/13/2017

Boek

Mijn boek is af. Dat wil zeggen, de correctiefase komt er nog aan, maar dat stelt inhoudelijk gezien niets meer voor. Confronterend is het wel, want werkelijk elke komma blijk ik dan toch weer verkeerd te hebben gezet; woorden die aan elkaar horen, heb ik los van elkaar geschreven; ‘ideeen blijkt toch met drie ee’s te zijn. Of twee.
Ik zie er tegenop. In de jaren die ik werk aan een boek, leef ik intenser dan ervoor en erna. Het is alsof ik gevoeliger ben, opener. Ik toets alles wat ik meemaak, wat ik hoor en zie, aan de vraag of ik het kan gebruiken voor mijn boek. De camera staat permanent open en die sluit zich weer als ik klaar ben.  Ik ben een geinteresseerder mens, nieuwsgieriger. Ik stel betere vragen, ik dring dieper door tot materie.
Het boek is de vislijn die je met je meesleept en waaraan allerlei gedachtes en anekdotes blijven hangen.
Of misschien moet ik het zo zeggen: een boek geeft je gedachten een doel.
Het manuscript ligt dus nu bij de correctoren, wat overigens geen garantie is dat het foutloos is. Mijn eerste boek was door drie correctoren gelezen en toch stond er op de eerste bladzijde ‘eeen’, met drie ‘e’s.
Er komt ook een einde aan de gesprekken. Mijn nieuwe boek gaat over vluchtelingen en alles daaromheen; ik volgde anderhalf jaar lang twee broers uit Aleppo. Ik bezocht ze regelmatig, eerst in het AZC en later in hun appartement. Ik ging met ze uit eten, ik nam ze mee op reisjes. Ik sprak met rechters, ik dronk koffie met medewerkers van vluchtlingenwerk, ik sprak off the record met iemand van de IND. Dat is allemaal voorbij.
Vroeger stelde ik me voor dat schrijvers de laatste woorden typten, het blad uit de typemachine trokken om vervolgens het manuscript in een envelop te doen, naar de brievenbus te lopen om daarna tevreden een pijp op te steken en een biertje te drinken op het Leidscheplein.
Maar zo gaat het niet. Het einde van het schrijven van een boek is rafelig. Het zijn wat mailtjes heen en weer met je redacteur over pietluttigheden. Schrijf je dat trouwens aan elkaar of los?
Het laatste wat ik aan mijn vorige boek deed was naar mijn redacteur mailen dat we op pagina 212 toch maar ‘en dat deed hij vervolgens’ moesten zetten ipv ‘en vervolgens deed hij dat.’
            Ik zie op tegen de komende maanden. Want ook al wil ik het, de ervaring leert dat ik niet meteen kan beginnen met een nieuwe roman. De oude zit nog in de weg. Om het clichee maar te gebruiken: het is een afscheid. Je begint ook niet meteen met een nieuwe relatie als de oude net voorbij is. En als je dat toch doet blijkt het niet te werken. Omdat  het een vlucht is.
De komende maanden zal alles wat ik doe een vlucht zijn. Een vlucht voor het gevoel van doelloosheid. In between books.
Dat is lastig, maar natuurlijk niets vergeleken bij een echte vluchteling. Die zit in between lives.

            

5/30/2017

George en Annet

Twee weken geleden logeerde ik een paar dagen bij een Amerikaans gezin in een dorp onder de rook van Philadelphia. Mijn dochter bezocht daar haar beste vriendin die een jaar in Amerika bij een gastgezin verblijft.
De gastouders bleken buitengewoon hartelijk en gastvrij; bij gebrek aan logeerkamer sliep hun dochter bij hun op de kamer op de vloer en ik in die van haar.
We spraken over de dingen waar je met Amerikanen die je niet kent over spreekt: dat Amerika zo’n groot land is, dat Nederland onder de zeespiegel ligt, dat New York vroeger van ons was.
Het viel me op dat ze veel wisten over Europa: ze waren in Rome en Parijs geweest, ze wisten dat Denemarken niet de hoofdstad van Nederland was.
De tweede avond kwamen we over politiek te spreken.
Het bleek dat ze Trump hadden gestemd en fervent tegenstander waren van Obamacare.
Ik betrapte me erop dat ik mij de Trump stemmer heel anders had voorgesteld: lelijker, dikker, dommer, haatdragender.
Ik vroeg ze wat ze tegen Obamacare hadden.
George legde uit: ‘Vóór Obamacare betaalden ik vijfduizend dollar per jaar voor een ziektekostenverzekering; nu meer dan achtduizend.
En weet je waarom? Omdat jonge, gezonde mensen geen verzekering nemen.’
Ik was verbaasd, ik zei dat die verzekering toch verplicht was.
‘Klopt’, antwoordde hij, ‘maar de boete die je krijgt als je je niet verzekerd is zo laag, dat bijna alle jonge, gezonde mensen daar voor kiezen. En omdat alle ongezonde mensen die vroeger onverzekerd waren, dat nu verplicht wel zijn, betalen wij dus meer.
Annet heeft nu drie banen, ik werk tien uur per dag en we hebben allebei twee weken vakantie per jaar. Ik vind het helemaal niet erg om voor anderen te betalen, maar dan moet wel iedereen mee doen.’
Ik schrok van zijn verhaal omdat het zo eenvoudig en begrijpelijk was. Ik zou ook tegen zijn. Ik schrok dus eigenlijk omdat ik ze zo goed begreep, terwijl ze Trump hadden gestemd.
Ik heb het hier al eerder gezegd, toen ging het over de PVV: het meerendeel van de mensen die op een populistische partij stemt is veel genuanceerder dan de partij waar ze voor kiezen. Oftewel, de leiders van populistische partijen misbruiken hun kiezer.
George en Annet zijn helemaal niet woedend of haatdragend, zoals Trump wil doen geloven. Ze voelen zich voor het blok gezet en ze hebben nog gelijk ook.
Ik vroeg me af waarom ik dit verhaal in niet één Nederlandse krant heb gelezen.
Is er iemand bang dat ik niet in staat ben de juiste conclusies te trekken? Dat is niet nodig; ik zie zelf ook wel dat Trump een megalomane, narcistische, gevaarlijke proleet is. Ik wil alleen graag begrijpen waarom zoveel mensen op hem gestemd hebben.
Na drie dagen vertrokken we; ik had meer geleerd over Amerika dan in drie maanden nieuws volgen in Nederland.
George en Annet zwaaiden ons uit. Ze woonden in een typisch Amerikaans wijkje op een heuvel met vrijstaande houten huizen, die bij nader inzien niet van hout bleken te zijn, maar van plastic.
Misschien is dat wel een mooi beeld: van een afstand zie je niet wat het is. We moeten beter leren kijken. We moeten dichterbij komen.

3/27/2017

Nederlands

Afgelopen vrijdag was het boekenbal en daarom wilde ik het vandaag hebben over het vak Nederlands op middelbare scholen.
Om maar met de deur in huis te vallen: ik denk dat er wat moet veranderen aan de manier waarop boeken op scholen benaderd worden.
Het idee dat het anders moet kwam op toen ik een vragenlijst onder ogen kreeg die mijn dochter moest invullen over een roman die ze gelezen had voor haar lijst.
Het waren vragen over het motief; het leidmotief, het klassiek motief, het schrijvers motief, het verhaalmotief. Het waren vragen over het thema, het genre, over subgenres, over motto’s, vertelperspectieven.
Vragen die ik absoluut niet kon beantwoorden, wat opmerkelijk is, want ik had de roman zelf geschreven.
Ik vrees dat als je op deze manier boeken bevraagd, de lust tot lezen veel leerlingen vergaat. Mij wel in ieder geval. Te theoretisch. Te analytisch, te droog.
Volgens mij moet het in eerste instantie gaan over wat het boek met de lezer doet.
Daarna kan je het hebben over stromingen in de literatuur, over de technieken die de schrijver gebruikt. 
Een kunstenaar is over het algemeen ook niet bezig met theorieen. Die maakt gewoon wat. Ik bedenk vantevoren ook niet wat mijn thema of motief is. Dat lees ik achteraf wel in de recensies.
Ik ben er dus voor om het in de les veel meer te hebben over de vraag waarom je iets mooi vindt. En misschien zelfs dat niet.
Misschien moet literatuuronderwijs alleen maar zijn: zorgen dat een leerling iets onder ogen krijgt dat hem of haar raakt. Misschien is de opdracht aan de docent wel: zorg dat je je leerling zo goed leert kennen dat je hem of haar dat ene boek, dat ene gedicht aan kan reiken waardoor ie aan het lezen slaat.
Ik ben er namelijk van overtuigd dat als een leerling eenmaal geraakt is, het daarna veel makkelijker gaat.
Zoals het meestal gaat met het ontdekken van muziek. Daar komt geen leraar aan te pas en toch ontdekken jongeren vanalles. Mijn dochter rolt van het ene obscure bandje naar het andere. Ze maakt vrienden via de fansites en samen ontdekken ze weer nieuwe.
Maar het gaat verder.
Mijn zoon hoorde onlangs via een vriendje ‘The art of peer pressure’ van Kendrick Lamar.
Me and my niggas four deep in a white Toyota
a Quarter tank of gas, one pistol and orange soda
Gefascineerd als hij was door de woorden nigga en pistol, begon hij te googlen en kwam vanzelf terecht op de Compten, de buurt in Los Angeles waar Lamar vandaan komt. Hij las over de uitzichtloosheid van de mensen daar, het geweld. Hij las wat over de geschiedenis, over Martin Luther King.
Ik geloof dat mensen van nature nieuwsgierig zijn: het gaat er alleen maar om dat ze ‘aangezet’ worden. De leraar moet de eerste dominosteen omgooien.
Eigenlijk is het opvallend dat het met het ontdekken van muziek vaak vanzelf gaat, terwijl het met literatuur zo lastig is. Ik denk dat dat iets te maken met die theoretische benadering.
Ik ben overigens helemaal niet tegen analyse, ik denk alleen dat de volgorde verkeerd is: eerst het enthousiasme, dan de verdieping. Eerst geraakt worden, dan de theorie.
Literatuuronderwijs moet in eerste instantie een leesclub zijn.
De rest volgt vanzelf: als een leerling eenmaal iets mooi vindt, als hij hongerig is naar meer, als ie z’n mond open heeft, giet je de theorie er zo achteraan.

3/13/2017

Erdomannetjes




De Nederlandse regering heeft de zaak met de ministers van Turkije niet echt op z’n Michelle Obama’s afgehandeld. ‘When they go low, we go high’, is haar motto.
De Nederlandse regering ging low.
En misschien is dat maar goed ook. Je ziet in Amerika wat er van komt als je high gaat.
Of het juridisch helemaal klopt, weet ik niet. Ik dacht dat je in Nederland elke mening, hoe onzinnig ook, mocht ventileren, zolang je maar niet aanzet tot haat.
Jomanda heeft jarenlang mogen verkondigen dat je met ingestraald water kanker kan genezen; dat is net zo bizar als zeggen dat democratie er bij gebaat is als je één man alle macht geeft.
Het ging vooral om de manier waarop Turkije het bezoek probeerde door te drukken: dreigen met sancties, liegen tegen burgemeester Aboutaleb.
Ik had op de lagere school ook een Erdomannetje in de klas: Jeffrey. Hij was een soort Viking: groot, sterk, blond. Hij leed aan hetzelfde alpha apen gedrag als de Turkse premier: hij intimideerde, hij vocht, hij schreeuwde, hij sloeg zichzelf op de borst.
Wij, iets te keurig opgevoedde jongetjes, probeerden angstvallig uit zijn buurt te blijven, maar, zoals dat gaat met Erdomannetjes: hij zocht je op. Hij wilde zijn macht tonen en vergroten. Dus na verloop van tijd moesten wij ons brood afstaan als er iets lekkers op zat, en weer later moesten we zijn tas dragen, zijn fiets uit de stalling halen. Als je weigerde kreeg je klappen.
Hij claimde ook een steeds groter stuk van het schoolplein.
Ik begrijp dat hij later een dubieuze vastgoedonderneming is gestart. Maar dat is een pleonasme.
Hoe dan ook, hij ontwikkelde zich steeds meer tot de schrik van het schoolplein.
Dat veranderde toen Dinand op school kwam. Hij was even groot en sterk als Jeffrey, en zat op zijn elfde al bij de F side van FC Den Bosch, dus vechten was zijn lust en zijn leven. Je had overigens verder geen last van hem, want hij bemoeide zich met niemand.
Behalve noodgedwongen met Jeffrey die hem als een bedreiging zag en begon te provoceren. Dat leidde na een week tot een gevecht, dat ik zou willen typeren als de moeder aller schoolpleingevechten. En waarbij wij met afschuw, maar toch ook wel met bewondering toekeken hoe de twee kemphanen elkaar te lijf gingen. Er werden nekklemmen gezet, er werd op ogen geslagen, er werd op ribben gebeukt.
Het gevecht eindigde toen de schoolbel ging: onbeslist.
Toch veranderde die gebeurtenis veel: Jeffrey liet zich steeds minder zien op het plein; hij had steeds minder interesse in ons; wij konden zelfs weer onze boterhammen op eten.
Hij verlegde zijn terrein naar een straat een eindje verderop en werd de tiran van de Theresialaan waar hij niets vermoedende jongens op weg naar hockey een beuk verkocht en ze hun flesje drinken afhandig maakte.
Want zo werkt het bij Erdomannetjes: ze moeten íemand kunnen overheersen.
Ik voorspel dat de rel met Turkije snel vergeten zal zijn. Erdogan weet nu dat er in Nederland niets te halen is en zal op zoek gaan naar een nieuw slachtoffer.
Misschien is Luxemburg een goed alternatief.

3/06/2017

Populisten


Omdat één van de personages in de roman die ik aan het schrijven ben, rechtse sympathieen heeft, verdiepte ik mij de afgelopen tijd in mensen die op populistische partijen stemmen. Populisme gaat overigens wel verder dan rechts: Denk en Artikel 1 vallen daar ook onder.
Ik sprak een aantal PVV stemmers en las brieven die het AD publiceerde en waarin mensen uitleggen waarom ze PVV of VNL stemmen.
Ik verwachtte scheldkannonades en woede. Maar dat was niet zo. De meeste schrijvers konden redelijk goed onder woorden brengen waarom ze bezorgd waren; de meeste mensen die ik sprak waren niet onredelijk.
Mijn conclusie is dan ook dat het meerendeel van de mensen die op populistische partijen stemt veel genuanceerder is dan de partij waar ze voor kiezen.
Anders gezegd: de leiders van populistische partijen misbruiken hun kiezers.
Dat doen ze op een aantal manieren.
Allereerst door vaag te blijven.
De PVV zet zijn verkiezingsprogramma op een A 4 tje; Jan Roos stelt bij Jinek dat onze cultuur wordt weggegumd omdat jaren geleden op de Hogeschool Amsterdam geen kerstboom in de gang gezet mocht worden om moslims niet te beledigen. De vraag is: werd dat om die reden niet gedaan? Is dat één keer gebeurd? Of gebeurt dat nog steeds? Gebeurt dat op alle Hogescholen in Nederland?
Dat blijft onduidelijk.
Maar dat geeft niks: een populistische partij werkt met het principe: als je iets maar vaak genoeg herhaalt, wordt het vanzelf waar.
Als Kuzu maar blijft herhalen dat artsen racistische beslissingen nemen gaan mensen na verloop van tijd vanzelf denken dat er iets aan de hand is.
Ten tweede: populistische partijen benoemen alleen wat er niet goed gaat.
Daarbij gebruiken ze voornamelijk woorden in de overtreffende trap zoals: krankzinnig, belachelijk, een ramp. Ze gebruiken nooit woorden als: een beetje, of soms, of misschien.
Ten derde: ze gebruiken één emotie: verontwaardiging.
Dat is overigens van alle tijden. Toen de vorige populistische golf over Nederland spoelde, het fanatiek socialistische Nieuw Links van de jaren zeventig, zei Gerard Reve daar wel iets moois voer: Een socialist is iemand die vindt dat de ander teveel verdient.
Daarmee vatte hij het sentiment wel aardig samen.
Ik zou analoog aan Reve willen zeggen: Een populist is iemand die vindt dat de ander de schuld van alles verdient.
Overigens is het interessant om te zien wat er is geworden van de leiders van Nieuw Links. Om er een paar te noemen: Han Lammers werd commissaris van de koningin; Marcel van Dam woont op een landgoed van ruim 10 hectare en Andre van der Louw werd minister.
Opvallend voor mensen die zich radicaal tegen de gevestigde orde en het kapitalisme keerden.
Zo zal het ook gaan met de populistische leiders van nu. Zo gaat het namelijk altijd: een rebel is iemand die jaloers is dat hij zelf de macht niet heeft. Zodra hij de kans heeft pakt hij die macht.
Het tragische is dat de terechte zorgen van ‘Henk en Ingrid’, om maar in het populistische jargon te blijven, hiervoor misbruikt worden.
Waar iemand zegt: de buurt verandert, zegt Wilders: het is de schuld van de islam.
Waar iemand zegt, ik voel me niet veilig, zegt Jan Roos: het is de schuld van de elite.
Waar iemand zegt: wat erg dat mijn vader is overleden, zegt Kuzu: het is de schuld van de blanke arts.
Dat is wat populisten doen: je geeft ze een vinger, ze nemen je hele hand.


2/24/2017

Egovinding

Afgelopen zaterdag ging het in het radio programma Argos over een oud hoogleraar die grote bedragen heeft overgemaakt aan bedrijfjes die hem hielpen met het begeleiden van promovendi. Daar is op zich niets mis mee, ware het niet dat die bedrijfjes van familieleden van de hoogleraar bleken te zijn en dat een van die bedrijfjes een schoonheidssalon was.
Reden dus voor een journalist van Argos om de voorzitter van het college van bestuur van de universiteit te bellen voor een reactie.
Wat volgde was het meest overbodige interview dat ik in jaren op de radio heb gehoord.
De voorzitter van het college weet namelijk alles van de zaak af, maar kan en wil niets zeggen omdat de zaak onder de rechter is.
De journalist weet dat en trekt zich daar niks van aan.

(Fragmenten zijn van Argos aflevering“Aangifte verduistering door oud decaan Universiteit Tilburg
I = Interviewer; V = Voorzitter college van bestuur)

V: Wij hebben in april 2016 aangifte gedaan tegen een oud medewerker van ons ja
I: Een professor
V: Het is iemand van de wetenschappelijke staf
I: Een professor van humanities
V: Maar kijk, wat ik belangrijk vind in het kader van de zorgvuldigheid als werkgever en ook vanwege de privacy van de betrokkene dat ik daar verder niet op inga.

Kijk, hier legt de voorzitter uit waarom hij er niets over wil zeggen.
Maar daar neemt de interviewer geen genoegen mee:

I: Dus het is professor Arie de Ruiter die decaan was van de faculteit Geesteswetenschappen.
V: Nou ja nogmaals, wij hebben aangifte gedaan tegen een oud medewerker uit de wetenschappelijke staf en ik vind het belangrijk dat wij als werkgever dat zorgvuldig doen en dat de rechtsgang nu gewoon zijn beloop heeft en dat vanwege privacy van betrokkenen ik daar nu verder niet op inga.

Nu heeft hij dus twee keer uitgelegd dat hij er niets over wil zeggen en waarom. Dan zou je denken dat het interview klaar is. Maar nee, het is net begonnen.

I: Hij geeft opdrachten in de hoogte van tonnen voor de begeleiding van promovendi aan iemand uit zijn eigen familie.
V: Ja. Ik hoor het en gelijkertijd zeg ik dat ik daar verder niet op in wil gaan.
I: Heeft u wel eens gekeken wat voor bedrijf dat is, Isola Tisera?
V: Ja, ik wil daar verder niet op ingaan.
I: Het is een schoonheidssalon
V: Ja nogmaals, wij hebben uitvoerig intern en extern onderzoek gedaan …

En dan komt weer de hele riedel waarom hij er niets over wil zeggen.
Dan gaat het over de hoogte van de bedragen die betaald zijn

V: Dat is wat u zegt; dat het om aanzienlijke bedragen gaat
I: In totaal meer dan een miljoen euro
V: Nou ja, het gaat in ieder geval om aanzienlijk bedragen
I: In totaal meer dan een miljoen euro
V: Als het waar is, is het buitengewoon naar en daarom hebben wij ook aangifte gedaan en ik ben blij dat we dat zelf hebben ontdekt
I: meer dan 1 miljoen euro
V: Nou ja, het gaat om aanzienlijke bedragen
I: Als wij naar buiten gaan brengen dat het om 1 miljoen euro gaat, zou het fijn zijn als u zou zeggen: nou dat slaat gewoon nergens op. Dan gaan we dat ook niet naar buiten brengen.
V: Het gaat om aanzienlijke bedragen dat heb ik bevestigd

Mijn vraag is: wat wil de journalist hiermee? Hoopt hij dat de voorzitter zich  verspreekt? En dan? Wat toont hij daarmee aan? Dat de voorzitter weet dat het om professor de Ruiter gaat?
Dat is helemaal  niet nodig want in het vervolg van de uitzending belt de interviewer met de professor zelf die gewoon toegeeft externe bureau’s te hebben ingeschakeld.
Waarom dan?
Om de suggestie te wekken van een doofpot? Maar welke dan? De voorzitter heeft juist zelf een onderzoek laten instellen en aangifte gedaan.
Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het hier niet zozeer gaat om  waarheidsvinding, maar om egovinding.
En dat is jammer.
Ik vind namelijk dat journalisten ontzettend belangrijk werk doen onder vaak lastige omstandigheden. Zeker de laatste jaren hebben ze veel vijanden.
Dit soort suggestieve, overbodige interviews doen hun zaak geen goed.
In andere woorden: met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig.

2/14/2017

Elite

Gisteren was het interview met Geert Wilders. Hij zei dat hij met de woorden nepparlement en neprechters niet het instituut bedoelde maar de mensen die het bevolken. Daaruit begreep ik dat hij in ieder geval niet het parlement wil afschaffen of de rechterlijke macht, maar wel de mensen die erin zitten. Dat is googelen met woorden. Want als je vindt dat daar de verkeerde mensen zitten, zeg je eigenlijk dat het systeem niet deugt, want datzelfde systeem maakt het mogelijk dat verkeerde mensen gekozen worden.
Hetzelfde doet Wilders bij de Minder Marokanen uitspraak. Daar stelt hij dat hij niet een ras bedoelt, maar mensen die uit Marokko komen. Daarom zou het geen racistische opmerking zijn.
Jaja, en Bill Clinton had ook geen sex met Monica Lewinsky.
Het is een juridisch, semantisch steekspel.
Misschien heeft mevrouw Paay daar ook nog wat aan: plassen in het gezicht is geen sexuele handeling. Mijn partner had z’n bril niet op en dacht dat ik de wc pot was.
Het woord dat ook weer viel in het interview was het woord: elite. Dat woord wordt tegenwoordig door zoveel verschillende mensen in zoveel verschillende contexten, voor zoveel verschillende groepen gebruikt dat mij inmiddels volstrekt onduidelijk is wie er nou precies tot die elite behoort.
Zijn het mensen die op de gracht wonen, mensen die directeur zijn, mensen die niet van voetbal houden, mensen die niet naar Wie is de mol kijken?
Elite is een verzamelnaam geworden voor iedereen die een mening heeft die jou niet welgevallig is.
Voor Denk is de elite vooral blank AUtochtoon, voor de PVV zijn het vooral hoogopgeleide, genuanceerde mensen, voor de SP zijn het topmensen uit het bedrijfsleven.
Ik ben zelf ook elite: ik ben blank, hoogopgeleid, van goede komaf, ik schrijf boeken, ik kijk niet naar The voice of Holland.
Ik heb besloten me er niet voor te schamen. En me niet in te houden. Het zou toch raar zijn als ik geen krant meer zou lezen omdat het meerendeel van de mensen geen krant meer leest. Dat is net zoiets als dat Usain Bolt zich zou inhouden uit solidariteit met atleten die niet zo hard kunnen lopen.
Ik vind ook dat ‘de elite’, wat dat dan ook precies moge zijn, moet stoppen met zichzelf te verontschuldigen. Volgens mij heeft Nederland een prima elite.
Want vergis je niet: er zal er altijd een zijn. Zo gauw het volk de macht grijpt, vormt zich binnen de korste keren weer een elite.
Zo ging het na de Franse revolutie, na de communistische revolutie in Rusland, maar ook na de val van de muur. En zo zal het ook gaan in Amerika waar het volk onder leiding van Trump de oude elite probeert weg te vagen. Let maar op, binnen de korste keren is er weer een nieuwe.
Je zou rustig kunnen stellen dat een volk niet zonder kan.
Volgens mij is de vraag dus niet zozeer: willen we een elite, maar: willen we de elite die we nu hebben?
Volgens mij heeft Nederland een prima elite: redelijk genuanceerd, veel belasting betalend, redelijk solidair. Kijk naar de gezondheidszorg, het onderwijs en het openbaar vervoer. Daar is vast van alles op aan te merken, maar als je op wereldschaal kijkt doen we het rete goed.
Je kan je dus afvragen of, als je dit nepparlement en deze neprechters vervangt, het allemaal zoveel beter wordt.
In het kader daarvan wil ik graag eindigen met een zin uit een liedje van de onvolprezen Joni Mitchel: Don’t it always seem to go that you don’t know what you got untill it’s gone.



2/07/2017

Tijd lezen

Mensen die wij kennen zijn vorige maand ge-emigreerd naar Nieuw Zeeland. Om meerdere redenen, maar toch vooral omdat ze het te onrustig vinden in Europa. Ze denken dat het weer oorlog wordt.
Dus de kinderen zijn van school gehaald, hij is gestopt met werken en met alleen wat spaargeld zitten ze nu in een huurappartement in Wellington.
Ik schrok er van, en het zette mij aan het denken: moet ik geen maatregelen nemen voor als het hier inderdaad fout gaat?
Het eerste probleem waarop ik stuitte was: hoe ziet dat fout gaan er dan uit?
Hebben we het dan over een oorlog met tanks en vliegtuigen? Of wordt het een cyberoorlog? Is ie al gaande?
En waar komt het gevaar vandaan: uit Rusland, het Midden Oosten, China? Uit Europa zelf? Of komt het echte gevaar van Google en Facebook, zoals Dave Eggers in zijn geweldige roman ‘De cirkel’ voorspelt?
En hoe laat is het dan nu? Is het vijf voor twaalf?
In april 1940 dacht driekwart van Nederland nog dat er niks aan de hand was.
Ik heb geen idee hoe ik de signalen moet lezen.
Zijn we aan het opschuiven richting shariastaat? We censureren onszelf allang. Er is geen cabaretier, behalve misschien Hans Teeuwen, die op het podium harde grappen durft te maken over Allah. Niet dat dat van mij hoeft, maar het is opvallend dat als je wel voortdurend uithaalt naar bijvoorbeeld kakkers of zweefteven of bankiers of Christenen, je nooit eens iets zegt over Allah of Mohammed. Begint het afglijden zo?
Of is het slechts een randverschijnsel, dat vanzelf weer verdwijnt naarmate mensen beter geintegreerd raken. Molukkers kapen ook allang geen treinen meer.
De gebeurtenissen in Amerika zijn ook lastig te duiden. Zijn we getuige van de afschaffing van de democratie? Pessimisten zeggen: Hitler is ook democratisch gekozen. Of is de oudste democratie van de wereld ruimschoots opgewassen tegen lunatics. Ontketent Trump tegenkrachten die hem omver zullen blazen?
Of is Trump eigenlijk de juiste man op het juiste moment? Je kan veel van hem zeggen, maar hij schopt wel in een keer de zelfingenomen, corrupte, politieke elite omver. Misschien werd dat wel eens tijd. 
Dan is er nog de vraag hoe ik moet reageren. Moet ik me fel opstellen, moet ik mild blijven? Moet ik het gesprek aangaan, moet ik het maar laten?
Misschien is de beste reactie op deze tijd wel: blijven doen wat je altijd al deed. Zoals de Fransen en Duitsers deden na de aanslagen. Onverstoorbaarheid als muur waarop terrorisme afketst.
Het team van Lubach ging ook gewoon door met wat ze altijd deden: satire maken. Hun filmpje heeft honderd keer meer invloed op de gebeurtenissen dan met z’n allen op het malieveld gaan staan en tegen elkaar zeggen: wat hebben wij toch ongelofelijk gelijk. Demonstreren in Nederland heeft toch vooral een therapeutisch karakter.
Dus ik heb besloten om voorlopig maar niet naar Nieuw Zeeland te vertrekken, al was het maar omdat je daar aardbevingen hebt.
Ik blijf voorlopig maar doen wat ik altijd deed: schrijven bijvoorbeeld. Om daar dan maar mee te eindigen: ik zit in een zeilbootje op zee. Het mist, je ziet geen hand voor ogen. In de verte klinkt een scheepshoorn. Ik heb geen idee waar het schip zich bevindt en welke koers het vaart. Ik hou me vast aan de rand en hoop dat hij niet mijn kant op komt.

1/09/2017

Kunst

Ik wilde dit jaar maar eens beginnen met een elitair standpunt: ik vind dat kunstvakken verplicht moeten worden op school.
Kunst wordt tegenwoordig gezien als luxe.
En inderdaad, je kan je de vraag stellen: wat is het belang van kunst? Wat doet een roman ertoe, wat heeft een balletvoorstelling voor zin?
Deze vraag is de afgelopen jaren met de grote bezuinigingen op de kunstsector, volop aan de orde geweest. En alhoewel ik vind dat je heel terughoudend moet zijn met subsidies, vind ik het gemak, het dedain waarmee steeds meer mensen over kunstenaars spreken verontrustend. Alsof het allemaal luie, subsidieverslaafde uitvreters zijn, terwijl het tegendeel waar is: mensen werken hard, verdienen weinig en maken prachtige voorstellingen, schrijven schitterende boeken. Natuurlijk is niet elk experiment geslaagd, maar je kan nooit iets vernieuwen als je niet bereid bent om fouten te maken. Dacht je dat Rembrandt nooit een slecht schilderij heeft gemaakt?
Het valt me trouwens ook op dat diezelfde zinvraag, een stuk minder vaak gesteld wordt als het gaat om andere beroepsgroepen, terwijl je je volgens mij best kan afvragen of al die managers, en al die juristen en al die politici nou zo’n zinvolle bijdrage aan de wereld leveren.
Maar waarin ligt dan het belang van kunst?
Om het even bij boeken te houden: een goed boek is in staat om je te raken, om je verder te brengen, inzicht te geven en misschien wel om iets te veranderen.
Sommige boeken hebben mijn leven veranderd. Of eigenlijk moet ik zeggen, ik was aan een verandering toe, maar ik had het zelf nog niet door. Het boek gaf woorden aan wat ik zelf nog niet helder had.
Om een voorbeeld te geven: ik studeerde Rechten in Groningen omdat je daar ‘alle kanten mee op kon’, maar ik wilde eigenlijk iets anders.
Toen las ik De ondragelijke lichtheid van het bestaan van Milan Kundera waarin het gaat over keuzes maken en waarin zo mooi beschreven staat dat het leven geen generale repetitie kent; er komt geen tweede keer.
Toen begreep ik dat als ik wilde veranderen, ik het nu moest doen.
            Maar het gaat veel verder. De boeken van dissidente schrijvers als Havel of Solzjenitsyn waren van onschatbare waarde ten tijde van de communistische dictatuur; de muziek van de Beatles heeft misschien wel meer invloed gehad op de val van het ijzeren gordijn dan welke politicus ook.
            Hoezo is kunst een luxe?
 Maar hoe breng je iemand liefde voor kunst bij?
In de film Dead Poets Society speelt Robin Williams een bevlogen literatuurdocent die zijn uitgebluste leerlingen vraagt om de eerste bladzijde van hun literatuurboek eruit te scheuren. Hij vraagt ze om vooral niet een theoretische verhandeling te bestuderen, maar om de gedichten voor te dragen. En te luisteren. En te vertellen wat er met ze gebeurt.
Langzaam beginnen de leerlingen die aanvankelijk niets moesten hebben van poezie, de schoonheid te ontdekken.
De film laat zien dat het niet zozeer gaat om wat de stof is, als wel, om hoe je de stof behandelt.
Dus het simpele antwoord op de vraag hoe je iemand liefde voor kunst bijbrengt is: betere leraren.
Het ingewikkelde antwoord is dat het schoolsysteem moet veranderen. Dat we toe moeten naar een systeem waarbij kunstvakken even serieus worden genomen als ‘gewone’ vakken.
Kunst is namelijk helemaal geen luxe, zeker niet in tijden van Trump, Poetin, Erdogan, Wilders en Le Pen. Hoe minder vrijheid, hoe belangrijker kunst wordt. Hoe rauwer de samenleving, hoe meer houvast, troost en inzicht kunst kan bieden.
Kunst is, naast wetenschap en journalistiek, het enige medicijn tegen populisme en nihilisme. Kunst is de zuurstof in de samenleving. Als je kinderen daar niet mee opvoedt, schaffen een paar gekken het over een paar jaar gewoon af.