11/27/2017

Verontwaardiging

Vorige week ging  mijn column over een lezing die ik had in Ter Apel. Ik nam mijn arrogantie als westerling op de hak: al mijn bekrompen vooroordelen over het Noordoosten van het land bleken inderdaad bekrompen vooroordelen te zijn.
Ik gebruikte in mijn column de stijlvorm: hyperbool. Oftewel, de overdrijving: ik zei dat ik bij Ter Apel dacht aan moerassen, krom lopende, terneergeslagen mensen met klompen aan die ik niet zou kunnen verstaan. Uiteraard dacht ik dat niet echt, ik heb zelf zes jaar in Groningen gewoond, maar ik wilde zo het contrast met de werkelijkheid, het mooie landschap, de gastvrije mensen, groter maken. En op die manier mijzelf de maat nemen.
Bij sommige onderwerpen weet je van tevoren dat er veel mensen zullen reageren. Als het over onderwijs gaat bijvoorbeeld, maar ook onderwerpen als metoo  of zwarte piet staan garant voor een hoop emoties. En over een maand zijn er ongetwijfeld weer nieuwe onderwerpen die heel Facebook en twitter van levensbelang achten.
Bij mijn column over Ter Apel had ik dat echter totaal niet verwacht. Het gebeurde wel. Het filmpje is inmiddels tweehonderddertigduizend keer bekeken en er kwamen alleen al via FB meer dan zevenhonderd reacties binnen. Ik ben op een moment gestopt met ze te lezen, ik moest voor vandaag ook weer een column schrijven, maar het werd me wel duidelijk dat er twee kampen waren: het ene kamp vond de column geestig, het andere kamp niet. To say the least.
Om een indruk te geven een paar reacties: ‘Hee, randdebiel, trek je hoofd uit je randstedelijke aars’, ‘Kruip terug in je hol waar je uit komt’, ‘dorpsmongool’, ‘vieze hufter’. Ook was er Iemand die vond dat ik een gebiedsverbod moest krijgen en iemand was verontwaardigd dat ik had gezegd dat ter Apel alleen een kanaal met wat huizen was, terwijl ze wel degelijk een Hema, een kruidvat, een action en een zeeman hadden.
Nou valt er over humor te twisten.
Ik kan me heel goed voorstellen dat je iets niet geestig vindt. Wat me verbaast is de woede bij sommige mensen, de enorme verontwaardiging.
Ik krijg soms het idee dat het helemaal niet uitmaakt over welk onderwerp je schrijft: er is gewoon een groep mensen die graag boos is. Voor wie verontwaardiging een manier van leven is.
Sommige mensen hebben aan één goedbedoelde opmerking genoeg om woedend te worden. Zoals een doorgesnoven gast op zaterdagavond in een steegje aan één blik genoeg heeft om een ruzie te beginnen. ‘Wat zit je naar me te kijken lul?’
Misschien, dacht ik, moet je het inderdaad zien als verslaving. Woede junkies.
Misschien is de omgeving van FB en twitter niet de ideale omgeving voor mensen die vatbaar zijn voor verontwaardiging. Zoals de buurt rond het station niet zo ideaal is voor mensen die gevoelig zijn voor drugs.
Discusieren met mensen die verontwaardigd zijn, is lastig. Ze zijn er namelijk van overtuigd dat dat er niets zit tussen hun gelijk en jouw ongelijk.
Dat is misschien ook wel het verslavende: het gevoel hebben dat je terecht heel boos bent.
Toch klopt dat niet.
Het feit dat je verontwaardigd bent, betekent niet per definitie dat de ander ongelijk heeft.
Het feit dat je boos bent betekent niet dat er sprake is van onrecht.
Het feit dat je hard roept betekent niet dat je gelijk hebt.
Laat ik een heel arrogant advies geven: haal eens wat vaker je schouders op.
Mijn moeder was daar altijd goed in. Dan zaten mijn broer en ik naar iets flauws op tv te kijken, Sjef van Oekel’s discohoek bijvoorbeeld. Dan bleef ze in het voorbij gaan even staan, keek tien seconden mee, haalde haar schouders op en liep door.
Dat lijkt mij gezond. Letterlijk gezond. Wind je niet over alles op. Choose your battles.
Misschien wordt het tijd voor een afkickkliniek voor boze mensen.

11/20/2017

Ter Apel

Ik had laatst een lezing op een school in Ter Apel. Ter Apel is natuurlijk bekend van het opvangcentrum voor asielzoekers, minder bekend is hoe ver weg het is. Althans, ik had me dat helemaal niet gerealiseerd, maar het ligt achter Emmen. Ik wist eerlijk gezegd niet dat het na Emmen ook nog Nederland heette. Het is veel verder rijden dan Groningen of Maastricht.
Je komt er via Barger Compascuum en Emmer Erfscheidenveen en Roswinkel. Het ligt niet ver van Tweede Exloermond en Mussel en Hahnentange.
Namen die bij mij beelden opriepen van moerassen met hier en daar een boerderij waar de electriciteit nog via kabels op houten palen naartoe werd geleid. Als er al electriciteit was. Namen die beelden opriepen van terneergeslagen mensen met laarzen en overalls en kromgetrokken ruggen van het zware werk op het land. Publieke werken.
Namen die mij deden vrezen dat ik de vragen uit de zaal niet zou verstaan.
Ik begon aan mijn vooroordelen te twijfelen toen ik zag dat mijn mobiele telefoon bij aankomst nog ontvangst had.
De twijfel werd groter toen ik Hotel Boschhuis zag waar de lezing plaats had; een mooi, wit, ouderwets hotel tegenover een fraai gerestaureerd klooster.
De twijfel werd compleet toen ik ontvangen werd door de twee meisjes die de lezing georganiseerd hadden; ze hadden normale kleren aan, ze liepen niet krom; ik kon ze goed verstaan; ze maakten een opgeruimde, ja zelfs gelukkige indruk.
Ze namen me mee naar de grote zaal van het hotel; het zag er goed uit: de stoelen stonden al klaar, er was een geluidsinstallatie, er was licht.
‘Wil je wat drinken?’, vroeg een van de meisjes
‘Koffie’, zei ik om het niet te ingewikkeld te maken.
‘Cappucino, Espresso, Machiato?’, vroeg ze.
Ik pakte de boeken uit mijn tas uit en vroeg hoeveel leerlingen er kwamen.
‘Ongeveer tweehondervijftig’, zei Janniek.
‘Komt de hele school dan?’
Ik was eerlijk gezegd al verbaasd dat er uberhaupt een school was.
Het bleek alleen om de bovenbouw Havo/VWO te gaan van de plaatselijke school, die ruim duizend leerlingen telde.
‘Maar waar komen al die leerlingen dan vandaan?’, vroeg ik, want Ter Apel is niet veel meer dan een kanaal met wat huizen.
Ze bleken uit allerlei plaatsjes te komen: Nieuw Weerdinge, Exloerkijl, Jipsingboertange, Barenfleer.
Ik legde mijn papieren op het tafeltje op het podium waar een fles San Benedetto bronwater voor me klaar stond en vroeg of ze misschien in een van de lessen aandacht hadden besteed aan mijn werk.
‘We hebben in alle klassen een voordracht gehouden over uw werk’, zei een van de meisjes, ‘ze hebben allemaal minstens een boek van u gelezen, we hebben een paar van uw liedjes laten horen en een aantal columns geluisterd.’
Ik deed of ik dat normaal vond. Alsof dat op alle scholen waar ik kom zo gaat.
Dat is niet zo. Meestal moet ik vertellen wie ik ben, wat ik kom doen en vooral, hoe lang het gaat duren.
Om kwart voor een druppelden de leerlingen binnen: rustig, zonder lawaai, zonder geschreeuw. Niemand had klompen aan.
Ik hield mijn verhaal, zij luisterden anderhalf uur lang aandachtig en stelden zinnige vragen die ik goed kon verstaan.
En ineens realiseerde ik me dat er een patroon in zit: hoe verder verwijderd van de randstad, hoe beter voorbereid leerlingen zijn. In het Westen hebben leerlingen vaak iets routineus: ‘Oh, weer een schrijver’. In de provincie zijn ze echt blij dat je helemaal naar hun toe bent gekomen. Ze willen er alles uithalen.
Toen de lezing voorbij was, at ik in het restaurant een broodje Hollandse garnalen met cocktailsaus; zo lekker had ik het al jaren niet meer gegeten. Ik kon er gewoon met creditcard betalen.
Toen ik terugreed had ik bij Zwolle al heimwee.


11/13/2017

De cijfers van Appelo


Afgelopen donderdag was de rechtszaak tegen een lid van Vindicat dat tijdens de ontgroening vorig jaar op het hoofd van iemand was gaan staan. Telegraaf journaliste Saskia Belleman deed er op twitter heel gedetailleerd verslag van. Er kwam een onthutsend beeld naar voren over een ontgroening, waar richtlijnen ontbraken en vooral, waar het ontbrak aan besef. Ik heb het hier al eerder opgemerkt: ontgroening is een spel dat je bloedseries moet nemen. Je speelt namelijk met vuur.
De gedachte achter een ontgroening is dat je elkaar, de vereniging en jezelf snel leert kennen. Je loopt tegen grenzen aan, je gaat er soms over, het maakt je weerbaarder. En alhoewel ik mijn ontgroening vreselijk vond, zie ik wel iets in de gedachte dat elke tegenslag, elke ontbering je verder helpt, mits die je niet blijvend beschadigd. Je leert meer  van iets dat tegenzit, dan van iets dat zonder enige moeite gaat. Maar nogmaals, alleen als het je geen schade toebrengt; fysiek dan wel geestelijk.
En daar zit precies het spanningsveld: een ontgroening mag zwaar zijn, het mag uitputtend zijn, het mag over je grenzen gaan, maar het mag je niet beschadigen. Daarom is het zo ingewikkeld. Daarom gaat het af en toe mis.
Overigens vind ik het ook voor de jongen die nu terecht staat een persoonlijk drama: hij is het gezicht geworden van wat er over de hele linie mis was bij de ontgroening in Groningen. Op haar beurt is Vindicat weer het gezicht geworden van wat er mis is bij de corpora in Nederland: het gevoel dat er bij teveel leden en oud leden heerst: meer te mogen dan anderen. Het gevoel boven de wet te staan.
Zoals iedere keer als er iets (negatiefs) over Vindicat in de pers verschijnt is de Groningse psycholoog Appelo er als de kippen bij om er een volstrekt onbewijsbare theorie aan te hangen. Vorige maand beweerde hij op deze zender dat Vindicat een terroristische organisatie is en dat er mensen verkracht worden, afgelopen zaterdag stelde hij in de Volkskrant dat hij de afgelopen twintig jaar een tiental leden met psychische problemen heeft behandeld .
Dat zal vast waar zijn, maar wat zegt het? Laten we even goed naar de cijfers kijken: er worden per jaar gemiddeld 400 studenten lid van Vindicat. Dat zijn er in twintig jaar dus achtduizend. Van die achtduizend zijn er dus een tiental behandeld. Dat is 0,125 %. Een achtste procent dus. Nou is Appelo ongetwijfeld niet de enige psycholoog in Groningen, laten we aannemen dat er 10 psychologen zijn die allemaal de afgelopen twintig jaar tien studenten van Vindicat in behandeling hebben gehad, dan kom je op 1,25%. Ik ken de landelijke cijfers niet, maar dat lijkt me weinig. Het enige dat ik zo snel kon vinden was de studenten gezondheidstest die de Uva en de HvA doen, en daaruit blijkt dat 17% van de studenten kampt met psychische klachten.
Als voorbeeld van  problemen die studenten bij Vindicat hebben noemt Appelo: buitensporig drankgebruik waardoor iemand  steeds verderop raakt met zijn studie. Goh, wat opzienbarend, iemand die teveel drinkt en achterop raakt met zijn studie, dat zie je eigenlijk nooit bij ‘gewone’ studenten. Ook was er een meisje dat aan een orgie had deelgenomen en daar achteraf spijt van had. Ook dat is heel opvallend: mensen in die leeftijdscategorie die ergens achteraf spijt van hebben.
Wat me zo verbaast is dat Appelo in de Volkskrant net als vorige maand op deze zender, zonder enige kritische vraag, zijn verhaal mag doen. Wat hij namelijk doet is, en ik quote nu Wikipedia:  het bezien van alle aanwijzingen vanuit één als juist aangenomen hypothese, waardoor andere verklaringen over het hoofd worden gezien.

Dat is de definitie van tunnelvisie.

10/26/2017

#IhavenoideaifIhave deel 3

Onder het mom van Schrijven is uitzoeken wat je vindt, wil ik het nog één, laatste keer over #metoo hebben. Omdat ik steeds helderder krijg wat mijn dilemma in deze discussie is.
Aan de ene kant vind ik het goed en belangrijk dat vrouwen naar buiten komen met hun verhalen; het is ongelooflijk dat zoveel vrouwen lastig gevallen worden en daar niet van durfden te getuigen omdat ze zich schamen of omdat ze ten onrechte zichzelf de schuld geven. Het is goed dat we erover praten. Bewustwording is de sleutel tot gedragsverandering.
Aan de andere kant kom ik uit een juristenfamilie en heb ik het adagium ‘je bent pas schuldig als je veroordeeld bent’ hoog in het vaandel. Ik vind het doodeng dat mannen die beschuldigd worden min of meer vogelvrij zijn, terwijl je, hoe pijnlijk ook, wel degelijk vraagtekens kan zetten bij verklaringen van mensen die gaan over gebeurtenissen die twintig, dertig of veertig jaar geleden hebben plaats gevonden.
Ik heb het in een ander verband hier een paar weken geleden ook over gehad: geheugen is onbetrouwbaar. Het is niet zo dat er als het ware een foto genomen wordt van een gebeurtenis, en dat die foto er precies zo uit ziet als je hem later jaren weer tevoorschijn haalt. Nee er komen dingen bij en er gaan dingen af. Het geheugen is dynamisch. Ik verwijs hier nog maar eens naar het interessante onderzoek van professor Wagenaar.
Daar zit dus iets tegenstrijdigs in: ik wil dat vrouwen, en mannen, in alle veiligheid hun verhaal kunnen doen, vervolgens wantrouw ik die verhalen dan weer.
Het lastige is ook dat je eigenlijk geen kanttekeningen kan maken bij zo’n persoonlijk en pijnlijk verhaal.
Getuige Jelle Brandt Corstius gisteren bij DWDD. Er is net een fragment vertoont van een advocate die zegt dat zegt dat hij misschien beter wel aangifte had kunnen doen. En dan reageert hij als volgt:
Fragment DWDD
Maar het gaat mij om mensen die hiernaar kijken bij wie ook zoiets is gebeurd en die schamen zich kapot. En die hebben al zoveel moeite om het te hebben verteld. En dan krijgen ze van zo’n middelmatige trut op hun kop. Ja, misschien wordt dat ook een smaadzaak. Sew me bitch.
Ik snap de emotie; iemand die net naar buiten is gekomen met een verhaal waarvoor hij zich jaren geschaamd heeft, wil medeleven, troost, geen kritische opmerkingen. En toch moet dat.
We stuiten hier op de onbarmhartige grenzen van ons rechtssysteem.
Het best wordt dat geillustreerd door de zaak Weinstein. Na al die belastende verklaringen van vrouwen en het onderzoek van de NY times, denk ik natuurlijk ook: hij is zo fout als wat. Maar mijn rechtsgevoel zegt dat ook deze man pas schuldig is als hij veroordeeld is.
Daarbij is er ook nog zoiets als massapsychose. Onder invloed van verhalen van anderen gaan mensen hun eigen verhaal aanpassen. Het bekendste voorbeeld, Oude Pekela, dateert van ruim dertig jaar geleden, toen tientallen ouders ervan overtuigd waren dat hun kinderen misbruikt waren door als clown verklede kinderlokkers. Ondanks langdurig rechercheonderzoek en honderden getuigenverhoren, is er nooit iets bewezen.
            Het laatste wat ik wil is het probleem bagataliseren. Ik ben ook overweldigd door de hoeveelheid verhalen van intimidatie en aanranding. Ik ben alleen zo bang dat we het ene onrecht voor het andere inruilen.
Als je het principe ‘iemand is pas schuldig als het bewezen is’ loslaat kies je in wezen voor een terugkeer naar de Middeleeuwen met openbare terechtstellingen op het dorpsplein.