9/14/2010

Wilders (2)

Er zijn veel mensen die het aanstaande kabinet met de PVV als een groot naderend onheil beschouwen. Ze vinden dat Wilders voor verruwing in het debat zorgt, ze vinden dat hij bevolkingsgroepen tegen elkaar opzet; ze maken zich zelfs zorgen om de rechtstaat.
Ik maak me ook zorgen om de rechtstaat, maar niet zozeer vanwege Wilders.
Laat ik vooropstellen dat ik ook niet van zijn woordkeuze en retoriek houd; het is express en onnodig kwetsend. Er zijn helaas meer islamcriticasters die daar last van hebben, of ik moet zeggen, hadden: Van Gogh, Fortuin.
Dat is nou eenmaal de prijs die je betaalt voor een vrije samenleving; je mag (bijna) alles zeggen. Je zou alleen hopen dat mensen het niet altijd doen.
Maar in plaats van over wat er wel gezegd wordt, maak ik me eerder zorgen om wat er niet gezegd wordt. Bijvoorbeeld door cabaretiers als Youp van ’t Hek en Dolf Jansen die doorgaans over alles en iedereen een mening hebben. Het kan zijn dat ik iets gemist heb, maar ik hoor ze nooit harde grappen maken over moslims. Niet dat ik vind dat je harde grappen over moslims moet maken, maar als een cabaretier overal grappen over maakt behalve over moslims vind ik dat verontrustend. Dan lijkt het erop dat hij dat niet durft.
Wat me ook zorgen baart is dat ik de critici van Wilders niet of nauwelijks hoor over de toename van geweld tegen homo’s en Joden, zoals vandaag weer blijkt uit cijfers van de politie (Landelijk Criminaliteitsbeeld Discriminatie). Het aantal meldingen van antisemitische discriminatie incidenten is in 2009 gestegen met bijna 50 procent, het aantal geregistreerde anti homo incidenten met 13 procent. Let op het woord: geregistreerde. In praktijk is het natuurlijk veel erger, de meeste mensen durven helemaal geen aangifte te doen of vinden het teveel gedoe of weten dat het toch niets oplevert.
Ten derde vindt ik het zorgelijk dat er zo weinig mensen compassie tonen met de situatie van Wilders die al jaren feitelijk geen priveleven meer heeft.
Toen er een fatwa werd uitgesproken over Salman Rushdie stond de hele wereld op z’n kop; iedere zichzelf respecterende politicus, schrijver, leider sprak zijn walging uit. Nu er een democratisch gekozen politicus vanwege zijn mening in safehouses moet wonen hoor ik niemand. Natuurlijk, als het ze gevraagd wordt spreken collega’s er schande van, maar er is nooit sprake geweest van een breedgedragen verontwaardiging.
Het lijkt er op dat mensen vinden dat hij het aan zichzelf te danken heeft; dat wie zich brandt op de blaren moet zitten; dat iemand die ‘kopvoddentaks’ durft te zeggen, minder recht heeft op vrijheid dan anderen.
Dat vind ik verontrustend.
Zwijgen is een grotere bedreiging voor de rechtstaat dan spreken. Hoe misplaatst en bekrompen de teksten soms ook mogen zijn.