Posts tonen met het label hotel sofia. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hotel sofia. Alle posts tonen

6/13/2012

Hoax

Ik was op zoek naar iets nieuws; naar een andere manier om publiciteit te krijgen voor mijn derde roman, HOTEL SOFIA. Want als je niks doet ben je afhankelijk van het goede humeur van een paar recensenten en wat redacteuren bij radio en tv. En van het toeval, natuurlijk. Ik wilde niet het risico lopen dat mijn boek na twee jaar hard werken binnen twee maanden uit de boekhandel verdwenen zou zijn. Om het clichee over de ‘geboorte’ van een roman te gebruiken: ik wilde mijn kindje niet te vondeling leggen. Daarbij had ik tijd. De eerste maanden nadat een boek af is, lukt het me toch niet om met iets nieuws te beginnen. Dan schuifel ik een beetje onwennig door mijn kamer; bezorgd of het wel in goede handen is. Dus wilde ik na het verschijnen van mijn derde roman, HOTEL SOFIA, iets dóen. Al was het maar om afleiding te hebben. Toen iemand tegen me zei: ‘Jouw boek leest als een film’, wist ik het. Ik vroeg Jean van de Velde, Thomas Acda, Mark Rietman, Manuel Broekman en Anne Wallis de Vries mee te spelen in een ‘making of filmpje’ van de – niet bestaande – film HOTEL SOFIA. Vervolgens verstuurde mijn uitgever persberichten waarin stond dat de film in januari 2013 uit zou komen. Twee weken later verspreidden we het bericht dat de verfilming was gestaakt omdat ‘het boek toch beter is dan de film’. Het werkte: NU.nl; de Telegraaf, AD, Parool, Filmfestival.nl en RTL Boulevard besteedden aandacht aan HOTEL SOFIA. Misschien is de onderliggende drijfveer van reclame maken voor je boek wel dezelfde als voor het opvoeden van kinderen: jezelf de indruk geven dat je er alles aan gedaan hebt.

5/15/2012

Tofik

Het gaat bij verkiezingen niet om argumenten maar om alles eromheen. Tofik Dibi zal nooit leider van Groenlinks worden: zijn schouders staan te ver naar voren en hij beweegt teveel. Hij ziet eruit als een jongetje van dertien dat een liedje moet zingen voor de vriendinnen van zijn moeder op haar verjaardag. Mona Keijzer daarentegen zit kaarsrecht en beweegt nauwelijks. Je moet maar eens opletten; gisteren bij Knevel en van den Brink heeft ze maar drie keer bewogen. Dat is ijzersterk. Ook als ze niet aan het woord was, domineerde ze de tafel, enkel en alleen door haar houding. Sybrand van Haersma Buma staat ook goed, rustig. Hij beweegt meer dan Keijzer, maar zijn bewegingen zijn gecontroleerd. Niet zoals bij Tofik bij wie je steeds bang bent dat hij een glas water omstoot. Balkenende bewoog ook niet goed: te houterig. Een oom die je je baby liever niet in handen geeft als hij op kraamvisite is. Obama vertrouw je dat wel toe; Merkel ook; Sarkozy niet. Misschien is dat wel de onderliggende vraag die de keuze voor een leider bepaalt: mag hij of zij mijn baby vasthouden. De argumenten komen later wel.

5/07/2012

4 mei

Ik wilde op 4 mei met mijn zoontje (10) naar de herdenking op de eerebegraafplaats Bloemendaal. Het is een prachtige plek, middenin de Kennemer Duinen, waar verzetshelden als Walraven van Hall, Hannie Schaft en Gerrit Jan van der Veen begraven liggen. Het doet denken aan de Waalsdorpervlakte die ik ken van de herdenkingen op tv waar ik als kind naar keek. Het leek me goed om hem een keer mee te nemen: omdat het zo indrukwekkend is om met honderden mensen tegelijk stil te zijn. En omdat ik vind dat, ondanks zevenenzestig jaar vrede, de gruwelijkheden van de oorlog herdacht moeten blijven worden. Onbegonnen werk; mijn zoontje speelt het liefst met de plastic soldaatjes en tanks die hij twee jaar geleden op koninginnedag voor 1 euro kocht. Voor hem is oorlog spannend. En een koopje. Omdat het wel eens druk zou kunnen zijn, besloot ik met de fiets te gaan. Aan het begin van de Zeeweg werd ik tegengehouden door een man met een geel vest. ‘U moet lopen’, zei hij. Ik keek voor me. De autoweg was afgezet; het fietspad was leeg. ‘Het is afgezet’, zei hij ten overvloede. ‘Maar het is nog twee kilometer.’ De man knikte. Ik keek op mijn horloge; het was kwart voor acht. ‘Dan red ik het niet.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Gaat het nou niet door?’, vroeg mijn zoon die achterop zat. Ik verwachtte dat de aanblik van een beteuterd kind de man van gedachte zou doen veranderen. Maar hij vertrok geen spier. Verontwaardigd door het totale gebrek aan compassie begon ik mij op te winden: ‘Waar slaat dat nou op,’ zei ik, ‘de weg is helemaal leeg; het fietspad is leeg. Ik ga voor het eerst met hem naar een herdenking. Dat kan je hem toch niet ontnemen.’ Het hielp allemaal niet; hoe bozer ik werd, des te glaziger keek de man mij aan. Uiteindelijk stapte ik af en liep met mijn fiets aan de hand verder. ‘Zeikerd’, mompelde ik toen ik buiten zijn gehoorsafstand was. Na dertig meter stapte ik weer op. Mijn zoons ogen begonnen te glimmen. ‘Ik dek ons wel’, zei hij terwijl hij met zijn hand een pistool nabootste en het op de man richtte die met zijn rug naar ons toe stond. Een oorlog ligt altijd op de loer. Het begint bij iemand die je tegenhoudt.

3/06/2012

Tijd doden


Afgelopen vrijdag de presentatie van Hotel Sofia in de geweldige boekhandel De Vries in Haarlem (zie foto). Nu in een soort niemandsland: boek af, de eerste reacties druppelen binnen, onzekerheid over wat men er van vindt en ondertussen kan ik niet aan iets nieuws beginnen.
Zaterdagochtend belde de eerste vriend; hij had het in één ruk uitgelezen. ‘Prachtig boek’, zei hij, ‘naar het einde toe wordt het steeds pakkender.’
‘Dus het begin vind je niks’, zei ik. Je hoort wat je wilt horen. Of, je hoort alleen waar je bang voor bent.
Zondag sprak ik een andere vriend. ‘Ik heb nog geen tijd gehad om het te lezen’, zei hij. Hij zal er wel in begonnen zijn en het niks vinden, dacht ik.
Een boek moet zich zetten; na een aantal reacties weet je wat de teneur is. Tot dat moment is het nagelbijten.
Dus gisteren om de tijd te doden naar ‘The Descendants’ met George Clooney. Voor het eerst weer eens ’s middags naar de bioscoop wat toch iets ongemakkelijks heeft: je ziet mensen denken: wat doet een volwassen man ’s middag in de bioscoop. Heef hij geen werk?
Je ziet wat je wil zien.
Vanochtend om half negen aan mijn schrijftafel; geen idee wat ik moest doen. Sinds het boek af is mis ik de ‘verplichte’ uren schrijven.
Dus even naar de computerwinkel om een al maanden spelend computerprobleem op te lossen. Ik had er uitgebreid naar gezocht op internet maar kon de oplossing niet vinden. Binnen drie zinnen had de verkoper het probleem geanalyseerd en zette hij een kastje op de toonbank. ‘Dit heb je nodig,’ zei hij.
Heerlijk, mensen die iets zeker weten.