12/18/2009

Boos

Ik was boos op mijn zoon. Dat gebeurt wel eens vaker en – gelukkig – gaat het nooit ergens over. Dit keer was het omdat ik hem tien keer had gevraagd uit bad te komen en hij het maar niet deed. Hij was te druk met het afvuren van playmobilpoppetjes door middel van een uit een oude shampoofles afkomstige waterstraal.
Toen ik uiteindelijk SCHIET OP brulde keek hij me in opperste verbazing aan. Dat doet hij meestal als hij weet dat hij te ver is gegaan.
‘Ik wist niet dat ik eruit moest’, zei hij.
HOEZO NIET, IK HEB HET TIEN KEER GEZEGD, riep ik.
‘Ja maar ik versta je niet’, zei hij. En daarna mompelde hij: ‘Abuboja, retsi kon’ (of zoiets), om duidelijk te maken dat hij een andere taal sprak en mij dus niet kon verstaan.
Ook die truc kende ik al.
‘Geen grapjes nou’, zei ik, iets rustiger.
‘Retsi rakka poempa.’
‘Jacob, kom uit bad.’
‘...’
‘KOM NU UIT BAD’.
Toen hij nog geen aanstalten maakte om eruit te komen begon ik aan mijn riedel die hij inmiddels ook wel uit zijn hoofd zal kennen:
‘Waarom moet ik alles tien keer vragen? Je begrijpt toch wel dat ik daar boos om word. Doe nou toch eens wat ik je zeg. Dat is makkelijker voor ons allemaal.’
‘Bieba kletsi wok’, zei hij.
‘OK’, zei ik, ‘ik tel tot drie. Een, twEE, DRIE.’
Maar ook dat maakte geen indruk en dus besloot ik hem aan zijn armen uit bad te trekken. Na twee mislukte pogingen van hem om terug in bad te stappen, lukte het mij om hem af te drogen en hem zijn pyjama aan te doen.
‘En nu zelf je tanden poetsen’, zei ik in de wetenschap dat dit op dit moment van de strijd een onmogelijke missie was.
En inderdaad, hij ging demonstratief met zijn armen over elkaar op de rand van het bad zitten.
Omdat ik geen zin had in weer een scene liep ik de badkamer uit, sloeg de deur dicht, riep: ‘ZOEK HET ZELF MAAR UIT en ging beneden voor de TV zitten.
Ik had meteen spijt van mijn actie, maar vond dat ik niet meteen naar boven moest gaan omdat hij toch ook iets moest leren.
Na enige tijd hoorde ik hem boven zijn tanden poetsen en zijn bed in klimmen.
Ik liep de trap op naar zijn kamer en zag dat hij met zijn hoofd onder de dekens lag.
‘Slaap je al?’, vroeg ik.
Hij zei niets.
Ik sloeg het dekbed een stukje terug. Hij trok het meteen weer naar zich toe.
‘Sorry dat ik boos werd’, zei ik, ‘maar je moet echt beter luisteren.’
Weer zei hij niets.
Ik trok het dekbed weer weg, gaf hem een kus en zei dat ik van hem hield.
Toen ik bij zijn deur was gekomen viel mijn oog op het zwarte tafeltje. Er lag een briefje op. Daarnaast lag zijn horloge dat hij voor Sinterklaas had gekregen.
Ik pakte het briefje en las: ‘Liefe Papa, je mag mijn horloosje leenen.’
Ik liep terug naar zijn bed en aaide over zijn hoofd.
‘Wat fijn dat ik je horloge mag lenen’, zei ik.
Hij pakte mijn arm.
‘Ja’, zei hij, ‘maar je mag hem maar een dag lenen.’