10/27/2015

Vlees

Bewerkt vlees staat sinds gisteren op de lijst van kankerverwekkende stoffen.
Samen met asbest en roken.
Toen ik het las schrok ik, ook al wist ik niet precies wat bewerkt betekende. Mij lijkt vlees altijd bewerkt, tenzij je bij het avondeten een hele koe met huid en haar op je bord legt.
Het bleek te gaan om vlees waaraan stoffen zijn toegevoegd voor de smaak of voor de houdbaarheid.
Kort gezegd: al het vlees.
Onmiddellijk struinde ik het internet af naar het hoe en waarom. Daarbij stuitte ik op hoogleraar moleculaire epidemilogie, Weijenberg, die, wat mij betreft tevergeefs, sussende woorden probeerde te spreken. Hij zei: je krijgt niet direct kanker als je één keertje bewerkt vlees eet.
Eén keertje?
Ik eet drie keer per week bewerkt vlees. Ik rekende het snel uit: drie keer 52 weken maal vijftig: ik heb in mijn leven zo’n 8000 keer bewerkt vlees gegeten.
Het is een wonder dat ik nog leef.

Mijn ongerustheid sloeg, naar goed Nederlands gebruik, om in woede. Hoe kon dit zo lang onder de pet gehouden zijn? Hoe was het mogelijk dat ze daar nu pas achter kwamen? Dit was groter, veel groter, dan dieselgate. De verantwoordelijken moesten voor het gerecht. Politici moesten gestraft worden. Zo doen we dat hier. Ik wilde raadsvergaderingen; ik wilde mensen uitschelden, ik wilde middelvingers opsteken.
Tot ik me realiseerde dat het onderzoek dat vleeseters hufters zijn, was verzonnen door Diederik Stapel en mevrouw Vonk.
Dus ik hoefde me gelukkig helemaal niet kwaad te maken.

Ik realiseerde me nog iets: dat het maar een onderzoekje was. En met wetenschappelijk onderzoek is het heel eenvoudig: binnen een paar jaar wordt het tegendeel bewezen.
Ik geef het een jaar of vijf, dan is er vast weer een wetenschapper die aantoont dat bewerkt vlees juist goed is tegen kanker.
Zoals je vroeger maar één ei per week mocht omdat er teveel cholestorol in het eigeel zou zitten, tot iemand ontdekte dat in het eiwit nou juist weer een stof zat die de cholestorol afbreekt. Dus nu mag je er weer gewoon drie per dag.

Wetenschap is in zekere zin een geloof, een aanname die stand houdt tot iemand iets anders vindt. Dan geloof je dat weer.
Dat doet de kerk toch beter: die zorgt gewoon dat er geen nieuw onderzoek komt.

Er is, bedacht ik me, nog een mogelijkheid: namelijk dat het onderzoek betaald is door de anti vlees lobby, door wakker dier, door een sojabonenproducent.
In mijn jeugd waren er door de overheid betaalde reclamespotjes van Joris driepinter die ieder kind op het hart drukte drie glazen melk per dag te drinken. Tot bleek dat dat helemaal niet gezond is. Het onderzoek was betaald door een melkproducent.
Ik besloot om me er niet meer over op te winden.  Al kocht ik voor de zekerheid wel kabeljauwburgers in plaats van rookworst.

Over een maand zal wel weer blijken dat je daar impotent van wordt.

9/14/2015

Verval

Ik bracht vanochtend mijn dochter naar het station.  Ze ging met de klas naar Parijs. Met de Thalys.
Terwijl ik haar uitzwaaide zag ik beelden voor me van gemaskerde mannen met kalashnikovs en ik moest denken aan de tijd dat ik studeerde in Groningen en eens per maand de trein nam vanuit Den Bosch. Steeds als we in de buurt van Beilen kwamen en de trein afremde voor die grote bocht sloeg de angst toe. De enkele keer dat  de trein helemaal tot stilstand kwam, wist ik het zeker: we zijn gekaapt.

De terreurbeweging RMS bestond uit jonge Molukkers die, zeer terecht, teleurgesteld waren in hoe Nederland hun en hun ouders had behandeld. Zij vonden dat Nederland haar belofte na moest komen, namelijk een eigen staat op het eiland Ambon. Toen duidelijk werd dat dat niet ging gebeuren zochten zij hun heil in geweld.
Terreurgroepen proberen iets vast te houden wat aan het wegglijden is. Ze voeren een achterhoede gevecht, want uiteindelijk worden ze ingehaald door de veranderingen waartegen ze zich verzetten.
Of het nou gaat om de IRA, de ETA, de RAF, de FARC of IS.
Hoe heilig het doel ook: het vergaat ze zoals het alles vergaat in het leven: eerst is er de opkomst, dan de bloei, het verval en soms de wedergeboorte.
Het jammere is alleen dat je ze op het verkeerde moment kan treffen.
Ik appte mijn dochter dat ze het beste onder de bank kon duiken, mocht er iemand met een pistool gaan zwaaien.

Op mijn kantoor las ik over een interview met Felix Rottenberg waarin hij uithaalt naar partijleider Samsom.
Ook een duidelijk symptoom van verval: mensen gaan elkaar in het openbaar de schuld geven.
De Partij van de arbeid gaat ten onder aan haar eigen succes. De arbeider is geemancipeerd, er is een minimumloon, een ziektekostenverzekering, kinderarbeid is afgeschaft.
Wat heeft het nu nog voor zin om PvdA te stemmen?
Ik vind dat Samsom en in zijn kielzog Dijsselbloem en Asscher dat goed hebben aangevoeld: zij willen de partij veranderen. Ik vond het moedig dat ze besloten samen te werken met de gezworen vijand, de VVD, en niet bleven hangen in principes.
Rottenberg wil terug naar vroeger, naar het socialisme van de jaren vijftig/zestig, de onaantastbare dogma’s en is daarmee in feite reactionair. Net als Hans Spekman.
Ze weigeren te aanvaarden dat de wereld veranderd is.

Michael Gorbatsjov heeft daar iets moois over gezegd: ‘Ik geloof dat slechts hij in gevaar is die niet reageert op het leven.’

Bij het Nederlands elftal zie je hetzelfde.
Ook hier lopen allerlei Rottenbergs rond die vinden dat Nederland altijd aanvallend moet spelen, ongeacht de kwaliteit van de eigen spelers of die van de tegenstander.
Maar de wereld is veranderd. De gouden generatie wordt oud; de nieuwe is er nog niet klaar voor. Zo gaat dat nou eenmaal. Niks om je over op te winden, hoogstens een reden om met melancholie terug te denken aan de vorige twee WK’s. En je ziel in leidzaamheid bezitten: op een dag gaan we weer winnen. We zijn aanbeland in de stilte tussen twee delen, de stilte tussen het adagio en het andante.
Teleurgestelde fans van het Nederlands elftal raad ik aan voorlopig even een andere sport te kiezen: atletiek of wielrennen.
Sowieso is enig opportunisme als fan van wel handig. Feitelijk moet je doen wat beurshandelaren doen: instappen als er nog groei in zit, uitstappen vlak voor het voorbij is. Rucksichtlos zijn.

Verval zie je ook bij U2 dat vanavond optreedt in Amsterdam. Of, vooral bij Bono wiens Messiaanse imago aan slijtage onderhevig is. Weer die preek, weer dat beroep op solidariteit dat ongeloofwaardiger klinkt met elk miljoen aan ontweken belasting.
Maar ook nu weer: geen reden om boos te worden, of teleurgesteld te zijn. Reden om hun muziek nog eens op te zetten: Still haven’t found what I’m looking for; In the name of love, Vertigo.
En ook geen reden om ze helemaal af te schrijven. Soms lukt het mensen om zichzelf opnieuw uit te vinden. David Bowie kwam anderhalf jaar geleden nog met een prachtig album terug na tientallen jaren van creatieve stilstand.
Freek de Jonge’s laatste programma was retegoed.

Toen ik alle kranten gelezen had, de was in de machine had gestopt, het huis had opgeruimd, de ramen open en dicht had gedaan, kreeg ik een appje van mijn dochter: ze was veilig in de jeugdherberg aangekomen.

Morgen gaat ze naar de Eiffeltoren. Het wordt daar goed bewaakt, heb ik gehoord.

9/10/2015

Kunst kijken

Ik besloot vanochtend om kunst te gaan kijken.
Dat is misschien het enige positieve aan iemands dood: het vraagt aandacht voor zijn leven en werk, dus toen ik een fragment van DWDD zag waarin Joost Zwagerman bevlogen vertelt over kunst, besloot ik kunst te gaan kijken

Ik ging naar het Frans Hals museum dat op vijf minuten lopen van mijn kantoor ligt, maar waar ik nog nooit geweest was.
Gek is dat, ik woonde zeventien jaar in Amsterdam maar ging niet een keer naar het Rijksmuseum. Mensen reizen duizenden kilometers om de nachtwacht te zien, maar ik ging pas toen ik eenmaal verhuisd was.
Kennelijk heb je afstand nodig om iets wat dichtbij ligt te kunnen zien.

Ik ben geen kunstkenner. Ik ga graag naar musea, maar vooral voor de sfeer. Het lijkt wel alsof  alles en iedereen in de nabijheid van een meesterwerk zich anders gedraagt. Alsof de grootsheid van een kunstwerk ons nederiger maakt, bescheidener, vergevingsgezinder. In een museum hangt een beetje de sfeer die je ook treft in een kathedraal. Mensen zijn ingetogener, onder indruk.

Ik geniet ook altijd van de architectuur van musea. Ik hou van de grote zalen, het licht, de mooi materialen.
Deze zomer was ik in het Guggenheim in NY: van de collectie herinner ik me weinig, van het gebouw des te meer. In die zin is het eigenlijk niet zo’n goed museum, want het gebouw overschaduwt de kunst.

Dat is niet het geval bij het Frans Hals museum dat middenin het centrum van Haarlem ligt. Het gebouw is een carré met in het midden een tuin.

Waarschijnlijk ten overvloede: Frans Hals schilderde vooral mensen. Portretten, schuttersstukken.
Wat hem zo anders maakt dan zijn tijdgenoten is de manier waarop hij zijn hoofdpersonen neerzet. Ze staan niet netjes in het gelid, ze poseren niet, wat in die tijd gebruikelijk was. Hij pakt zijn onderwerpen op een onbewaakt ogenblik, als iemand net opzij kijkt, als iemand een stuk vlees snijdt.
Hij maakt snapshost. In feite doet hij aan streetphotography. Ed van der Elsken avant la lettre.
Zijn werk is heel vrij, heel Hollands dus, want de Republiek was de plek waar alles gezegd en geschreven mocht worden.
Zijn werk is ook Hollands omdat het een nivellerend karakter heeft. Hij maakt zijn onderwerpen menselijk, herkenbaar, juist niet verheven.
Alsof hij wil zeggen: Je mag dan wel regent zijn, maar je bent ook maar een mens.
Ik stel me voor dat dat in die tijd nogal revolutionair was. Een officier die zichzelf terug ziet op het moment dat hij om meer wijn vraagt.

Maar kennelijk werd het gewaardeerd, want hij was bekend en verdiende goed. Sterker, hij werd betaald door de mensen die hij zo vrij afbeeldde.
Als je nu een foto wil plaatsen van Marco Borsato mag je alleen de zorgvuldig geregisseerde studiofoto’s gebuiken anders krijg je een proces aan je broek.
Linda de Mol zit uren in de grime voor een fotoshoot en bepaalt daarna zelf welke foto’s wel en welke niet gebruikt mogen worden. In die zin was de zeventiende eeuwse elite een stuk ruimdenkender dan die van nu.

Ook in zijn techniek zit iets vrij’s, iets slordigs bijna. Hij mengt de kleuren niet, hij zet ze naast elkaar. Slordigheid heeft iets bescheidens in tegenstelling tot perfectie. Hals manier van schilderen brengt de personen tot leven. Een perfect geschilderd stilleven is juist dood.
Geen wonder dat tweehonderd jaar later de impressionisten zich lieten inspireren door Hals. Vincent van Gogh was een groot bewonderaar.
En dat terwijl in de eeuw daarvoor Hals’ werk in de vergetelheid was geraakt In de achttiende eeuw kon je voor een habbekrats een Hals kopen.

Mijn bezoek aan het museum duurde drie kwartier; het lukt me niet om eindeloos naar een schilderij te kijken, ik heb te weinig geduld voor een kunstkenner.
Toen ik buiten kwam scheen de zon. Ik liep langs het Spaarne, langs het Teylers, via de Bakenessergracht naar de Zijlstraat.
Langs dezelfde huizen waar ooit Frans Hals liep en, tot gisteren, Joost Zwagerman.


9/08/2015

Vluchteloos

Vijf jaar geleden, tijdens de  Arabische lente, werd het beeld geschetst dat als de dictators, Mubarak, Khadaffi, Ben Ali, maar eenmaal verdreven waren door het volk, alles beter zou worden.
Er was vooral oog voor de goede kanten van de revolutie.
En het was ook ontroerend en aanstekelijk: de onverzettelijkheid, het enthousiasme, het geloof in elkaar. Maar het was ook naief om te denken dat er alleen maar een grote boze leider was en een brandschoon, vredelievend volk. Dat was niet de werkelijkheid, dat was wat we wilden zien.
Er is niet één volk, er is juist vooral tegenstelling: tussen verschillende geloven, binnen een geloof, tussen mannen en vrouwen, rijk en arm, boer en hoogopgeleid, tussen stammen.  
Een gemeenschappelijke vijand verbroedert, maar hoed je voor de dag dat de vijand eenmaal verslagen is.
Toen Mubarak uiteindelijk verdwenen was, danste een zgn Egypte kenner, op de tafel bij Pauw en Witteman die er vrolijk bij zaten te lachen.
De droom die zo zorgvuldig gecreeerd was door journalisten, kenners en ons, goedgelovige, niet zo goed ingelichte Westerlingen, was uitgekomen. Het sprookje dat we zo graag wilde zien, was waarheid geworden.
En ze leefden nog lang en gelukkig.

Ik zie hetzelfde nu weer gebeuren.
De hartverscheurende beelden uit Syrie, Irak of waar ook ter wereld waar het oorlog is, maken dat we iets zien dat er niet is: DE vluchteling.
Op het gevaar af een soort GBJ Hilterman te worden, wil ik toch een paar kanttekeningen plaatsen bij dat beeld van DE vluchteling.
Ten eerste: vluchtelingen zijn niet allemaal gezinnen met kleine kinderen die uit een platgebombardeerd dorp komen, die niet te eten hebben en die geen keuze hebben.
Vluchtelingen zijn niet allemaal straatarm
Vluchtelingen zijn niet allemaal vredelievend
De meeste vluchtelingen spreken alleen Arabisch.
Sommige vluchtelingen houden hun vrouw liever binnen.
De meeste vluchtelingen houden niet zo van homo’s.
Sommige vluchtelingen koesteren sympathie voor IS.
Sommige vluchtelingen zijn oorlogsmisdadiger.

Hoewel de emotie ongetwijfeld oprecht is en de bedoelingen goed: mensen die in een opvangcentrum in Apeldoorn een welkomstliedje voor de aanstaande vluchtelingen instuderen zijn naief. Net als BN-ers die op tv zeggen dat het nu eindelijk tijd wordt om iets te doen en hun zolder opschilderen zodat er een vluchteling kan wonen. De grens tussen ijdelheid, oprecht medeleven en bekrompenheid is soms lastig te trekken.
Ik was ook enorm geraakt door het beeld van dat jongetje op het strand, maar dat ontslaat me niet van de plicht om na te blijven denken over de gevolgen van mijn handelen.
Ik geloof dat ik daar het meeste moeite mee heb: de beeldvorming; de illusie dat als je oude kleren naar een vluchtelingenopvang brengt, je een deel van de oplossing bent.
Misschien ben je wel deel van een probleem dat je nog niet kan overzien.
Nu welkomstliedjes zingen betekent misschien over vijf jaar de PVV aan de macht. Of over tien jaar een verbod op korte rokjes.
Je emotie toelaten betekent niet dat je niet na hoeft te denken. Naief zijn is geen rechtvaardiging voor  beslissingen waarvan je de gevolgen niet kan overzien.
Er is niet één oplossing, want er is niet één probleem. Er zijn heel veel problemen.
En het grootste en meest confronterende daarvan is misschien wel dit: er zal altijd oorlog zijn. Er zal altijd onrecht zijn. Hoezeer we ook willen dat het niet zo is.


10/07/2013

Reünie 2


Er zijn twee groepen mensen die niet naar reünies gaan: mensen die zichzelf niet geslaagd vinden en mensen die zichzelf zo geslaagd vinden dat ze menen er geen tijd voor te hebben. De rest was er afgelopen zaterdag wel bij: de reünie van de jaren 79 tot 85 van het Groninger Studenten Corps.
Toen ik de hal van de societeit binnen kwam werd ik binnen een seconde weer mijn studententijd ingezogen. Niet zozeer door het gebouw dat nog hetzelfde was; niet zozeer door de mensen in de rij die ik na dertig jaar weer begroette, maar vooral door de geur. Geur roept meer dan wat ook herinneringen op. En zeker de geur van een studentensociëteit. Voor de mensen die er nog nooit geweest zijn: het is een melange van verschraald bier, kots, zweet en pis.
De vergankelijkheid hield zich op de achtergrond. Goed, sommige lijven hadden wat meer last van de zwaartekracht gekregen, maar verder viel het me op dat we er nog min of meer hetzelfde uitzagen.
Of was dat omdat er alleen mensen naar reünies gaan die zichzelf durven te tonen? Zat de rest met hangbuiken, gerimpelde hoofden en kale koppen thuis?
Zoals dat gaat met vrienden die je heel lang niet gezien hebt, gingen we verder waar we dertig jaar geleden waren opgehouden. Eigenlijk was het een normale kroegavond: er werd wat geschreeuwd, er werd gedronken, er werd wat geflirt, een paar kerels van vijftig hingen naakt in de kroonluchter: niks bijzonders. Of het moet zijn dat deze mannen inmiddels verantwoordelijke banen hebben, maar daar merkte je op deze avond in ieder geval niets van.
Dat is ook de charme van reünies: doen alsof er niets is veranderd; alsof de toekomst nog open ligt; alsof je nog steeds een belofte bent die ingelost gaat worden.
Of misschien moet je het zo zeggen: je bent iets kwijt, maar je doet even of het niet zo is.

10/01/2013

Dochters


Ze trokken de deur achter zich dicht
en gingen
om te doen wat moest gebeuren

Wij ruimden de tafel af
waar ze net nog aan zaten
We gooiden dingen weg
we stopten spullen in vuilniszakken

Toen er niks meer viel op te ruimen
gingen we zitten
en wachtten tot ze thuis kwamen

We telden af
maar we wisten niet waar we moesten beginnen

9/30/2013

Cavia


 
Gisteren liet de cavia zich voor het eerst in zijn zevenjarig bestaan zomaar aaien.Toen ik goed keek zag ik dat hij weinig keuze had: hij kon zich nauwelijks meer bewegen want zijn hele achterlijf was opgezwollen.
Vanochtend zat hij in nog steeds in hetzelfde hoekje en leek hij wel een ballon met pootjes, dus belde ik de dierenarts die me adviseerde het beestje in te laten slapen. Ik twijfelde even omdat het vijftig euro kostte; maar wat is vijftig euro op een cavialeven?
Daarbij, hij had het niet zo heel goed gehad bij ons. Hij zat alleen in een hok buiten (zijn maatje was twee jaar geleden overleden) en net zoals dat gaat bij een winkel die in zich niet in de centrale winkelstraat bevindt maar in het steegje ernaast, zo had hij ook niet erg veel aanloop. Zeker in de winter vergaten we hem regelmatig en kwam ik er pas achter dat hij geen eten meer had en dat zijn water bevroren was als ik, ‘s avonds laat, bibberend van de kou, de vuilniszak in de kliko deed.
Dus hem verder lijden besparen leek me het minste dat ik kon doen.
Ik deed handschoenen aan om hem op te pakken, bang als ik was dat hij onder druk van mijn handen zou ontploffen, en deed hem in een doosje. Hij piepte zachtjes, maar verroerde zich niet.
In de dierenkliniek werd hij op de tafel gezet en de dierenarts voelde meteen dat het mis was. ‘Hij heeft al moeite om zijn lichaamswarmte op peil te houden’, zei ze. Ik voelde het ook: hij was al koud. 
Ze pakte een injectienaald en spoot een rode vloeistof in zijn lijf. Ik vroeg me af of je met dat spul ook een mens zou kunnen doden, maar vroeg het niet.
Terwijl ik hem aaide en de arts een handdoekje over zijn achterlijf legde wachtten we samen op de dood. 
‘Het kan even duren’, zei ze.
We praatten wat over het vak van dierenarts, ik vroeg of een kip ook een huisdier was, en toen was het gebeurd. Ik had het verschil niet gemerkt. 
Ik deed de cavia weer in het doosje en liep naar de assistente om af te rekenen. 
Op de terugweg zag ik het leven van onze cavia als een film aan me voorbij trekken: hoe mijn dochter hem uitzocht bij de dierenwinkel; hoe hij eerst bij het konijn in het hok ging; hoe hij later, toen het konijn dood was, gezelschap kreeg van een zwarte cavia; hoe de kinderen hem in het begin met aandacht overlaadden; hoe die aandacht steeds minder werd; hoe hij de laatste jaren meestal in het donkere binnenhok zat. 
Toen ik thuis was groef ik een gat onder de bamboe, gooide hem erin en app-te mijn dochter dat de cavia was overleden.

9/17/2013

Paradise Village



Wat aan ons kleeft
raken we hier kwijt dacht ik
Als ramen die je tegen elkaar open zet
Als golven over het zand

Het landschap lag klaar 
de auto, het plan
Maar het lukte niet
het zat op onze schouder
het reisde mee

9/15/2013

Sober

Vernieuwing komt vaak uit onverwachte hoek. Maar dat het dit keer van de leider van de  katholieke kerk zou komen had ik een half jaar geleden niet durven dromen.
Misschien is zijn boodschap op zich niet zo vernieuwend (het appel op soberheid heb ik al vaker gehoord), maar het feit dat hij daar voor zichzelf zulke verstrekkende consequenties aan verbindt, is dat wel. Daar waar de meeste leiders of popsterren of commentatoren zich  schuldig maken aan salonsocialisme leeft deze paus volgens zijn zelfopgelegde wetten.
Nu weer vraagt hij de kardinalen en bisschoppen om niet in luxe limousines te rijden omdat de katholieke kerk volgens hem ‘een arme kerk voor arme mensen’ moet zijn. Zelf nam hij net een Renaultje 4 van dertig jaar oud in ontvangst. 
Eerder al stond hij erop zelf zijn hotelkamer te betalen en ook ging hij niet wonen in het luxe tien kamer appartement in het apostolisch paleis.
Geloofwaardigheid staat of valt bij consequent zijn. Dat is waarom de Marcel van Dammen van deze wereld zo lastig te pruimen zijn. 
Daar komt nog iets bij. Indirect houdt de paus alle CEO’s van grote bedrijven een spiegel voor. Zonder iemand te bekritiseren laat hij zien: zo kan het ook als je aan het hoofd staat van een machtige en rijke organisatie. Je kan je druk maken over het feit dat je een paar ton minder verdient dan je collega die bij de concurrent werkt, maar je kan je er ook niks van aantrekken. Dat is het wezen van de vernieuwer: hij let niet op de anderen, maar gaat zijn eigen weg.
Een paus die zo rigoureus afziet van luxe doet meer voor de discussie over beloningen en bonussen dan welk wetsvoorstel, welke gedragscode ook. 

6/10/2013

I will survive



Ik vloog naar München om mijn ouders terug te rijden na een vakantie die noodgedwongen twee weken langer had geduurd dan gepland.
Mijn moeder was namelijk in een ziekenhuis in Oostenrijk beland en had daar een week doorgebracht. Op de dag dat ze ontslagen werd overstroomde de rivier in het dorp zodat mijn ouders niet terug konden naar hun vakantiehuisje. Zonder kleren, boeken, pillen, tandenborstels, vluchtten ze naar een hogergelegen hotel en verbleven daar noodgedwongen de rest van de week. Omdat mijn vader er, na alle heisa, tegenop zag om in zijn eentje dat hele eind terug te rijden, haalde ik ze op.
Onderweg overnachtten we in de buurt van Würzburg in een hotel middenin een klein dorp waar, zo bleek, het jaarlijkse ‘Gartenfest’ werd gehouden; tot één uur in de nacht speelde een band jaren zeventig en tachtig hits (‘I will survive’; ‘Hit the road Jack’; ‘I feel good’) ; de uren daarna keerden de feestgangers via de steeg naast het hotel, waaraan mijn kamer lag, terug naar huis. Ik deed mijn best om me niet op te winden, maar slaagde daar niet in. Er zijn weinig dingen zo irriterend als schreeuwende, dronken Duitsers onder je hotelraam. Uiteindelijk viel ik tegen een uur of drie in slaap, om tegen zessen gewekt te worden door de punktliche schoonmaakploeg die het plein dat vol lag met bierflesjes begon schoon te vegen.
Aan het ontbijt vroeg ik mijn ouders of ze last hadden gehad van het feest.
‘Ging het nog lang door dan?’, vroeg mijn vader verbaasd. Dat is het voordeel van ouder worden: je doet je gehoorapparaat af en hebt van niemand meer last.
Mijn moeder had het wel gehoord, maar ze had zich er niet aan gestoord.
Als je net een hartaanval en een overstroming hebt overleefd maak je je niet meer druk over een nachtje minder slaap.

4/12/2013

Doortoetsendheid


Dertig jaar geleden luidde mijn middelbare schooladvies op basis van de CITO toets: Mavo. Omdat mijn ouders eigenwijs waren, ging ik naar het Atheneum waar ik zeven jaar later eindexamen deed.
Mijn (tweeling)dochters kregen twee jaar geleden ook een MAVO advies. Op de middelbare school gingen ze in een zogenaamde kansenklas. Inmiddels gaan ze respectievelijk naar 3 Havo en 3 Atheneum.
Er zijn nogal wat mensen in mijn omgeving die soortgelijke verhalen hebben. Zijn dat allemaal uitzonderingen of is er iets anders aan de hand?
Volgens het CITO blijkt uit onderzoek dat ongeveer 80% van de leerlingen terecht komt in het schooltype dat zij adviseert. Dat lijkt een mooie score.
Ik denk echter dat toetsen, en dan vooral de toetsen van het leerlingvolgsysteem, zichzelf waarmakende voorspellingen doen.
Wat gebeurt er: zodra een leerling bij een toets in groep 3 (een kind is dan 6 jaar) op een onderdeel (bijvoorbeeld: rekenen) minder goed scoort wordt er door school aan de bel getrokken: de ouders moeten op gesprek, er komt een speciale leerlijn voor het kind die afwijkt van  de rest van de klas.
Met andere woorden: er is een probleem. En het kind voelt dat ook. Het krijgt een ander boekje voor rekenen; het moet regelmatig apart zitten om extra uitleg te krijgen; op woensdagochtend komt de onderwijsassistent speciaal voor haar.
Allemaal goedbedoeld en misschien ook zinvol, maar niet goed voor het zelfvertrouwen.
En dat is niet het enige probleem. Deze toetsen hebben ‘ voorspellende waarde’. Dat betekent dat er in groep 3 al een indicatie wordt gegeven van het vermoedelijke middelbare schooladvies in groep 8. En ook al zegt de school daar niets mee te doen, zoiets speelt natuurlijk wel degelijk mee in het hoofd van de juf of meester; je behandelt een kind dat ‘waarschijnlijk’ MAVO gaat doen anders dan een kind dat ‘waarschijnlijk’ naar het VWO gaat.
En dat allemaal op grond van een mindere toets, waarbij de resultaten afwijken van het gemiddelde. Een mogelijke oorzaak daarvan is dat het ene kind zich wat later ontwikkelt dan het andere. Volgens mij zegt dat niks. De ene peuter loopt ook eerder dan de andere, maar dat betekent niet dat hij daarom op latere leeftijd sneller zal gaan lopen.
Als dan bij volgende toetsen blijkt dat het nog niet beter gaat, wordt er geadviseerd om naast alle extra leerlijnen en hulp, externe bijlessen te volgen. Mijn vriendin en ik hebben de afgelopen jaren de hele waaier van remedial teachers en coaches wel zo’n beetje gezien.
Wat al die lessen opgeleverd hebben valt moeilijk te zeggen (vast wel iets), wel is zeker dat in groep acht het zelfvertrouwen van mijn dochters het nulpunt was genaderd.
En toen gingen ze naar de middelbare school en gebeurde er iets opmerkelijks. Ze haalden ineens geen onvoldoendes meer. Sterker, hun cijfers werden per maand beter. Het begon met zesjes, maar al snel werden het zevens, achten en negens. Binnen een half jaar luidde de vermoedelijke bevordering 2 HAVO; weer een paar maanden later werd het voor eentje zelfs bijgesteld naar 2 Atheneum.
Zonder bijles, zonder aparte leerlijnen. Maar met zelfvertrouwen.
Ze hadden een nieuwe begin gemaakt, zonder de molensteen van een slechte CITO toets om hun nek.
Voorspellingen kloppen zelden, zoals bij iedere verkiezingen weer blijkt. En als ze een keer uitkomen is er genoeg reden om achterdochtig te zijn. Als je in groep 3 al conclusies verbindt aan een toets, dan gaan de betrokkenen, leerlingen en leerkrachten, vanzelf die voorspelling waarmaken. Als je dan geen eigenwijze ouders hebt of een middelbare school met een kansenklas, wordt de voorspelling vanzelf werkelijkheid.

3/13/2013

Nauwgezet en wanhopig


Ik bestelde de DVD ‘Nauwgezet en wanhopig’.  Voor de jongere lezers: N&W is een achtuur durend televisieprogramma uit 1989 waarin vier schrijvers worden geïnterviewd: Marquez, Semprun, Steiner en Konrad.
Wat je noemt: slow television. Naast wat sfeerbeelden van Budapest, Madrid, Cambridge en Aracataca; de plaatsen waar ze opgroeiden; krijg je alleen de schrijvers te zien, zittend in hun stoel, vertellend over hun jeugd, de oorlog en de tijd erna. Het gaat over grote thema’s: geloof, hoop, liefde, dood. Het gaat over het falen van de grote systemen: de kerk, het communisme. Interessant is ook het jaar waarin het is opgenomen: het jaar waarin de muur valt. De hongaar Konrad, die vrijwel alleen maar dictaturen heeft meegemaakt (eerst de nazi’s, daarna de communisten) gelooft duidelijk nog niet dat de wereld echt aan het veranderen is.
Ik had het programma indertijd ademloos gekeken en was benieuwd of ik het nu ook nog vol zou houden; verpest als ik ben door de snelheid van alles.
Het ging gelukkig moeiteloos.
Naast al het interessants dat de schrijvers zeggen, viel me nog iets op; ik voelde het meeste sympathie voor de Spaanse schrijver Semprun. Terwijl hij vroeger overtuigd Stalinist was en bij diens dood zelfs een lofgedicht maakte. Overigens keerde hij later op die dwaling terug, maar toch. Ik vind mensen die pro Stalin of pro Mao waren doorgaans naief of dom of gewoon slecht.
Het zou logischer zijn geweest als ik me vereenzelvigd had met Konrad, de sympathieke Joodse Hongaar die aan het eind van de oorlog hele dagen uit het raam kijkt in de hoop dat zijn ouders om de hoek van de straat komen. Of met Marquez.
Waarom dan toch Semprun?
Door onbelangrijke dingen, vrees ik. Door het feit dat hij uit een welgestelde familie komt. Door zijn charmante manier van praten. Door zijn relativeringen. Door het overhemd dat hij draagt; door de manier waarop hij een glas vastpakt. Door zijn knappe gezicht.
Oftewel: om redenen die er niet toe doen, maar die alles bepalen.
Zo werkt het vrees ik met alles: je kiest niet op inhoud, je kiest voor degene op wie je (denkt dat je) meeste lijkt.

2/25/2013

1998



Ik bind me liever niet
Denk ik, terwijl ik je aankijk
Ik wil je niet kwetsen
Zeg ik als ik je zoen
Ik blijf liever alleen
Fluister ik als we elkaar bijna fijndrukken

Je kan nooit iemand bezitten
Je moet altijd onafhankelijk blijven
Je moet je nooit vastleggen

Ja, glimlach je als we bijna
van het bed vallen, natuurlijk

2/14/2013

Restjes oorlog



Ze was zo bang om geluid te maken
Dat ze het grind weghaalde om het huis
Zodat je niet meer hoorde als ze liep

Ze dacht dat iedereen last van haar had
De buren, de mensen aan de andere tafel
het winkelend publiek

We zeiden dat het onzin was
We begonnen te schreeuwen en te stampen
We maakten zoveel geluid als we konden

Maar het hielp niet
Ze dacht dat ze haar overal konden horen

2/04/2013

Bankenadel



Het gedrag van bestuurders van (systeem)banken en verzekeraars doet me denken aan dat van de Duitse adel ten tijde van het keizerrijk. Ook zij leefden in hun eigen sprookjeswereld. Er werd getrouwd met gelijken; baantjes werden onderling verdeeld; men leefde in grote weelde en voelde zich ver verheven boven het gewone volk.
Dat ze weinig realisteitszin hadden bleek bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog; de Duitse adel was zeer optimistisch over de kracht van hun met veren getooide legertjes.  
Zelfs toen de oorlog vuiler en hardnekkiger bleek, gaf de adel weinig blijk van realiteitszin. Zoals Annejet van der Zijl beschrijft in haar boek over Prins Bernhard reisde de adel af en toe een paar dagen naar het front, om de jongens die daar met tienduizenden tegelijk in de loopgraven stierven, een hart onder de riem te steken.
Dat ze door de legerofficieren als ‘Schlachtenbummler und Kriegstouristen’ gezien werden, hadden ze niet helemaal door.
Pas toen Duitsland verslagen was openbaarde zich een nieuwe wereld: het volk greep de macht; het communisme en fascisme waren geboren; landgoederen werden afgepakt; de adel raakte alles kwijt.
Als ik lees dat de nieuwe CEO van SNS ruim een half miljoen euro per jaar gaat verdienen en dat dat een miljoen minder is dan wat hij bij Achmea kreeg, dan kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat er weinig realiteitszin is bij bestuurders. Let wel, het gaat hier om bedrijven die door ‘het volk’ gered moeten worden als het mis gaat.
Het argument voor dit soort hoge beloningen is altijd dat je topmensen nodig hebt en dat die nou eenmaal zoveel verdienen.
Dat is precies hetzelfde soort oogkleppen-denken als dat van de Duitse adel ten tijde van het keizerrijk.
Op deze manier is het wachten op een nieuw volksopstand. 

2/01/2013

Aanrommelen


Als eerstejaars van het studentencorps keek ik huizenhoog op tegen leden van de Senaat.
Het corps is een redelijk hïerarchisch instituut; er zijn tientallen commissies, met wisselend aanzien; de Senaat is het hoogst haalbare.
In Groningen waar ik lid was, vergadert de Senaat in een prachtige kamer op de bovenste verdieping van de socïeteit. Een gewoon lid komt er maar een keer in zijn leven; tijdens de jaarclubinauguratie. Voor de rest is het verboden terrein.
Het helpt mee aan de mystificatie van de Senatoren: ze beslissen over hele gewichtige zaken en ze doen dat op een ondoorgrondelijke manier. Als gewoon lid dicht je de Senaat een grote wijsheid toe.
Toen ik in mijn vierde jaar zelf in de Senaat zat, zag ik dat de werkelijkheid niet geheel overeenkwam met de mythe. Gedragen door aanzien en populariteit leek het op afstand heel wat , maar in feite rommelden we maar wat aan. We namen beslissingen waarvan we de konsekwenties totaal niet konden overzien. We hadden geen idee. Terwijl we toch een grote verantwoordelijkheid hadden: de omzet van het corps was in die tijd 1 miljoen gulden per jaar. Een flink bedrag voor zeven, onervaren, teveel drinkende jongens en meisjes van eenentwintig.
Ik moest hieraan denken tijdens de persconferentie van minister Dijsselbloem over de redding van SNS.
Zo werkt het in het bedrijfsleven ook: gedragen door het aanzien en de beloning lijkt het heel wat, maar in feite rommelt een raad van bestuur maar wat aan. Een goede bestuurder realiseert zich dat; een slechte bestuurder neemt zichzelf serieus. 

1/11/2013

Gedicht




We zochten haar overal
Onder bij het strand
In de schuur
Naast het hok

Alles was op slag vergeten
De ruzies, het geschreeuw
Het eeuwige verwijt
Het harde praten
Het was weg, alsof het nooit bestaan had

We zochten haar
In het huis
In de bijkeuken
In de kelder
Op zolder
Maar we vonden haar niet

11/27/2012

De overname van Griekenland


Driekwart van de fusies en overnames in het bedrijfsleven mislukt. Waarom? Omdat het ontzettend lastig is om twee culturen samen te laten gaan. In ‘De prooi’ beschrijft Jeroen Smit mooi de richtingenstrijd  tussen ABN-ers en AMRO-ers  die twintig jaar na de fusie nog steeds in alle hevigheid woedt.
Overnames van landen mislukken over het algemeen ook. De Amerikanen dachten democratie in Irak te kunnen brengen; Nederland dacht tot halverwege de vorige eeuw dat ze Indîe kon inlijven.
Het is naïef om te denken dat de Grieken onder invloed van boetes en hoge rentes zullen veranderen. Generaliserend gezegd hechten Grieken minder aan hard werken dan Nederlanders. Ik heb daar geen moreel oordeel over; misschien is er juist veel voor te zeggen om het rustiger aan te doen, maar dat die twee culturen niet goed samen gaan, is duidelijk.
Er leeft in Griekenland, maar ook in een land als Italïe, een diep wantrouwen tegen de overheid. Een half jaar geleden belde ik met een vriend die al vijftien jaar in Rome samenwoont met een Italiaan. Het ging financiëel niet zo goed. Waarom? Omdat hij onder premier Monti voor het eerst in zijn leven belasting moest betalen.
Je kan zeggen: dat is hoopvol. Ik vrees echter dat Monti het niet zo heel lang uithoudt en dat zijn aanpak slechts een druppel op een gloeiende plaat zal blijken.
Cultuur zit nou eenmaal in de porieën van een samenleving.
De halsstarrige pogingen van de Noord Europese regeringsleiders om Zuid Europa in de pas te laten lopen doet denken aan het misplaatste ‘idealisme’ van Bush ten tijde van de inval in Irak.
Een fusie of een overname is alleen succesvol als het tussen gelijkgestemden plaatsvindt. 

11/09/2012

Overgave en relativering


Er zijn mensen die ik niet persoonlijk gekend heb maar die ik desondanks op bepaalde momenten mis. Zoals John Lennon.
Wat had ik hem graag in een talkshow commentaar zien leveren op de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Wat had ik hem graag gehoord over de ophef in het Midden Oosten naar aanleiding van de Deense Mohammed cartoons. Wat was ik benieuwd geweest naar zijn reactie op de aanslagen in New York.
Als je interviews met the Beatles terugkijkt zie je dat hij de enige was die echt wat te vertellen had. Hij had goeie oneliners, een scherpe blik, hij had humor en hij kon goed relativeren. Ik vond zijn cynisme iets geruststellends hebben.
Wie ik ook wel eens mis is Ronald Reagan. Ik vond het wel moedig; dat onophoudelijke gebeuk tegen het communisme. Onverschrokken, overtuigd van zijn gelijk, maar ook hier weer met een enorme dosis relativering. Uit één van zijn laatste speeches als president: ‘As soon as I get home to California I plan to lean back and take a long nap. Now I come to think of it: things won’t be all that different after all.’
Dichter bij huis mis ik Van Kooten en de Bie sinds ze niet meer op TV zijn. Ik had de Bie zich graag zien opwinden over het gedoe rondom de inkomensafhankelijke zorgpremie. De documentaire van Coen Verbraak gaf een mooi inzicht in hun samenwerking: er werd ruim vijfendertig jaar keihard gewerkt, maar ze waren de eerste om hun rol te relativeren.
Dat kan duiden op valse bescheidenheid, of op een gespleten persoonlijkheid.
Hoe dan ook; het is juist die combinatie van overgave en relativering, die me zo aanspreekt. De rare paradox: je moet wat je doet bloedserieus nemen; tegelijkertijd moet je jezelf tot op het bot kunnen relativeren. 

10/11/2012

Les Intolerables


Gisteren zag ik voor de tweede keer de film ‘Les intouchables’. De eerste keer had ik er enorm van genoten, maar ik las de afgelopen tijd in verschillende kranten dat de film rascistisch zou zijn. Dat was me niet opgevallen, maar zoals wel vaker moet je een film nog een keer zien om de diepere lagen te ontdekken.
En inderdaad: het is schandalig.
Een paar voorbeelden:
De gehandicapte, blanke hoofdrolspeler huurt een donkere meneer in om hem te verzorgen. Dat is natuurlijk wel erg stereotype: alsof alle blanke, rijke mannen van middelbare leeftijd nog steeds een soort slavendrijvers in maatpak zijn.
Het verschil tussen de twee is ook enorm: de donkere man woont in een achterbuurt; de blanke in een schitterend paleisje middenin Parijs. Hij heeft personeel in overvloed; huurt een vliegtuig als hij dat wil; rijdt een Maserati. Voorspelbaar. Ik ken meerdere blanken (toegegeven, niet veel) die geen miljonair zijn.
En dan dit: de man schrijft hoogdravende brieven aan een vrouw die hij enkel van het schrijven kent. Ondanks dat hij naar haar hunkert, durft hij geen afspraakje met haar te maken. Weer dat beeld van de introverte, blanke intellectueel die emotioneel op slot zit.
Hij heeft ook regelmatig last van hyperventilatie. Subtekst: blanke mannen zijn het contact met hun oorsprong kwijt.
Vervolgens geeft hij veertigduizend euro uit aan een schilderij dat bestaat uit een paar klodders verf; weer het beeld van een hoogdravende, blanke kunstkenner. Als dan ook nog blijkt dat hij alleen maar van klassieke muziek houdt is het vooroordeel compleet: een blanke man kan niet dansen.
Nou is dat in zijn situatie sowieso lastig omdat hij in een rolstoel zit.
Dat vond ik eerlijk gezegd ook nogal denigrerend: die link tussen zijn handicap en het feit dat hij sympathiek was. Het leek er op dat de regisseur wilde zeggen: hij is sympathiek OMDAT hij in een rolstoel zat. Alsof een blanke, rijke man zonder handicap niet sympathiek zou kunnen zijn.
Sommige mensen ontlenen hun identiteit aan het signaleren van racisme.