Posts tonen met het label SNS. Alle posts tonen
Posts tonen met het label SNS. Alle posts tonen

2/04/2013

Bankenadel



Het gedrag van bestuurders van (systeem)banken en verzekeraars doet me denken aan dat van de Duitse adel ten tijde van het keizerrijk. Ook zij leefden in hun eigen sprookjeswereld. Er werd getrouwd met gelijken; baantjes werden onderling verdeeld; men leefde in grote weelde en voelde zich ver verheven boven het gewone volk.
Dat ze weinig realisteitszin hadden bleek bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog; de Duitse adel was zeer optimistisch over de kracht van hun met veren getooide legertjes.  
Zelfs toen de oorlog vuiler en hardnekkiger bleek, gaf de adel weinig blijk van realiteitszin. Zoals Annejet van der Zijl beschrijft in haar boek over Prins Bernhard reisde de adel af en toe een paar dagen naar het front, om de jongens die daar met tienduizenden tegelijk in de loopgraven stierven, een hart onder de riem te steken.
Dat ze door de legerofficieren als ‘Schlachtenbummler und Kriegstouristen’ gezien werden, hadden ze niet helemaal door.
Pas toen Duitsland verslagen was openbaarde zich een nieuwe wereld: het volk greep de macht; het communisme en fascisme waren geboren; landgoederen werden afgepakt; de adel raakte alles kwijt.
Als ik lees dat de nieuwe CEO van SNS ruim een half miljoen euro per jaar gaat verdienen en dat dat een miljoen minder is dan wat hij bij Achmea kreeg, dan kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat er weinig realiteitszin is bij bestuurders. Let wel, het gaat hier om bedrijven die door ‘het volk’ gered moeten worden als het mis gaat.
Het argument voor dit soort hoge beloningen is altijd dat je topmensen nodig hebt en dat die nou eenmaal zoveel verdienen.
Dat is precies hetzelfde soort oogkleppen-denken als dat van de Duitse adel ten tijde van het keizerrijk.
Op deze manier is het wachten op een nieuw volksopstand. 

2/01/2013

Aanrommelen


Als eerstejaars van het studentencorps keek ik huizenhoog op tegen leden van de Senaat.
Het corps is een redelijk hïerarchisch instituut; er zijn tientallen commissies, met wisselend aanzien; de Senaat is het hoogst haalbare.
In Groningen waar ik lid was, vergadert de Senaat in een prachtige kamer op de bovenste verdieping van de socïeteit. Een gewoon lid komt er maar een keer in zijn leven; tijdens de jaarclubinauguratie. Voor de rest is het verboden terrein.
Het helpt mee aan de mystificatie van de Senatoren: ze beslissen over hele gewichtige zaken en ze doen dat op een ondoorgrondelijke manier. Als gewoon lid dicht je de Senaat een grote wijsheid toe.
Toen ik in mijn vierde jaar zelf in de Senaat zat, zag ik dat de werkelijkheid niet geheel overeenkwam met de mythe. Gedragen door aanzien en populariteit leek het op afstand heel wat , maar in feite rommelden we maar wat aan. We namen beslissingen waarvan we de konsekwenties totaal niet konden overzien. We hadden geen idee. Terwijl we toch een grote verantwoordelijkheid hadden: de omzet van het corps was in die tijd 1 miljoen gulden per jaar. Een flink bedrag voor zeven, onervaren, teveel drinkende jongens en meisjes van eenentwintig.
Ik moest hieraan denken tijdens de persconferentie van minister Dijsselbloem over de redding van SNS.
Zo werkt het in het bedrijfsleven ook: gedragen door het aanzien en de beloning lijkt het heel wat, maar in feite rommelt een raad van bestuur maar wat aan. Een goede bestuurder realiseert zich dat; een slechte bestuurder neemt zichzelf serieus.