10/05/2017

Herinnering

De afgelopen week ging het veel over het geheugen. Zowel bij het interview met Griet op de Beeck over haar hervonden incest herinneringen, als in de zaak over het al dan niet executeren van de treinkapers bij de Punt. 
De mariniers legden tegenstrijdige verklaringen af over wat er was gebeurd en konden zich een aantal dingen niet meer herinneren.
De advocaat van de nabestaanden van twee kapers, mevrouw Zegveld, overweegt om de mariniers aan te klagen voor meineed omdat ze ‘verklaren in strijd met de waarheid.’
Dat lijkt mij een bizar verwijt. Het zou eerder verdacht zijn als ze, veertig jaar na dato, niet zouden verklaren in strijd met de waarheid.
Het geheugen is namelijk volstrekt onbetrouwbaar.
Iemand die daar veel over geschreven heeft is professor Wagenaar.
Ik volgde indertijd een paar colleges van hem waarin de vraag centraal stond: Kan iemand zich een moord herinneren die hij niet gepleegd heeft?
Het antwoord luidt: jazeker.
Het geheugen is namelijk niet statisch, maar dynamisch. Het blijft informatie en vooral beelden integreren.
Wagenaar deed om dat te bewijzen een prachtig experiment.
Hij vraagt een aantal studenten om een fotoalbum van vroeger mee te nemen en aan de hand van de foto’s te vertellen over hun jeugd. Wat hij er niet bij zegt is dat hij aan de ouders van die studenten heeft gevraagd om een getructe foto in het album op te nemen van de student als kind in een luchtballon.
De studenten bladeren door het album en vertellen over hun jeugd. Aangekomen bij de foto van de luchtballon, die ze dus niet kennen, zegt de helft: ‘Nou dat is raar, die foto ken ik niet, dat klopt niet.’ Maar de andere helft zegt: ‘Gek, die foto kan ik me niet herinneren. Kennelijk ben ik dat vergeten.’
Aan die studenten vraagt Wagenaar twee weken later om hun album opnieuw mee te nemen. Nu zegt de helft van die studetnen dat ze het zich inmiddels weer herinnert.  Sommigen hebben er een heel verhaal bij gemaakt: ‘Ja, ik weet het nog, mijn zusje was ziek, en wij gingen zonder haar ballon varen…Het was in de buurt van Breda…. Ik weet nog dat het koud was.’
Allemaal niet waar, maar wel degelijk een herinnering geworden.
            Mij lijkt dus de kans dat bij de rechtszaak tegen de Nederlandse staat iets als een onomstotelijke waarheid wordt gevonden, zo goed als nul. Ik vind het dan ook een heilloze zaak.
Wat over zal blijven zijn opnieuw opengereten wonden: oud mariniers die zich beledigd voelen dat zij verantwoording moeten afleggen.
En de Molukse gemeenschap die zich weer opnieuw verraden voelt door de Nederlandse overheid die hun begin jaren vijftig een eigen staat beloofde.
En het roept de lastige vraag op: is het zo erg dat terroristen bij een bevrijdingsactie geexecuteerd worden als ze drie weken lang vierenvijftig mensen in gijzeling hebben gehouden? Of hoort dat bij de risico’s van het vak?
En daarop aansluitend: is het Nederlands rechtssysteem niet teveel begaan met de dader en te weinig met het slachtoffer?
Kortom, deze zaak kent alleen maar verliezers.

9/27/2017

De terreur van Appelo

Afgelopen donderdag was psycholoog en gedragswetenschapper Martin Appelo te gast bij het radio 1 programma Nieuws en Co.
Hij had het over de gebeurtenissen rond studentenvereniging Vindicat. Vorig jaar rond deze tijd wijdde ik al een column aan de ophef rond de vereniging waar ik vroeger lid van was en in de senaat zat en het was mijn bedoeling het daarbij te laten. Maar deze man haalt zoveel zaken door elkaar en wordt zo kritiekloos geinterviewd dat ik me geroepen voel er toch iets over te zeggen.
Luister om te beginnen even mee:

Fragment Nieuws & Co
En die komen dan bij een studentenvereniging die wat mij betreft nogal wat kenmerken ook van een traumatiserende dan wel terroristische organisatie heeft.

Laten we even nagaan wat er gebeurd is: Tweehonderd leden van Vindicat eten in een Sushi tent en tijdens dat diner worden er gordijnrails van de muur getrokken, wordt er een deur kapot getrapt en tegen een wc muur geplast. De Sushi tent doet geen aangifte.
Laat ik voorop stellen dat ik het absurd vind dat mensen zich in openbare gelegenheden zo gedragen. Als je zonodig iets kapot wil maken dan doe je dat binnen de muren van je eigen vereniging. Ik vind het dan ook terecht dat de universiteit de studiebeurzen van bestuurders van Vindicat heeft opgeschort. Het is het zoveelste incident, wat moeten ze anders.
Maar een terroristische organisatie?
Er worden toch geen mensen in hun knieen geschoten, er gaan toch geen bommen af?
Daarbij, zet tweehonderd jong volwassenen van rond de twintig bij elkaar in een restaurant en er sneuvelen dingen. Tenzij ze op weg zijn naar de EO jongerendag.
Even later probeert de gedragswetenschapper zijn stelling kracht bij te zetten door te zeggen dat Vindicat een organisatie is waar eigen wetten en regels worden gesteld. Dat klopt, dat mag namelijk in Nederland: elke  vereniging kan zijn eigen regels hanteren. Om een voorbeeld te noemen: de KNVB geeft boetes bij gele kaarten, schorst spelers na een rode kaart, heeft een tuchtcommmissie. Daarom is de KNVB toch geen terroristische organisatie.

Dan het volgende fragment.
Overigens heb ik daar als therapeut wel regelmatig een inzichtje in gekregen omdat ik mensen behandel die zich verkracht voelen binnen Vindicat.

Wat moet je met zo’n opmerking? Ik voel me ook verkracht door zijn opmerkingen, maar daarom bén ik het nog niet. Als Appelo werkelijk wil beweren dat er bij Vindicat mensen verkracht worden, en tot mijn stomme verbazing doet hij dat even later ook, dan moet hij met bewijzen komen. Het zou toch ook raar zijn als ik beweerde dat tijdens zijn therapiesessies mensen onzedelijk betast worden. Dan zou hij terecht eisen dat ik het bewijs lever. Zoniet, dan moet je je mond houden.

Verder hebben ze ook een ideologie vaak, een soort ideologie van wij zijn levenslange vrienden

Dit is een schoolvoorbeeld van iets ergens met de haren bij slepen. Hij heeft Vindicat nou eenmaal vergeleken met een terroristische organisatie, dus dan moet er ook een ideologie zijn.
Maar is vrienden maken een ideologie? Lijkt me een interessant gesprek tussen IS leider Bagdadis en de Rector van Vindicat. ‘Wat is jouw ideologie?’ ‘Het kalifaat stichten, de sharia invoeren, de wereld onderwerpen. En de jouwe?” ‘Vrienden maken’.
Ik wil niet ontkennen dat er een probleem is bij Vindicat en bij corpora in het algemeen. Er heerst bij teveel leden en zeker ook bij oud leden nog steeds de gedachte dat ze meer mogen dan de rest. Er zit een soort arrogantie in die niet meer van deze tijd is. Van geen enkele tijd trouwens.
Zo wordt er door sommige oud leden ook nogal smalend gedaan om  het opschorten van de studiebeurzen door de universiteit. Die dertigduizend euro per jaar brengen we zelf lachend op, zo is de gedachte.
Wat mij betreft precies de verkeerde, aanstootgevende reflex.
Vindicat zit nu in de hoek waar de klappen vallen. Dat hebben ze voor een deel aan zichzelf te danken. En voor een deel wordt het veroorzaakt door mannetjes als Appelo die op een serieuze radiozender, zonder dat hem een strobreed in de weg wordt gelegd, alle ruimte krijgt om z’n verwrongen theorietje te ontvouwen.

9/13/2017

Nieuwe taboes

Witte Corneliszoon de With is een van de zeehelden uit de gouden eeuw. Hij vocht tegen de Engelsen en Spanjaarden, hij won vaak, hij maakte Nederland machtiger en rijker.
Het Kunstencentrum Rotterdam is naar hem genoemd, maar gaat haar naam veranderen omdat Witte de With in Indie strafexpedities heeft geleid tegen de plaatselijke bevolking. Hij heeft mensen vermoord.
Ik werd ongemakkelijk toen ik van dat besluit hoorde. Ik denk omdat het zo zwart wit is.
En omdat het de volgende discussie aan het worden is waarin alleen maar goed of fout lijkt te bestaan.
Het enge van zwart wit denken is dat er geen gradaties meer bestaan. Fout is fout.
Een winkeldief is gelijk aan een seriemoordenaar.
De Witte de Withstraat is even verwerpelijk als de Adolf Eichmannstraat.
Ik ben zo bang dat er nieuwe taboes gecreeerd worden. Dat er in geschiedenisboeken geen plaatjes meer van Maarten Tromp of Michiel de Ruijter mogen staan omdat die ‘fout’ waren.
Dat de VOC niet meer geroemd mag worden om haar ondernemerszin en vernieuwende systeem met aandeelhouders, omdat ze bloeide in een tijd van kolonialisme.
Als je begint met het veranderen van namen ben je maar een stap verwijderd van een beeldenstorm.
Als fout fout is, en het er niet toe doet hoe lang geleden iets plaats vond, moet je nu alle katholieke kerken afbreken vanwege de inquisitie van vijfhonderd jaar geleden.
Zoals IS onlangs in Palmyra deed: een 2000 jaar oude Romeinse tempel opblazen omdat die stond voor ‘foute’ afgoderij.
Volgens mij moet je de namen laten zoals ze zijn, moet je beelden niet afbreken. Wat je wel moet doen, en wat bijvoorbeeld al gebeurd is bij het beeld van Jan Pieterszoon Coen in Hoorn, is een plakaat bij voegen met uitleg over wie hij was: waarom hij bewonderd wordt en waarom hij omstreden is.
Net zoals er in geschiedenisboeken ruimte moet zijn voor de keerzijde van de gouden eeuw. Natuurlijk.
Maar ik ben ook voor een zekere mildheid in ons oordeel. Elke tijd heeft zijn fouten, deze tijd ook.
Hoe denk je dat er over driehonderd jaar wordt aangekeken tegen het feit dat er in Nederland honderdduizenden euro’s naar kunstencentra gaan, terwijl in Afrika mensen doodgaan van de honger?
Er is een stroom op gang aan het komen van mensen die strooien met taboes.
Taboes zijn als zaadjes: als je niet oppast groeien ze uit tot censuur.




8/22/2017

Stasi

Ik was een paar dagen met mijn zoon in Berlijn. Om de hoek van ons hotel bij de Alexanderplatz, staat een immens, leegstaand gebouw; het voormalig Haus der Statistik, waar op de bovenste verdiepingen afdelingen van de Stasi gehuisvest waren.
De Stasi was de meest efficiente inlichtingendienst die er ooit bestaan heeft; in haar archieven werden de gegevens van honderdduizenden mensen bewaard: in het geheim genomen foto’s, tapes van afgeluisterde gesprekken, verslagen van het volgen van iemand: waar hij zich bevond, wat hij deed, welke winkels hij bezocht, met wie hij contact had.
Je zou de Stasi kunnen zien als voorloper van Facebook en Google, met dien verstande dat het verzamelen van gegevens tegenwoordig niet meer in het geheim hoeft te gebeuren.
Via Facebook kan je van dag tot dag volgen wat iemand doet; via Whatsapp is bekend met wie je contact hebt; Google weet exact wat je hebt gekocht, en zelfs, wat je gaat kopen.
De vergelijking met het voormalig oostblok gaat natuurlijk mank: daar werd je opgepakt, gemarteld en gevangen gezet.
Maar ook hier blijft de opgeslagen informatie niet zonder gevolgen. Onder het mom van transparantie worden steeds meer gegevens gepubliceerd. Dat lijkt mooi, maar is vaak een vloek. Om een voorbeeld te noemen: ieder jaar weer verschijnen er lijstjes met slagingspercentages van scholen. Het gevolg is dat scholen defensief worden. Liever een lager schooladvies en een hoog slagingspercentage dan omgekeerd. Terwijl het doel van een school nou juist moet zijn om alles uit een leerling te halen; ook als je daarmee risico loopt.
Hetzelfde zie je bij ziekenhuizen. Natuurlijk is het goed dat er misstanden aan het licht komen, maar er is al een instantie die dat controleert, de IGZ. Waarom dan al die lijstjes?
Het probleem van het publiceren van cijfers is dat je vrij veel kennis en geduld nodig hebt om ze te kunnen interpreteren, en daar ontbreekt het veel mensen aan.
De tragiek van onze transparante samenleving is dat ondanks de enorme hoeveelheid beschikbare informatie, of misschien juist daardoor, steeds minder mensen er kennis van nemen. Meer informatie betekent meestal meer meninkjes. Meer transparantie betekent vaak meer geruchten.
Hoe gruwelijk de consequenties daarvan kunnen zijn heeft voormalig topambtenaar Demmink ondervonden. Hij werd door twee Turkse mannen beschuldigd van ontucht. Nu, tien jaar later, wordt de zaak geseponeerd omdat er ‘geen enkele steun is te vinden voor de stelling dat Demmink in Turkije is geweest’, aldus het hof.
Door onze veelgeroemde openheid en vrijheid van meningsuiting is de man de afgelopen tien jaar door batterijen journalisten, columnisten en cabaretiers aangemerkt als verkrachter. Op basis van… ja, waarvan eigenlijk?
Zodra een gerucht als waarheid wordt opgediend doemen de contouren van de DDR op.
Transparantie is mooi, maar het is gevaarlijk spul.

8/15/2017

Hiroshima revisited?

Vanwege al het dreigende nieuws rond Noord Korea besloot ik gisteren de BBC documentaire Hiroshima te kijken over de enige keer in de geschiedenis dat er atoombommen zijn gebruikt.
Zonder een al te opzichtige vergelijking te willen maken met nu, daarvoor zijn er heel veel zaken totaal anders, toch een paar dingen die me opvielen.
Het belangrijkste was: hoe beslissend woorden kunnen zijn.
Nadat Duitsland in juli 1945 was verslagen eisten de Amerikanen aanvankelijk een onvoorwaardelijke overgave van Japan. Die woorden werden later bijgesteld. Amerika eiste niet de onvoorwaardelijke overgave van Japan maar van het Japanse leger. Dat was een wezenlijk verschil, want door die laatste formulering zou de keizer van Japan zich niet hoeven overgeven. En de keizer was voor Japanners wat Allah is voor extreme moslims: iets of iemand om je voor dood te vechten.
Dat was waar de Amerikanen zo bang voor waren: een guerilla oorlog tegen Japan. Tegen jongemannen die waren opgeleid om zelfmoordaanslagen te plegen; kamikazepiloten, mannen met bomgordels.
De Amerikanen hoopten door de formulering iets minder sterk te maken, de Japanners een uitweg te bieden: het leger moest zich overgeven, de keizer niet. Zo kon een gruwelijke grondoorlog voorkomen worden.
De Japanse regering interpreteerde die woorden echter totaal anders. Zij zagen het als een veelbelovende ontwikkeling. Ze dachten dat de Amerikanen hun ultimatum afzwakten omdat ze uitgeput waren, omdat ze de oorlog zo snel mogelijk wilden beeindigen. Hun conclusie was dus: stand houden en wachten tot de VS op zou geven. Premier Suzuki verwierp het ultimatum en gebruikte het woord ‘mokusatsu’ wat betekent: met verachting.
Daarop besloot president Truman de atoombom te gebruiken.
Die bom werd overigens in het vliegtuig, de Enola Gay, geladen op Tinian, een klein eilandje in de Stille Oceaan. Ik zocht het op: het ligt hondervijftig kilomter van Guam, het eilandje dat nu bedreigd wordt door Noord Korea.  
            Op 6 augustus 1945 werd de bom op Hiroshima gegooid. Daarna zei president Truman: ‘Als ze onze voorwaarden nu niet accepteren, zal er een hel op aarde op hen neerdalen zoals nooit eerder vertoond.’ Dat ligt heel dicht bij de woorden van Trump die vorige week zei dat Noord Korea te maken zal krijgen met ‘vuur en furie op een manier die de wereld nog nooit gezien heeft.’
De burgemeester van Hiroshima reageerde als volgt: ‘Burgers van Hiroshima, de schade is groot, maar dat is te verwachten tijdens een oorlog. Houd hoop. Verlies de moed niet.’
Het zijn absurde woorden als je bedenkt dat er net 78.000 doden zijn gevallen en 80.000 gewonden.
Woorden kunnen onschuldig zijn en levensgevaarlijk. De tanden van een leeuwin: ze draagt er haar jongen mee; ze bijt er haar prooi mee dood.

8/11/2017

De stop van de rivier

Vakanties stoppen niet als ze zijn afgelopen, ze ontwikkelen zich door. Omdat je geheugen dynamisch is. Mijn geheugen heeft een talent voor het vasthouden van leuke, grappige dingen en het vergeten van de irritaties, het urenlange wachten in een stinkende file, de eindeloze jacht op muggen in zweterige slaapkamers van vieze vakantiehuisjes, de onbeschofte bediening van arrogante Franse obers.
Omdat ik dit jaar niet met vakantie ga, een herinnering. Omdat die vaak beter zijn dan de vakantie zelf.
Jaren geleden was ik met mijn gezin in Villerville, Normandie. Het ligt tegenover Le Havre aan de monding van de Seine, in feite precies daar waar de rivier in zee stroomt.
We waren een uur daarvoor aangekomen na een week regen op een camping in de Bourgonge. Het was mijn eerste kampeerervaring en tevens mijn laatste. Gelukkig bestond het tweede deel van onze vakantie uit het verblijf in een prachtig Chambre d’Hotes: een negentiende eeuws Pippi langkous huis met uitzicht op de zee en de Seine.
We genoten van het idee dat we die nacht zouden slapen in kamers waar het niet stinkt naar koeienstal en waar ’s ochtends je kleren droog zijn; van een eigen badkamer waar je niet op de warme WC bril van je voorganger hoeft te zitten en van de luxe van een bed met een echt matras en een lattenbodem.
Voor het eten maakten we een wandeling over het strand dat bij laag water ongeveer vijftig meter breed is. Bij hoog water komt de zee tot aan de kade. Het hoogteverschil tussen hoog en laag water is daar meer dan vijf meter.
Toen we bij de rand van het water waren gekomen vroeg mijn zoontje of straks de zee weer hoog wordt. ‘Ja’, zei ik, ‘dat gaat altijd door. Steeds komt de zee op en gaat hij weer af.’ Ik twijfelde nog even of ik hem zou vertellen over de aantrekkingskracht van de maan, maar ik besloot het niet te doen. Ook al omdat ik zelf ook nooit helemaal precies weet hoe dat zit.
Tegen achten liepen we terug. De kinderen renden voor ons uit. Ik ademde de zeelucht in en wou dat alles altijd zo zou blijven.
Ineens bleef mijn zoontje staan. Hij keek naar de grond. Toen riep hij: ‘Pappa!’
Hij was duidelijk opgewonden over iets.
Ik liep naar hem toe.
‘Pappa’, riep hij nog een keer omdat ik niet snel genoeg liep naar zijn zin.
Toen ik er was zei hij: ‘Hier’ en hij wees op een rond gat tussen de stenen en het zand.
Ik zag aan zijn houding dat hij ontzettend trots was op z’n vondst, maar begreep niet wat hij bedoelde.
‘Wat is dat?’, vroeg ik.
‘Daar’, zei hij nog een keer triomfantelijk.
‘Ja’, zei ik, ‘ik zie het. Maar wat is dat?’

‘Dat’, zei hij terwijl hij zijn handen in z’n zij zette, ‘is de stop van de rivier.’

8/08/2017

Vrouwenvoetbalnostalgie


Na de gewonnen finale probeerde ik de populariteit van het vrouwenvoetbal te verklaren.
Het heeft natuurlijk te maken met het feit dat iets voetballends eindelijk weer eens iets Europees wint. Dat zijn we niet gewend. Ik betrapte me daar tijdens de finale ook steeds op: het gaat toch niet lukken, dacht ik. Goed, we zijn ver gekomen, maar je zal zien, op het moment supreme gaat het mis. Zelfs toen we drie minuten voor tijd met 4-2 voor stonden wist ik nog zeker dat we het niet gingen redden.
Maar dat verklaart niet alles. Het ontbreken van het grote geld is ook aantrekkelijk. Zodra er veel geld te verdienen is komen er verkeerde, opportunistische types op af.
Types die, als je op de borrel met ze staat te praten, steeds over je schouder kijken en zich zonder iets te zeggen omdraaien als er een interessanter iemand voorbij komt.
Ooit maakte ik CD’s. In die tijd was de platenwereld een wereld waar je veel geld kon verdienen. Daar liepen dus veel van die sneue types rond.
Tegenwoordig schrijf ik boeken: van boeken wordt niemand rijk, behalve Mai Spijkers. Dat is aan de ene kant jammer, maar het voordeel is dat er voornamelijk mensen werken die bevlogen zijn; die daar zitten omdat ze boeken maken belangrijk vinden.
Dat is ook mooi aan het vrouwenvoetbal: de mensen die er in werken doen dat omdat ze het echt willen. Geld is namelijk geen reden.
Maar er is nog iets dat volgens mij de populariteit verklaart: nostalgie. Het vrouwenvoetbal heeft een sterk touwtje uit de brievenbus gehalte. Het verlangen naar  naar de jaren vijftig toen iedereen arm was, toen iedereen nog solidair was met elkaar, toen er nog geen ME nodig was bij wedstrijden, toen voetballers na een doelpunt gewoon juichten in plaats van allerlei gestoorde dansjes te doen. In feite zijn de populariteit van Boer zoekt vrouw, Heel Holland bakt, en het EK vrouwenvoetbal een gevolg van hetzelfde: het verlangen naar onschuld.
Het verlangen naar een tijd waarin alles nog puur en echt was.
Ik heb het hier al eens eerder gezegd: die zogenaamde solidariteit uit de jaren vijftig was volgens mij schijn. Natuurlijk, het was een veilige, duidelijke tijd, maar het was ook bekrompen, gesloten en naargeestig. Voetballende vrouwen werden in die tijd echt niet getolereerd, om maar eens iets te noemen.
Maar nostalgie is onuitroeibaar. Ik zag een interview met een deelnemer aan de Canal parade die verlangde naar de tijd dat het nog uitsluitend voor homo’s was. Hij vond dat al die transgenders en interseksuelen en hetero’s de boel maar verziekten. Mooi wel, die bekrompen nostalgie op een feest waar de vrijheid van ‘zijn’ wordt gevierd. Hoewel ik me al vaker heb afgevraagd hoe vrij mensen die zich allemaal verkleden als The Village People nou werkelijk zijn.
Terug naar het vrouwenvoetbal. Ik heb ervan genoten en ik hoop dat het nog lang klein zal blijven. Maar ik vrees het ergste.
Het is nog maar één dag na de gewonnen finale; maar de nostalgie begint al aan me te vreten.

8/03/2017

The Joshua Tree

Afgelopen weekend trad U2 op in het Johan Cruijff stadion om het album The Joshua Tree integraal te spelen. Ik was, zoals wel vaker, te laat met reserveren, dus besloot ik het album nog eens helemaal, met de koptelefoon op, te beluisteren.
Even los van de prachtige muziek, viel het me weer op hoe goed de teksten zijn. En hoe interessant de onderwerpen.
Het begint al met Where the streets have no name. De titel refereert aan Dublin waar je iemands religieuze achtergrond en inkomen kan aflezen aan de straat waarin hij woont. En als je het groter trekt: het land waarin je geboren wordt bepaalt je toekomst. Bono verlangt naar daar waar de straten geen naam hebben. Waar iedereen gelijke kansen heeft.
            Er staan veel politiek geladen teksten op; niet drammerig, zoals Bono later wordt, naar mooi, gedetailleerd. Ik zag een interview met Anthony Hopkins. Hij zegt: bij acteren moet je maar een stukje van een personage laten zien, nooit alles.
Zo is het met teksten ook: geef een detail, schets de sfeer, dan gaat de fantasie van de lezer zelf aan het werk. Daarom hou ik niet van volkszangers: het is zo dichtgesmeerd.
Bullet the blue sky schreef Bono naar aanleiding van een bezoek dat hij bracht aan Nicaragua en El Salvador. Hij zag wat Amerika daar had aangericht. Het nummer is zo actueel als maar kan: Plant a demon seed. You raise a flower of fire.
Het zou zo over Trump kunnen gaan.
Running to a standstill gaat over een heroineverslaafd meisje in Dublin. Ze woont in een van de zeven woontorens in een troosteloze wijk. I see seven towers, but I see only one way out. Mooi hoe Bono speelt met taal.  Goeie titel ook: het rennen naar stilstand als beeld voor het rusteloze zoeken naar een shot om niks meer te hoeven voelen.
Dan Red Hill Mining Town dat gaat over mijnwerkersstakingen in Engeland. Premier Thatcher wil de mijnen sluiten omdat ze niet rendabel meer zijn. De film Billy Elliot speelt tegen dezelfde achtergrond. De paradox: het werk in de mijnen is vreselijk, je hebt het zo vaak vervloekt en toch wil je het vast houden, want je hebt niets anders. I’m holding on, You’re all that’s left to hold on to.
Dertig jaar geleden luisterde ik minder naar de teksten. Ik werd meer aangetrokken door de muziek en door losse zinnen. I still haven’t found what I’ m looking for, was zo’n zin. Zoekende was ik, en het was fijn dat ik niet de enige was.
Alhoewel U2 na the Joshua Tree nog prachtige platen heeft gemaakt, werd het nooit meer zo goed als toen. Het succes keerde zich tegen Bono: hij ging geloven dat hij god was. Dat is vaak de tragiek van succesvolle mensen: ze gaan denken dat ze god zijn. Misschien is dat het probleem van god zelf ook wel.
The Joshua Tree is een oprechte, geengageerde, opstandige en intelligente plaat. Die zouden er meer gemaakt moeten worden. Er zou sowieso meer geengageerde kunst gemaakt mogen worden. De tijd schreeuwt erom.
Als er iets is waar kunst goed in is: uit iets lelijks, iets afschuwelijks, iets prachtigs maken.

8/02/2017

Zwarte kousen trans

Mijn grootvader dacht dat homoseksualiteit aangeleerd gedrag was. In die tijd een breed gedragen mening, inmiddels weten we beter.
Ik moest de afgelopen week aan hem denken toen het ging over transgenders. Naar aanleiding van de gemeente Amsterdam die  met een genderneutrale taalgids voor ambtenaren kwam en de NS  die ‘Beste reiziger’ gaat zeggen ipv ‘Dames en heren.
Ik betrapte mezelf erop dat ik dezelfde twijfel had als mijn grootvader indertijd: is het nou echt zo dat je in een verkeerd lichaam geboren kan worden? Twijfelen er echt zoveel mensen aan hun geslacht? Is het geen mode verschijnsel? Praten mensen het elkaar niet aan?
Een tijdje geleden las ik een verhaal over een man die zich had laten ombouwen tot vrouw en later weer terug tot man.
Maar, dacht ik, je moet je oordeel niet laten bepalen door uitwassen. Ik vind al die clipjes van rappers met gouden kettingen die tegen de billen staan te rijden van ‘bitches’ zoals vrouwen in die kringen schijnen te heten, ook uitwassen. Maar daarom veroordeel ik heteroseksualiteit nog niet.
            Daarbij, was mijn jeugheld David Bowie niet androgyn?
Dus ik besloot dat ik het prima vond dat we onze taal herzien en dat er genderneutrale wc’s komen. Democratie kost nou eenmaal geld.
Ik werd weer aan het twijfelen gebracht door een interview in de NRC met een van de transgenders die het onderwerp op de agenda heeft gezet. Hij vindt dat er in de geboorte akte moet komen te staan: ‘Bij geboorte gezien als meisje’ en hij vindt dat we niet meer beschuit met roze of blauwe muisjes moeten eten, maar, neutrale, witte.
Ook spreekt hij mij, de lezer, rechtstreeks aan. Hij zegt: ‘Mijn bestaan roept ook vragen over uw wezen op’.
Nou, ik twijfel aan veel, vroeger meer dan nu, maar de zekerheden díe ik heb worden echt niet aan het wankelen gebracht door de aanwezigheid van een transgender.
Wat een zelfoverschatting. En wat een betutteling om het over de kleur muisjes te hebben.
Je ziet dat vaak met de verspeiders van een ‘heilige’ boodschap: ze zijn zo dwingend. Je zag dat bij de Zwarte pieten discussie ook.
Ze doen denken aan zwarte kousen dominees, aan orthodoxe imams, aan mensen die zeggen dat drie druppels Bachremedie beter is dan chemotherapie.
Dit soort predikers zijn juist een vijand van de acceptatie. Ik word vanzelf anti als iemand me, vol morele superioriteit, zegt wat ik wel en niet mag doen.
Ruud Gullit en Frank Rijkaard hebben meer betekend voor de acceptatie van Surinaamse Nederlanders dan welke politicus of actiegroep of demonstratie ook. Eberhard van der Laan doet meer voor de acceptatie van kankerpatienten dan welke folder of media campagne ook. Niet omdat ze het er voortdurend over hebben, juist niet.
Wat trangenders echt zou helpen is een voorbeeld; een Gullit, een van der Laan. Iemand die we kunnen bewonderen om wat hij kan en die toevallig ook transgender is.
Als destijds Joseph Luns had gezegd dat hij homo was, had mijn grootvader homoseksualiteit zonder enig probleem geaccepteerd.


7/24/2017

Het Italië van Noord Europa


Vrijdag onthulde Der Spiegel dat er geheime afspraken zijn gemaakt tussen de grote duitse automerken, VW, Audi, Porsche, BMW en Mercedes. Daarmee breidt dieselgate zich verder uit; er lijkt ook sprake te zijn van kartelvorming.
Het is het aloude verhaal van bestuurders die denken dat ze onaantastbaar zijn.  
Wie te lang teveel macht heeft gaat zich vanzelf als maffia gedragen.
Het is overigens ook ingewikkeld.
Ik sprak iemand die in de raad van bestuur van een heel groot bedrijf zit. Hij zei: ‘Bijna alle mensen in mijn omgeving zeggen ja en amen tegen me. Vrijwel niemand durft me tegen te spreken. Voor je het weet ga je denken dat je altijd gelijk hebt.’
Duitse auto’s zijn populair omdat ze zo degelijk en betrouwbaar zijn.
Alles wat uit Duitsland komt wordt gezien als degelijk en betrouwbaar. Ook al is dat de laatste jaren aantoonbaar niet waar: denk aan Dieselgate, maar ook aan de Deutsche bank die tot over zijn oren in de Liboraffaire zit en net voor 66 miljoen euro moest schikken. Denk ook aan Hoeness, de president van Bayern Munchen die vanwege belastingontduiking 3,5 jaar in de cel zat, maar inmiddels weer doodleuk president is. Denk ook aan het onderzoek naar corruptie bij de toekenning van het WK voetbal aan Duitsland in 2006.
Duitsland is het Italie van Noord Europa aan het worden.
Het maakt de consument niets uit.
De verkoop van Volkswagens is in 2016, het jaar na het uitbreken van het dieselschandaal, niet gedaald, maar juist gestegen.
De verontwaardiging van de consument wordt met de mond beleden niet met daden.
Precies hetzelfde zag je tijdens de bankencrisis: mensen verweten bankiers hebzucht, terwijl ze zelf  hun spaargeld voor een half procentje meer op een vaag Ijslands bankje zetten.
Ik vind dat iedereen die na 2015 een nieuwe Volkswagen heeft gekocht zijn mond moet houden over het milieu.
Net zoals mensen die vlees eten niet verontwaardigd moeten doen over de jacht.
Net zoals mensen die fan zijn van Real Madrid niet moeten zeuren over corruptie.
Net zoals mensen die kleren bij de Primark kopen niet moeilijk moeten doen over kinderarbeid.
Als wordt bewezen wat Der Spiegel beweert, dan zullen er strafzaken volgen en grote boetes worden uitgedeeld. Maar ik verwacht niet dat een van die bedrijven zal omvallen. Ten eerste omdat de Duitse regering dat niet laat gebeuren en ten tweede omdat consumenten, wij dus, het helemaal geen punt vinden dat er geschoemeld wordt.
Wij willen brood, spelen en degelijke auto’s.

7/17/2017

Vrouwenvoetbal

Gisteren is het EK voetbal voor vrouwen begonnen. Er was de afgelopen weken veel aandacht in de media over dat er zo weinig aandacht in de media was voor vrouwenvoetbal.
Ik dacht nog: als al die aandacht in de media nou was gebruikt voor vrouwenvoetbal.
Ik zag de wedstrijd Nederland - Noorwegen en het viel me op dat het Nederlands elftal zo herkenbaar Nederlands voetbal speelde. Veel druk naar voren, steeds op de bal jagend, steeds de aanval zoekend. Het enige verschil met de mannen is dat het minder snel en explosief is. Het tempo ligt op het niveau van dat van de mannen in de jaren zeventig. Mooi om die beelden weer te zien: Cruijff, Keizer en Krol die zeeen van tijd hebben om een bal aan te nemen en es rustig te overleggen naar wie ze hem gaan spelen.
Net zoals het prachtig is om oude beelden van Wimbledon te zien: Bjorn Borg met een houten Donnay racket die, vergeleken met Federer en Nadal nu, rustig over het gras kuiert om een forehandje te slaan.
In die zin zou de acceptatie van vrouwenvoetbal wel eens sneller kunnen gaan dan menig journalist denkt: onbewust doet dat lage tempo mensen denken aan de gloriedagen van het Nederlandse voetbal: Duitsland 74; Argentinie 78. Ook kwa beeld: alle voetballers hadden lang haar.
In al die artikelen over vrouwenvoetbal de afgelopen weken werd regelmatig gesteld dat vrouwensport altijd minder aandacht krijgt dan mannensport. Dat is volgens mij niet  zo: de hockeydames zijn minstens even populair als de hockeymannen. Hetzelfde geldt voor handbal en volleybal. Tennis.
Volgens mij is het maar van wat je gewend bent. Wat je het eerst hebt leren kennen.  
Ik maakte als kind bijvoorbeeld kennis met wielrennen doordat wij Tour de France keken: een mannengebeuren. Daar is wielrennen voor mij geijkt. Dus toen, decennia later, vrouwen dat ook gingen doen, moest ik daar aan wennen. Sterker, het went eigenlijk niet: ik volg nooit een vrouwen wielren wedstrijd.
Bij tennis had ik dat niet omdat ik ben opgegroeid met Wimbledon waaraan zowel vrouwen als mannen meededen.  Ik keek net zo lief naar John McEnroe als naar Chris Evert.
Bij handbal is het zelfs omgekeerd. Ik ben het gaan volgen toen de dames het een paar jaar geleden zo goed deden op het WK en later de Olympische spelen. Mannenhandbal interesseert me niks.
Dus volgens mij heeft die aandacht niks te maken met sexe discriminatie; het is meer het principe: wie het eerst komt die het eerst maalt. Of: wat de boer niet kent dat lust hij niet.
Wel een feit is is dat vrouwen  een stuk minder verdienen. In de top honderd van best verdienende sporters staat maar een vrouw: Serena Williams.
Dat geldt niet exclusief voor sport: in het bedrijfsleven verdient een vrouw in precies dezelfde Ik vrees dat dat komt door dezelfde reden die ik hierboven noemde. Omdat dat de wereld is zoals we die  hebben leren kennen. Omdat we het gewend zijn. Omdat de menselijke geest niet van verandering houdt. Omdat de mens in wezen oerconservatief is.

7/11/2017

Rouwpopulisme

Afgelopen week overleed Tijn Kolsteren.
Allerlei bekende en onbekende Nederlanders rouwden om zijn dood. Zelfs de koning sprak over hem. 
Ik merkte dat ik er een dubbel gevoel bij had. Waarom toch, vroeg ik me af?
Misschien vertrouw ik de emoties van BN-ers niet zo. Ik bedoel, ik begrijp dat je geraakt bent door het verhaal van Tijn, maar waarom moet die emotie met iedereen gedeeld worden? Het leek af en toe meer te gaan om de emotie van de BN-er dan om de goede zaak.
Wat ik ook ongemakkelijk vind is het willekeurige karakter van de bereidheid van mensen om iets te doen.
Het is hetzelfde ongemak dat ik had bij de Icebucketchallenge; ineens is een ziekte sexy. Maar hoed je voor het moment dat de hype voorbij is.
De stroom geld voor onderzoek naar ALS is allang weer opgedroogd. Kennelijk vinden we het nu ineens niet meer belangrijk.
En dat terwijl op het moment van de hype, je bijna geen nee kon zeggen. Je MOEST meedoen, anders deugde je niet. Dat is een ander ongemak dat ik voel bij dit soort acties: er zit een sterk goed/fout oordeel in. Je mag er eigenlijk geen kanttekeningen bij maken. Dat een jaar later niemand meer iets geeft om de betreffende ziekte of ramp, doet er vervolgens niet toe.
Collectieve sympathie en collectieve rouw zijn als een sprinkhanenplaag: ze strijken ergens neer, vreten alles kaal en trekken verder.
Maar goed, misschien ben ik gewoon te recalcitrant. Ik kan nou eenmaal niet goed tegen het rouwpopulisme van de huidige samenleving. Voor mij is rouw iets individueels, iets dat je met een paar mensen deelt, niet met het hele land. Rouw is langdurig, iets dat jaren aanhoudt, geen instantemotie.
Maar kennelijk is er behoefte aan collectief gevoel. En ergens begrijp ik dat verlangen ook wel: ontroerd zijn door Tijn is misschien wel het enige gemeenschappelijke wat we nog hebben in deze verdeelde samenleving.
Maar dat is ook meteen het probleem: een jongetje van zes dat dood gaat en iets goeds wil doen voor medepatienten is zo overduidelijk sympathiek; zijn vroege dood zo verdrietig: dat iedereen daardoor ontroerd is, is niets meer dan een schijn eensgezindheid; een schijn verbondenheid.
Youp van t Hek en premier Rutte gebruikten grote, definitieve woorden. Ze zeiden dingen als “we zullen je nooit vergeten’, ‘we missen je allemaal’.
Van t Hek schreef in zijn column in NRC over de les die Tijn ons geleerd had over hoe we in het leven moesten staan. Dat is mooi, aan de andere kant denk ik: volgende week brandt hij weer iemand tot de grond toe af in zijn column, dus hoezo heeft hij iets van die jongen geleerd? Tijn stond toch juist voor liefde.
Nou ja, ik weet het ook niet.
Dat er met nagellakken, met behulp van BN-ers miljoenen zijn opgehaald voor een goed doel is geweldig, maar ook volstrekt willekeurig. Eigenlijk net zoals het leven.

7/03/2017

Sgt Peppers

Vorige maand verscheen de opnieuw gemixte uitgave van de moeder aller popalbums, Sgt Peppers Lonely Heartsclub Band.
Een museumstuk noemde George Martin, de producer van de Beatles, het album indertijd en inderdaad de plaat is zelfs vijftig jaar na verschijnen nog onaangetast in zijn grootsheid. De nachtwacht, de denker, Guernica.
De overigens vrij eenvoudige gitaarliedjes zijn zo totaal anders benaderd: blazers in ‘Sgt Peppers’, een harp in ‘She’s leaving home’, een clavecimel in ‘Fixing a hole’; een citar in ‘Within you, whitout you’ en natuurlijk het symphonieorkest dat alleen maar een glijdende toon omhoog speelt in ‘A day in the life’.
Het is onvoorstelbaar anders dan alles wat er was en wat er ooit zal zijn.
Misschien is het meest bijzondere wel dat het album meteen al zo’n waardering kreeg, want de Beatles liepen enorm ver voor de troepen uit.
Enigszins onderbelicht zijn mijns inziens de teksten. Natuurlijk, in de dagen van ‘Love me do’ en ‘Please please me’ was het niet om aan te horen. Of eigenlijk niet om aan te lezen. Maar later wordt het echt beter. De tekst van ‘She’s leaving home’ over een meisje dat het ouderlijk huis verlaat, is prachtig. ‘A day in the life’ is een  hoogtepunt. Een soort impressionistisch schilderij, flarden van een dag, iemand die wakker wordt en radio aanzet en in sluimertoestand het nieuws tot zich neemt. Onheilspellend. Nog even actueel nu als toen.
Terug naar de muziek.
Waarom een nieuwe mix?
De Beatles geloofden in mono, niet in stereo. Alle aandacht ging dus uit naar de mono mix. De stereomix werd er even ‘bij gedaan’, omdat de platenmaatschappij dat nou eenmaal wilde; de Beatles zelf waren er niet eens bij aanwezig.
Omdat niet veel later stereo de norm werd, werd die snel, niet zo zorgvuldig gemaakte stereomix, de mix we allemaal kennen.
Op verzoek van Paul en Ringo deed Giles Martin, de zoon van George, het opnieuw.
Het resultaat is onvoorstelbaar. De nummers zijn nu zoveel rijker en krachtiger. In vergelijking met de nieuwe klinkt de oude zo vlak.
Martin heeft alle sporen uit elkaar getrokken en de instrumenten een nieuwe plek gegeven. Om een voorbeeld te geven: de zang van McCartney in het titelnummer staat nu in het midden in plaats van links.
Dat maakt een enorm verschil; het geeft de andere instrumenten veel meer ruimte. Waar je welk instrument zet is heel belangrijk: voor het geluid, de dynamiek, de zeggingskracht. Daarbij heeft Martin ook de klankkleur van de instrumenten hier en daar verbeterd: de bas van McCartney klinkt voller, de drums van Ringo heftiger.
Er wordt nog al eens lacherig gedaan over het basale drumwerk van Starr. Ik vind hem een geweldige drummer. Eentje die alleen doet wat nodig is, niets meer. Dat hoor je door die nieuwe mix nog beter. Elke slag is raak. Eén rake slag zegt meer dan tien fills, hoe virtuoos ook gespeeld.
Het luisteren naar de hernieuwde Sgt Peppers ontroerde me.
De gedachte dat vier jongens in een paar jaar tijd alles veranderden; ze waren pas dertig toen ze uit elkaar gingen; de explosie van creativiteit; de schoonheid van alles.
Het brengt me terug bij mijn stelling dat kunst belangrijk is. Lastig precies te duiden waarom, dat maakt het ook zo kwetsbaar. Kunst is niet iets dat je in cijfers uit kan drukken. Ja, de Beatles zijn er erg rijk van geworden, maar Van Gogh verdiende niets.
Het verschijnen van Sgt Peppers in 1967 was een gebeurtenis die even verstrekkende gevolgen heeft gehad voor de kunst als de val van de muur voor de geschiedenis. Of het einde van de Tweede Wereldoorlog.
De nieuwe mix is alsof de oude zwart wit beelden kleur hebben gekregen. Je moet het echt luisteren. Koptelefoon op, ogen dicht en op play drukken.

6/13/2017

Boek

Mijn boek is af. Dat wil zeggen, de correctiefase komt er nog aan, maar dat stelt inhoudelijk gezien niets meer voor. Confronterend is het wel, want werkelijk elke komma blijk ik dan toch weer verkeerd te hebben gezet; woorden die aan elkaar horen, heb ik los van elkaar geschreven; ‘ideeen blijkt toch met drie ee’s te zijn. Of twee.
Ik zie er tegenop. In de jaren die ik werk aan een boek, leef ik intenser dan ervoor en erna. Het is alsof ik gevoeliger ben, opener. Ik toets alles wat ik meemaak, wat ik hoor en zie, aan de vraag of ik het kan gebruiken voor mijn boek. De camera staat permanent open en die sluit zich weer als ik klaar ben.  Ik ben een geinteresseerder mens, nieuwsgieriger. Ik stel betere vragen, ik dring dieper door tot materie.
Het boek is de vislijn die je met je meesleept en waaraan allerlei gedachtes en anekdotes blijven hangen.
Of misschien moet ik het zo zeggen: een boek geeft je gedachten een doel.
Het manuscript ligt dus nu bij de correctoren, wat overigens geen garantie is dat het foutloos is. Mijn eerste boek was door drie correctoren gelezen en toch stond er op de eerste bladzijde ‘eeen’, met drie ‘e’s.
Er komt ook een einde aan de gesprekken. Mijn nieuwe boek gaat over vluchtelingen en alles daaromheen; ik volgde anderhalf jaar lang twee broers uit Aleppo. Ik bezocht ze regelmatig, eerst in het AZC en later in hun appartement. Ik ging met ze uit eten, ik nam ze mee op reisjes. Ik sprak met rechters, ik dronk koffie met medewerkers van vluchtlingenwerk, ik sprak off the record met iemand van de IND. Dat is allemaal voorbij.
Vroeger stelde ik me voor dat schrijvers de laatste woorden typten, het blad uit de typemachine trokken om vervolgens het manuscript in een envelop te doen, naar de brievenbus te lopen om daarna tevreden een pijp op te steken en een biertje te drinken op het Leidscheplein.
Maar zo gaat het niet. Het einde van het schrijven van een boek is rafelig. Het zijn wat mailtjes heen en weer met je redacteur over pietluttigheden. Schrijf je dat trouwens aan elkaar of los?
Het laatste wat ik aan mijn vorige boek deed was naar mijn redacteur mailen dat we op pagina 212 toch maar ‘en dat deed hij vervolgens’ moesten zetten ipv ‘en vervolgens deed hij dat.’
            Ik zie op tegen de komende maanden. Want ook al wil ik het, de ervaring leert dat ik niet meteen kan beginnen met een nieuwe roman. De oude zit nog in de weg. Om het clichee maar te gebruiken: het is een afscheid. Je begint ook niet meteen met een nieuwe relatie als de oude net voorbij is. En als je dat toch doet blijkt het niet te werken. Omdat  het een vlucht is.
De komende maanden zal alles wat ik doe een vlucht zijn. Een vlucht voor het gevoel van doelloosheid. In between books.
Dat is lastig, maar natuurlijk niets vergeleken bij een echte vluchteling. Die zit in between lives.

            

5/30/2017

George en Annet

Twee weken geleden logeerde ik een paar dagen bij een Amerikaans gezin in een dorp onder de rook van Philadelphia. Mijn dochter bezocht daar haar beste vriendin die een jaar in Amerika bij een gastgezin verblijft.
De gastouders bleken buitengewoon hartelijk en gastvrij; bij gebrek aan logeerkamer sliep hun dochter bij hun op de kamer op de vloer en ik in die van haar.
We spraken over de dingen waar je met Amerikanen die je niet kent over spreekt: dat Amerika zo’n groot land is, dat Nederland onder de zeespiegel ligt, dat New York vroeger van ons was.
Het viel me op dat ze veel wisten over Europa: ze waren in Rome en Parijs geweest, ze wisten dat Denemarken niet de hoofdstad van Nederland was.
De tweede avond kwamen we over politiek te spreken.
Het bleek dat ze Trump hadden gestemd en fervent tegenstander waren van Obamacare.
Ik betrapte me erop dat ik mij de Trump stemmer heel anders had voorgesteld: lelijker, dikker, dommer, haatdragender.
Ik vroeg ze wat ze tegen Obamacare hadden.
George legde uit: ‘Vóór Obamacare betaalden ik vijfduizend dollar per jaar voor een ziektekostenverzekering; nu meer dan achtduizend.
En weet je waarom? Omdat jonge, gezonde mensen geen verzekering nemen.’
Ik was verbaasd, ik zei dat die verzekering toch verplicht was.
‘Klopt’, antwoordde hij, ‘maar de boete die je krijgt als je je niet verzekerd is zo laag, dat bijna alle jonge, gezonde mensen daar voor kiezen. En omdat alle ongezonde mensen die vroeger onverzekerd waren, dat nu verplicht wel zijn, betalen wij dus meer.
Annet heeft nu drie banen, ik werk tien uur per dag en we hebben allebei twee weken vakantie per jaar. Ik vind het helemaal niet erg om voor anderen te betalen, maar dan moet wel iedereen mee doen.’
Ik schrok van zijn verhaal omdat het zo eenvoudig en begrijpelijk was. Ik zou ook tegen zijn. Ik schrok dus eigenlijk omdat ik ze zo goed begreep, terwijl ze Trump hadden gestemd.
Ik heb het hier al eerder gezegd, toen ging het over de PVV: het meerendeel van de mensen die op een populistische partij stemt is veel genuanceerder dan de partij waar ze voor kiezen. Oftewel, de leiders van populistische partijen misbruiken hun kiezer.
George en Annet zijn helemaal niet woedend of haatdragend, zoals Trump wil doen geloven. Ze voelen zich voor het blok gezet en ze hebben nog gelijk ook.
Ik vroeg me af waarom ik dit verhaal in niet één Nederlandse krant heb gelezen.
Is er iemand bang dat ik niet in staat ben de juiste conclusies te trekken? Dat is niet nodig; ik zie zelf ook wel dat Trump een megalomane, narcistische, gevaarlijke proleet is. Ik wil alleen graag begrijpen waarom zoveel mensen op hem gestemd hebben.
Na drie dagen vertrokken we; ik had meer geleerd over Amerika dan in drie maanden nieuws volgen in Nederland.
George en Annet zwaaiden ons uit. Ze woonden in een typisch Amerikaans wijkje op een heuvel met vrijstaande houten huizen, die bij nader inzien niet van hout bleken te zijn, maar van plastic.
Misschien is dat wel een mooi beeld: van een afstand zie je niet wat het is. We moeten beter leren kijken. We moeten dichterbij komen.

3/27/2017

Nederlands

Afgelopen vrijdag was het boekenbal en daarom wilde ik het vandaag hebben over het vak Nederlands op middelbare scholen.
Om maar met de deur in huis te vallen: ik denk dat er wat moet veranderen aan de manier waarop boeken op scholen benaderd worden.
Het idee dat het anders moet kwam op toen ik een vragenlijst onder ogen kreeg die mijn dochter moest invullen over een roman die ze gelezen had voor haar lijst.
Het waren vragen over het motief; het leidmotief, het klassiek motief, het schrijvers motief, het verhaalmotief. Het waren vragen over het thema, het genre, over subgenres, over motto’s, vertelperspectieven.
Vragen die ik absoluut niet kon beantwoorden, wat opmerkelijk is, want ik had de roman zelf geschreven.
Ik vrees dat als je op deze manier boeken bevraagd, de lust tot lezen veel leerlingen vergaat. Mij wel in ieder geval. Te theoretisch. Te analytisch, te droog.
Volgens mij moet het in eerste instantie gaan over wat het boek met de lezer doet.
Daarna kan je het hebben over stromingen in de literatuur, over de technieken die de schrijver gebruikt. 
Een kunstenaar is over het algemeen ook niet bezig met theorieen. Die maakt gewoon wat. Ik bedenk vantevoren ook niet wat mijn thema of motief is. Dat lees ik achteraf wel in de recensies.
Ik ben er dus voor om het in de les veel meer te hebben over de vraag waarom je iets mooi vindt. En misschien zelfs dat niet.
Misschien moet literatuuronderwijs alleen maar zijn: zorgen dat een leerling iets onder ogen krijgt dat hem of haar raakt. Misschien is de opdracht aan de docent wel: zorg dat je je leerling zo goed leert kennen dat je hem of haar dat ene boek, dat ene gedicht aan kan reiken waardoor ie aan het lezen slaat.
Ik ben er namelijk van overtuigd dat als een leerling eenmaal geraakt is, het daarna veel makkelijker gaat.
Zoals het meestal gaat met het ontdekken van muziek. Daar komt geen leraar aan te pas en toch ontdekken jongeren vanalles. Mijn dochter rolt van het ene obscure bandje naar het andere. Ze maakt vrienden via de fansites en samen ontdekken ze weer nieuwe.
Maar het gaat verder.
Mijn zoon hoorde onlangs via een vriendje ‘The art of peer pressure’ van Kendrick Lamar.
Me and my niggas four deep in a white Toyota
a Quarter tank of gas, one pistol and orange soda
Gefascineerd als hij was door de woorden nigga en pistol, begon hij te googlen en kwam vanzelf terecht op de Compten, de buurt in Los Angeles waar Lamar vandaan komt. Hij las over de uitzichtloosheid van de mensen daar, het geweld. Hij las wat over de geschiedenis, over Martin Luther King.
Ik geloof dat mensen van nature nieuwsgierig zijn: het gaat er alleen maar om dat ze ‘aangezet’ worden. De leraar moet de eerste dominosteen omgooien.
Eigenlijk is het opvallend dat het met het ontdekken van muziek vaak vanzelf gaat, terwijl het met literatuur zo lastig is. Ik denk dat dat iets te maken met die theoretische benadering.
Ik ben overigens helemaal niet tegen analyse, ik denk alleen dat de volgorde verkeerd is: eerst het enthousiasme, dan de verdieping. Eerst geraakt worden, dan de theorie.
Literatuuronderwijs moet in eerste instantie een leesclub zijn.
De rest volgt vanzelf: als een leerling eenmaal iets mooi vindt, als hij hongerig is naar meer, als ie z’n mond open heeft, giet je de theorie er zo achteraan.

3/13/2017

Erdomannetjes




De Nederlandse regering heeft de zaak met de ministers van Turkije niet echt op z’n Michelle Obama’s afgehandeld. ‘When they go low, we go high’, is haar motto.
De Nederlandse regering ging low.
En misschien is dat maar goed ook. Je ziet in Amerika wat er van komt als je high gaat.
Of het juridisch helemaal klopt, weet ik niet. Ik dacht dat je in Nederland elke mening, hoe onzinnig ook, mocht ventileren, zolang je maar niet aanzet tot haat.
Jomanda heeft jarenlang mogen verkondigen dat je met ingestraald water kanker kan genezen; dat is net zo bizar als zeggen dat democratie er bij gebaat is als je één man alle macht geeft.
Het ging vooral om de manier waarop Turkije het bezoek probeerde door te drukken: dreigen met sancties, liegen tegen burgemeester Aboutaleb.
Ik had op de lagere school ook een Erdomannetje in de klas: Jeffrey. Hij was een soort Viking: groot, sterk, blond. Hij leed aan hetzelfde alpha apen gedrag als de Turkse premier: hij intimideerde, hij vocht, hij schreeuwde, hij sloeg zichzelf op de borst.
Wij, iets te keurig opgevoedde jongetjes, probeerden angstvallig uit zijn buurt te blijven, maar, zoals dat gaat met Erdomannetjes: hij zocht je op. Hij wilde zijn macht tonen en vergroten. Dus na verloop van tijd moesten wij ons brood afstaan als er iets lekkers op zat, en weer later moesten we zijn tas dragen, zijn fiets uit de stalling halen. Als je weigerde kreeg je klappen.
Hij claimde ook een steeds groter stuk van het schoolplein.
Ik begrijp dat hij later een dubieuze vastgoedonderneming is gestart. Maar dat is een pleonasme.
Hoe dan ook, hij ontwikkelde zich steeds meer tot de schrik van het schoolplein.
Dat veranderde toen Dinand op school kwam. Hij was even groot en sterk als Jeffrey, en zat op zijn elfde al bij de F side van FC Den Bosch, dus vechten was zijn lust en zijn leven. Je had overigens verder geen last van hem, want hij bemoeide zich met niemand.
Behalve noodgedwongen met Jeffrey die hem als een bedreiging zag en begon te provoceren. Dat leidde na een week tot een gevecht, dat ik zou willen typeren als de moeder aller schoolpleingevechten. En waarbij wij met afschuw, maar toch ook wel met bewondering toekeken hoe de twee kemphanen elkaar te lijf gingen. Er werden nekklemmen gezet, er werd op ogen geslagen, er werd op ribben gebeukt.
Het gevecht eindigde toen de schoolbel ging: onbeslist.
Toch veranderde die gebeurtenis veel: Jeffrey liet zich steeds minder zien op het plein; hij had steeds minder interesse in ons; wij konden zelfs weer onze boterhammen op eten.
Hij verlegde zijn terrein naar een straat een eindje verderop en werd de tiran van de Theresialaan waar hij niets vermoedende jongens op weg naar hockey een beuk verkocht en ze hun flesje drinken afhandig maakte.
Want zo werkt het bij Erdomannetjes: ze moeten íemand kunnen overheersen.
Ik voorspel dat de rel met Turkije snel vergeten zal zijn. Erdogan weet nu dat er in Nederland niets te halen is en zal op zoek gaan naar een nieuw slachtoffer.
Misschien is Luxemburg een goed alternatief.

3/06/2017

Populisten


Omdat één van de personages in de roman die ik aan het schrijven ben, rechtse sympathieen heeft, verdiepte ik mij de afgelopen tijd in mensen die op populistische partijen stemmen. Populisme gaat overigens wel verder dan rechts: Denk en Artikel 1 vallen daar ook onder.
Ik sprak een aantal PVV stemmers en las brieven die het AD publiceerde en waarin mensen uitleggen waarom ze PVV of VNL stemmen.
Ik verwachtte scheldkannonades en woede. Maar dat was niet zo. De meeste schrijvers konden redelijk goed onder woorden brengen waarom ze bezorgd waren; de meeste mensen die ik sprak waren niet onredelijk.
Mijn conclusie is dan ook dat het meerendeel van de mensen die op populistische partijen stemt veel genuanceerder is dan de partij waar ze voor kiezen.
Anders gezegd: de leiders van populistische partijen misbruiken hun kiezers.
Dat doen ze op een aantal manieren.
Allereerst door vaag te blijven.
De PVV zet zijn verkiezingsprogramma op een A 4 tje; Jan Roos stelt bij Jinek dat onze cultuur wordt weggegumd omdat jaren geleden op de Hogeschool Amsterdam geen kerstboom in de gang gezet mocht worden om moslims niet te beledigen. De vraag is: werd dat om die reden niet gedaan? Is dat één keer gebeurd? Of gebeurt dat nog steeds? Gebeurt dat op alle Hogescholen in Nederland?
Dat blijft onduidelijk.
Maar dat geeft niks: een populistische partij werkt met het principe: als je iets maar vaak genoeg herhaalt, wordt het vanzelf waar.
Als Kuzu maar blijft herhalen dat artsen racistische beslissingen nemen gaan mensen na verloop van tijd vanzelf denken dat er iets aan de hand is.
Ten tweede: populistische partijen benoemen alleen wat er niet goed gaat.
Daarbij gebruiken ze voornamelijk woorden in de overtreffende trap zoals: krankzinnig, belachelijk, een ramp. Ze gebruiken nooit woorden als: een beetje, of soms, of misschien.
Ten derde: ze gebruiken één emotie: verontwaardiging.
Dat is overigens van alle tijden. Toen de vorige populistische golf over Nederland spoelde, het fanatiek socialistische Nieuw Links van de jaren zeventig, zei Gerard Reve daar wel iets moois voer: Een socialist is iemand die vindt dat de ander teveel verdient.
Daarmee vatte hij het sentiment wel aardig samen.
Ik zou analoog aan Reve willen zeggen: Een populist is iemand die vindt dat de ander de schuld van alles verdient.
Overigens is het interessant om te zien wat er is geworden van de leiders van Nieuw Links. Om er een paar te noemen: Han Lammers werd commissaris van de koningin; Marcel van Dam woont op een landgoed van ruim 10 hectare en Andre van der Louw werd minister.
Opvallend voor mensen die zich radicaal tegen de gevestigde orde en het kapitalisme keerden.
Zo zal het ook gaan met de populistische leiders van nu. Zo gaat het namelijk altijd: een rebel is iemand die jaloers is dat hij zelf de macht niet heeft. Zodra hij de kans heeft pakt hij die macht.
Het tragische is dat de terechte zorgen van ‘Henk en Ingrid’, om maar in het populistische jargon te blijven, hiervoor misbruikt worden.
Waar iemand zegt: de buurt verandert, zegt Wilders: het is de schuld van de islam.
Waar iemand zegt, ik voel me niet veilig, zegt Jan Roos: het is de schuld van de elite.
Waar iemand zegt: wat erg dat mijn vader is overleden, zegt Kuzu: het is de schuld van de blanke arts.
Dat is wat populisten doen: je geeft ze een vinger, ze nemen je hele hand.