3/13/2017

Erdomannetjes




De Nederlandse regering heeft de zaak met de ministers van Turkije niet echt op z’n Michelle Obama’s afgehandeld. ‘When they go low, we go high’, is haar motto.
De Nederlandse regering ging low.
En misschien is dat maar goed ook. Je ziet in Amerika wat er van komt als je high gaat.
Of het juridisch helemaal klopt, weet ik niet. Ik dacht dat je in Nederland elke mening, hoe onzinnig ook, mocht ventileren, zolang je maar niet aanzet tot haat.
Jomanda heeft jarenlang mogen verkondigen dat je met ingestraald water kanker kan genezen; dat is net zo bizar als zeggen dat democratie er bij gebaat is als je één man alle macht geeft.
Het ging vooral om de manier waarop Turkije het bezoek probeerde door te drukken: dreigen met sancties, liegen tegen burgemeester Aboutaleb.
Ik had op de lagere school ook een Erdomannetje in de klas: Jeffrey. Hij was een soort Viking: groot, sterk, blond. Hij leed aan hetzelfde alpha apen gedrag als de Turkse premier: hij intimideerde, hij vocht, hij schreeuwde, hij sloeg zichzelf op de borst.
Wij, iets te keurig opgevoedde jongetjes, probeerden angstvallig uit zijn buurt te blijven, maar, zoals dat gaat met Erdomannetjes: hij zocht je op. Hij wilde zijn macht tonen en vergroten. Dus na verloop van tijd moesten wij ons brood afstaan als er iets lekkers op zat, en weer later moesten we zijn tas dragen, zijn fiets uit de stalling halen. Als je weigerde kreeg je klappen.
Hij claimde ook een steeds groter stuk van het schoolplein.
Ik begrijp dat hij later een dubieuze vastgoedonderneming is gestart. Maar dat is een pleonasme.
Hoe dan ook, hij ontwikkelde zich steeds meer tot de schrik van het schoolplein.
Dat veranderde toen Dinand op school kwam. Hij was even groot en sterk als Jeffrey, en zat op zijn elfde al bij de F side van FC Den Bosch, dus vechten was zijn lust en zijn leven. Je had overigens verder geen last van hem, want hij bemoeide zich met niemand.
Behalve noodgedwongen met Jeffrey die hem als een bedreiging zag en begon te provoceren. Dat leidde na een week tot een gevecht, dat ik zou willen typeren als de moeder aller schoolpleingevechten. En waarbij wij met afschuw, maar toch ook wel met bewondering toekeken hoe de twee kemphanen elkaar te lijf gingen. Er werden nekklemmen gezet, er werd op ogen geslagen, er werd op ribben gebeukt.
Het gevecht eindigde toen de schoolbel ging: onbeslist.
Toch veranderde die gebeurtenis veel: Jeffrey liet zich steeds minder zien op het plein; hij had steeds minder interesse in ons; wij konden zelfs weer onze boterhammen op eten.
Hij verlegde zijn terrein naar een straat een eindje verderop en werd de tiran van de Theresialaan waar hij niets vermoedende jongens op weg naar hockey een beuk verkocht en ze hun flesje drinken afhandig maakte.
Want zo werkt het bij Erdomannetjes: ze moeten íemand kunnen overheersen.
Ik voorspel dat de rel met Turkije snel vergeten zal zijn. Erdogan weet nu dat er in Nederland niets te halen is en zal op zoek gaan naar een nieuw slachtoffer.
Misschien is Luxemburg een goed alternatief.

3/06/2017

Populisten


Omdat één van de personages in de roman die ik aan het schrijven ben, rechtse sympathieen heeft, verdiepte ik mij de afgelopen tijd in mensen die op populistische partijen stemmen. Populisme gaat overigens wel verder dan rechts: Denk en Artikel 1 vallen daar ook onder.
Ik sprak een aantal PVV stemmers en las brieven die het AD publiceerde en waarin mensen uitleggen waarom ze PVV of VNL stemmen.
Ik verwachtte scheldkannonades en woede. Maar dat was niet zo. De meeste schrijvers konden redelijk goed onder woorden brengen waarom ze bezorgd waren; de meeste mensen die ik sprak waren niet onredelijk.
Mijn conclusie is dan ook dat het meerendeel van de mensen die op populistische partijen stemt veel genuanceerder is dan de partij waar ze voor kiezen.
Anders gezegd: de leiders van populistische partijen misbruiken hun kiezers.
Dat doen ze op een aantal manieren.
Allereerst door vaag te blijven.
De PVV zet zijn verkiezingsprogramma op een A 4 tje; Jan Roos stelt bij Jinek dat onze cultuur wordt weggegumd omdat jaren geleden op de Hogeschool Amsterdam geen kerstboom in de gang gezet mocht worden om moslims niet te beledigen. De vraag is: werd dat om die reden niet gedaan? Is dat één keer gebeurd? Of gebeurt dat nog steeds? Gebeurt dat op alle Hogescholen in Nederland?
Dat blijft onduidelijk.
Maar dat geeft niks: een populistische partij werkt met het principe: als je iets maar vaak genoeg herhaalt, wordt het vanzelf waar.
Als Kuzu maar blijft herhalen dat artsen racistische beslissingen nemen gaan mensen na verloop van tijd vanzelf denken dat er iets aan de hand is.
Ten tweede: populistische partijen benoemen alleen wat er niet goed gaat.
Daarbij gebruiken ze voornamelijk woorden in de overtreffende trap zoals: krankzinnig, belachelijk, een ramp. Ze gebruiken nooit woorden als: een beetje, of soms, of misschien.
Ten derde: ze gebruiken één emotie: verontwaardiging.
Dat is overigens van alle tijden. Toen de vorige populistische golf over Nederland spoelde, het fanatiek socialistische Nieuw Links van de jaren zeventig, zei Gerard Reve daar wel iets moois voer: Een socialist is iemand die vindt dat de ander teveel verdient.
Daarmee vatte hij het sentiment wel aardig samen.
Ik zou analoog aan Reve willen zeggen: Een populist is iemand die vindt dat de ander de schuld van alles verdient.
Overigens is het interessant om te zien wat er is geworden van de leiders van Nieuw Links. Om er een paar te noemen: Han Lammers werd commissaris van de koningin; Marcel van Dam woont op een landgoed van ruim 10 hectare en Andre van der Louw werd minister.
Opvallend voor mensen die zich radicaal tegen de gevestigde orde en het kapitalisme keerden.
Zo zal het ook gaan met de populistische leiders van nu. Zo gaat het namelijk altijd: een rebel is iemand die jaloers is dat hij zelf de macht niet heeft. Zodra hij de kans heeft pakt hij die macht.
Het tragische is dat de terechte zorgen van ‘Henk en Ingrid’, om maar in het populistische jargon te blijven, hiervoor misbruikt worden.
Waar iemand zegt: de buurt verandert, zegt Wilders: het is de schuld van de islam.
Waar iemand zegt, ik voel me niet veilig, zegt Jan Roos: het is de schuld van de elite.
Waar iemand zegt: wat erg dat mijn vader is overleden, zegt Kuzu: het is de schuld van de blanke arts.
Dat is wat populisten doen: je geeft ze een vinger, ze nemen je hele hand.


2/24/2017

Egovinding

Afgelopen zaterdag ging het in het radio programma Argos over een oud hoogleraar die grote bedragen heeft overgemaakt aan bedrijfjes die hem hielpen met het begeleiden van promovendi. Daar is op zich niets mis mee, ware het niet dat die bedrijfjes van familieleden van de hoogleraar bleken te zijn en dat een van die bedrijfjes een schoonheidssalon was.
Reden dus voor een journalist van Argos om de voorzitter van het college van bestuur van de universiteit te bellen voor een reactie.
Wat volgde was het meest overbodige interview dat ik in jaren op de radio heb gehoord.
De voorzitter van het college weet namelijk alles van de zaak af, maar kan en wil niets zeggen omdat de zaak onder de rechter is.
De journalist weet dat en trekt zich daar niks van aan.

(Fragmenten zijn van Argos aflevering“Aangifte verduistering door oud decaan Universiteit Tilburg
I = Interviewer; V = Voorzitter college van bestuur)

V: Wij hebben in april 2016 aangifte gedaan tegen een oud medewerker van ons ja
I: Een professor
V: Het is iemand van de wetenschappelijke staf
I: Een professor van humanities
V: Maar kijk, wat ik belangrijk vind in het kader van de zorgvuldigheid als werkgever en ook vanwege de privacy van de betrokkene dat ik daar verder niet op inga.

Kijk, hier legt de voorzitter uit waarom hij er niets over wil zeggen.
Maar daar neemt de interviewer geen genoegen mee:

I: Dus het is professor Arie de Ruiter die decaan was van de faculteit Geesteswetenschappen.
V: Nou ja nogmaals, wij hebben aangifte gedaan tegen een oud medewerker uit de wetenschappelijke staf en ik vind het belangrijk dat wij als werkgever dat zorgvuldig doen en dat de rechtsgang nu gewoon zijn beloop heeft en dat vanwege privacy van betrokkenen ik daar nu verder niet op inga.

Nu heeft hij dus twee keer uitgelegd dat hij er niets over wil zeggen en waarom. Dan zou je denken dat het interview klaar is. Maar nee, het is net begonnen.

I: Hij geeft opdrachten in de hoogte van tonnen voor de begeleiding van promovendi aan iemand uit zijn eigen familie.
V: Ja. Ik hoor het en gelijkertijd zeg ik dat ik daar verder niet op in wil gaan.
I: Heeft u wel eens gekeken wat voor bedrijf dat is, Isola Tisera?
V: Ja, ik wil daar verder niet op ingaan.
I: Het is een schoonheidssalon
V: Ja nogmaals, wij hebben uitvoerig intern en extern onderzoek gedaan …

En dan komt weer de hele riedel waarom hij er niets over wil zeggen.
Dan gaat het over de hoogte van de bedragen die betaald zijn

V: Dat is wat u zegt; dat het om aanzienlijke bedragen gaat
I: In totaal meer dan een miljoen euro
V: Nou ja, het gaat in ieder geval om aanzienlijk bedragen
I: In totaal meer dan een miljoen euro
V: Als het waar is, is het buitengewoon naar en daarom hebben wij ook aangifte gedaan en ik ben blij dat we dat zelf hebben ontdekt
I: meer dan 1 miljoen euro
V: Nou ja, het gaat om aanzienlijke bedragen
I: Als wij naar buiten gaan brengen dat het om 1 miljoen euro gaat, zou het fijn zijn als u zou zeggen: nou dat slaat gewoon nergens op. Dan gaan we dat ook niet naar buiten brengen.
V: Het gaat om aanzienlijke bedragen dat heb ik bevestigd

Mijn vraag is: wat wil de journalist hiermee? Hoopt hij dat de voorzitter zich  verspreekt? En dan? Wat toont hij daarmee aan? Dat de voorzitter weet dat het om professor de Ruiter gaat?
Dat is helemaal  niet nodig want in het vervolg van de uitzending belt de interviewer met de professor zelf die gewoon toegeeft externe bureau’s te hebben ingeschakeld.
Waarom dan?
Om de suggestie te wekken van een doofpot? Maar welke dan? De voorzitter heeft juist zelf een onderzoek laten instellen en aangifte gedaan.
Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het hier niet zozeer gaat om  waarheidsvinding, maar om egovinding.
En dat is jammer.
Ik vind namelijk dat journalisten ontzettend belangrijk werk doen onder vaak lastige omstandigheden. Zeker de laatste jaren hebben ze veel vijanden.
Dit soort suggestieve, overbodige interviews doen hun zaak geen goed.
In andere woorden: met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig.

2/14/2017

Elite

Gisteren was het interview met Geert Wilders. Hij zei dat hij met de woorden nepparlement en neprechters niet het instituut bedoelde maar de mensen die het bevolken. Daaruit begreep ik dat hij in ieder geval niet het parlement wil afschaffen of de rechterlijke macht, maar wel de mensen die erin zitten. Dat is googelen met woorden. Want als je vindt dat daar de verkeerde mensen zitten, zeg je eigenlijk dat het systeem niet deugt, want datzelfde systeem maakt het mogelijk dat verkeerde mensen gekozen worden.
Hetzelfde doet Wilders bij de Minder Marokanen uitspraak. Daar stelt hij dat hij niet een ras bedoelt, maar mensen die uit Marokko komen. Daarom zou het geen racistische opmerking zijn.
Jaja, en Bill Clinton had ook geen sex met Monica Lewinsky.
Het is een juridisch, semantisch steekspel.
Misschien heeft mevrouw Paay daar ook nog wat aan: plassen in het gezicht is geen sexuele handeling. Mijn partner had z’n bril niet op en dacht dat ik de wc pot was.
Het woord dat ook weer viel in het interview was het woord: elite. Dat woord wordt tegenwoordig door zoveel verschillende mensen in zoveel verschillende contexten, voor zoveel verschillende groepen gebruikt dat mij inmiddels volstrekt onduidelijk is wie er nou precies tot die elite behoort.
Zijn het mensen die op de gracht wonen, mensen die directeur zijn, mensen die niet van voetbal houden, mensen die niet naar Wie is de mol kijken?
Elite is een verzamelnaam geworden voor iedereen die een mening heeft die jou niet welgevallig is.
Voor Denk is de elite vooral blank AUtochtoon, voor de PVV zijn het vooral hoogopgeleide, genuanceerde mensen, voor de SP zijn het topmensen uit het bedrijfsleven.
Ik ben zelf ook elite: ik ben blank, hoogopgeleid, van goede komaf, ik schrijf boeken, ik kijk niet naar The voice of Holland.
Ik heb besloten me er niet voor te schamen. En me niet in te houden. Het zou toch raar zijn als ik geen krant meer zou lezen omdat het meerendeel van de mensen geen krant meer leest. Dat is net zoiets als dat Usain Bolt zich zou inhouden uit solidariteit met atleten die niet zo hard kunnen lopen.
Ik vind ook dat ‘de elite’, wat dat dan ook precies moge zijn, moet stoppen met zichzelf te verontschuldigen. Volgens mij heeft Nederland een prima elite.
Want vergis je niet: er zal er altijd een zijn. Zo gauw het volk de macht grijpt, vormt zich binnen de korste keren weer een elite.
Zo ging het na de Franse revolutie, na de communistische revolutie in Rusland, maar ook na de val van de muur. En zo zal het ook gaan in Amerika waar het volk onder leiding van Trump de oude elite probeert weg te vagen. Let maar op, binnen de korste keren is er weer een nieuwe.
Je zou rustig kunnen stellen dat een volk niet zonder kan.
Volgens mij is de vraag dus niet zozeer: willen we een elite, maar: willen we de elite die we nu hebben?
Volgens mij heeft Nederland een prima elite: redelijk genuanceerd, veel belasting betalend, redelijk solidair. Kijk naar de gezondheidszorg, het onderwijs en het openbaar vervoer. Daar is vast van alles op aan te merken, maar als je op wereldschaal kijkt doen we het rete goed.
Je kan je dus afvragen of, als je dit nepparlement en deze neprechters vervangt, het allemaal zoveel beter wordt.
In het kader daarvan wil ik graag eindigen met een zin uit een liedje van de onvolprezen Joni Mitchel: Don’t it always seem to go that you don’t know what you got untill it’s gone.



2/07/2017

Tijd lezen

Mensen die wij kennen zijn vorige maand ge-emigreerd naar Nieuw Zeeland. Om meerdere redenen, maar toch vooral omdat ze het te onrustig vinden in Europa. Ze denken dat het weer oorlog wordt.
Dus de kinderen zijn van school gehaald, hij is gestopt met werken en met alleen wat spaargeld zitten ze nu in een huurappartement in Wellington.
Ik schrok er van, en het zette mij aan het denken: moet ik geen maatregelen nemen voor als het hier inderdaad fout gaat?
Het eerste probleem waarop ik stuitte was: hoe ziet dat fout gaan er dan uit?
Hebben we het dan over een oorlog met tanks en vliegtuigen? Of wordt het een cyberoorlog? Is ie al gaande?
En waar komt het gevaar vandaan: uit Rusland, het Midden Oosten, China? Uit Europa zelf? Of komt het echte gevaar van Google en Facebook, zoals Dave Eggers in zijn geweldige roman ‘De cirkel’ voorspelt?
En hoe laat is het dan nu? Is het vijf voor twaalf?
In april 1940 dacht driekwart van Nederland nog dat er niks aan de hand was.
Ik heb geen idee hoe ik de signalen moet lezen.
Zijn we aan het opschuiven richting shariastaat? We censureren onszelf allang. Er is geen cabaretier, behalve misschien Hans Teeuwen, die op het podium harde grappen durft te maken over Allah. Niet dat dat van mij hoeft, maar het is opvallend dat als je wel voortdurend uithaalt naar bijvoorbeeld kakkers of zweefteven of bankiers of Christenen, je nooit eens iets zegt over Allah of Mohammed. Begint het afglijden zo?
Of is het slechts een randverschijnsel, dat vanzelf weer verdwijnt naarmate mensen beter geintegreerd raken. Molukkers kapen ook allang geen treinen meer.
De gebeurtenissen in Amerika zijn ook lastig te duiden. Zijn we getuige van de afschaffing van de democratie? Pessimisten zeggen: Hitler is ook democratisch gekozen. Of is de oudste democratie van de wereld ruimschoots opgewassen tegen lunatics. Ontketent Trump tegenkrachten die hem omver zullen blazen?
Of is Trump eigenlijk de juiste man op het juiste moment? Je kan veel van hem zeggen, maar hij schopt wel in een keer de zelfingenomen, corrupte, politieke elite omver. Misschien werd dat wel eens tijd. 
Dan is er nog de vraag hoe ik moet reageren. Moet ik me fel opstellen, moet ik mild blijven? Moet ik het gesprek aangaan, moet ik het maar laten?
Misschien is de beste reactie op deze tijd wel: blijven doen wat je altijd al deed. Zoals de Fransen en Duitsers deden na de aanslagen. Onverstoorbaarheid als muur waarop terrorisme afketst.
Het team van Lubach ging ook gewoon door met wat ze altijd deden: satire maken. Hun filmpje heeft honderd keer meer invloed op de gebeurtenissen dan met z’n allen op het malieveld gaan staan en tegen elkaar zeggen: wat hebben wij toch ongelofelijk gelijk. Demonstreren in Nederland heeft toch vooral een therapeutisch karakter.
Dus ik heb besloten om voorlopig maar niet naar Nieuw Zeeland te vertrekken, al was het maar omdat je daar aardbevingen hebt.
Ik blijf voorlopig maar doen wat ik altijd deed: schrijven bijvoorbeeld. Om daar dan maar mee te eindigen: ik zit in een zeilbootje op zee. Het mist, je ziet geen hand voor ogen. In de verte klinkt een scheepshoorn. Ik heb geen idee waar het schip zich bevindt en welke koers het vaart. Ik hou me vast aan de rand en hoop dat hij niet mijn kant op komt.

1/09/2017

Kunst

Ik wilde dit jaar maar eens beginnen met een elitair standpunt: ik vind dat kunstvakken verplicht moeten worden op school.
Kunst wordt tegenwoordig gezien als luxe.
En inderdaad, je kan je de vraag stellen: wat is het belang van kunst? Wat doet een roman ertoe, wat heeft een balletvoorstelling voor zin?
Deze vraag is de afgelopen jaren met de grote bezuinigingen op de kunstsector, volop aan de orde geweest. En alhoewel ik vind dat je heel terughoudend moet zijn met subsidies, vind ik het gemak, het dedain waarmee steeds meer mensen over kunstenaars spreken verontrustend. Alsof het allemaal luie, subsidieverslaafde uitvreters zijn, terwijl het tegendeel waar is: mensen werken hard, verdienen weinig en maken prachtige voorstellingen, schrijven schitterende boeken. Natuurlijk is niet elk experiment geslaagd, maar je kan nooit iets vernieuwen als je niet bereid bent om fouten te maken. Dacht je dat Rembrandt nooit een slecht schilderij heeft gemaakt?
Het valt me trouwens ook op dat diezelfde zinvraag, een stuk minder vaak gesteld wordt als het gaat om andere beroepsgroepen, terwijl je je volgens mij best kan afvragen of al die managers, en al die juristen en al die politici nou zo’n zinvolle bijdrage aan de wereld leveren.
Maar waarin ligt dan het belang van kunst?
Om het even bij boeken te houden: een goed boek is in staat om je te raken, om je verder te brengen, inzicht te geven en misschien wel om iets te veranderen.
Sommige boeken hebben mijn leven veranderd. Of eigenlijk moet ik zeggen, ik was aan een verandering toe, maar ik had het zelf nog niet door. Het boek gaf woorden aan wat ik zelf nog niet helder had.
Om een voorbeeld te geven: ik studeerde Rechten in Groningen omdat je daar ‘alle kanten mee op kon’, maar ik wilde eigenlijk iets anders.
Toen las ik De ondragelijke lichtheid van het bestaan van Milan Kundera waarin het gaat over keuzes maken en waarin zo mooi beschreven staat dat het leven geen generale repetitie kent; er komt geen tweede keer.
Toen begreep ik dat als ik wilde veranderen, ik het nu moest doen.
            Maar het gaat veel verder. De boeken van dissidente schrijvers als Havel of Solzjenitsyn waren van onschatbare waarde ten tijde van de communistische dictatuur; de muziek van de Beatles heeft misschien wel meer invloed gehad op de val van het ijzeren gordijn dan welke politicus ook.
            Hoezo is kunst een luxe?
 Maar hoe breng je iemand liefde voor kunst bij?
In de film Dead Poets Society speelt Robin Williams een bevlogen literatuurdocent die zijn uitgebluste leerlingen vraagt om de eerste bladzijde van hun literatuurboek eruit te scheuren. Hij vraagt ze om vooral niet een theoretische verhandeling te bestuderen, maar om de gedichten voor te dragen. En te luisteren. En te vertellen wat er met ze gebeurt.
Langzaam beginnen de leerlingen die aanvankelijk niets moesten hebben van poezie, de schoonheid te ontdekken.
De film laat zien dat het niet zozeer gaat om wat de stof is, als wel, om hoe je de stof behandelt.
Dus het simpele antwoord op de vraag hoe je iemand liefde voor kunst bijbrengt is: betere leraren.
Het ingewikkelde antwoord is dat het schoolsysteem moet veranderen. Dat we toe moeten naar een systeem waarbij kunstvakken even serieus worden genomen als ‘gewone’ vakken.
Kunst is namelijk helemaal geen luxe, zeker niet in tijden van Trump, Poetin, Erdogan, Wilders en Le Pen. Hoe minder vrijheid, hoe belangrijker kunst wordt. Hoe rauwer de samenleving, hoe meer houvast, troost en inzicht kunst kan bieden.
Kunst is, naast wetenschap en journalistiek, het enige medicijn tegen populisme en nihilisme. Kunst is de zuurstof in de samenleving. Als je kinderen daar niet mee opvoedt, schaffen een paar gekken het over een paar jaar gewoon af.


1/05/2017

Aftellen

Twee dagen voor de jaarwisseling overleed Michael, iemand die ik kende uit mijn studententijd. Het klinkt nogal afstandelijk -iemand die ik kende uit mijn studententijd- maar feit is dat ik niet goed weet hoe ik hem moet kwalificeren. Hij was geen vriend, maar wel meer dan een kennis. Een maatje is het goede woord niet, dat klinkt als iemand met wie je vanalles onderneemt;  een makker is weer teveel een broer.
Om het dilemma weer te geven: ik ken zijn vrouw en kinderen niet eens, ik was nooit bij hem thuis en toch kende ik hem op een bepaalde manier juist heel goed omdat we een korte, bepalende periode in ons leven samen op trokken. Hij zat nml. bij mij in de jaarclub van studentenvereniging Vindicat. Zo’n jaarclub komt tijdens de ontgroening onder nogal wat druk tot stand en vooral in het eerste jaar is dat de groep waarop je terug kan vallen. Je gaat eigenlijk nooit zonder je jaarclub naar de societeit. Het is een soort kudde die zichzelf beschermt tegen de aanvallen van anderen: ouderejaars, omhoog gevallen jaargenoten.
In de jaren erna wordt iedereen zelfstandiger en valt die functie weg en merk je of zo’n club standhoudt. Dat deed het in ons geval niet. Mijn jaarclub was een soort Europese unie: je zit bij elkaar aan tafel, maar je hebt geen idee meer waarom ook al weer.
Er zijn jaarclubs die dertig jaar na dato nog iedere vijf jaar met elkaar met vakantie gaan;  wij waren al blij als er één keer in de vijf jaar meer dan vijf mensen kwamen opdagen bij een eetafspraak.
Wel hadden we sinds kort een groepsapp, waarbij dan weer niet iedereen was aangesloten omdat de ene niet wilde, de ander een nieuw telefoonnummer bleek te hebben en de derde geen idee had wat Whatsapp was.
Michael was wel aangesloten. Zijn laatste bericht dateert van 14 december. Hij schrijft dat hij erg moe is, maar dat er geen signalen zijn dat er iets ernstigs aan de hand is.
Toen het bericht van zijn overlijden ons afgelopen weekend bereikte, barstte er op de app een discussie los over de vraag of we als jaarclub een overlijdensadvertentie moesten zetten.
Eén van ons had contact met de familie en had begrepen dat Michael het op prijs zou hebben gesteld, dus werd besloten om het te doen. Ik hield me bezig met de tekst, een ander informeerde bij de krant en alles was zo goed als rond, toen één lid van de club, van wie we al zeker tien jaar niets meer gehoord hadden, zich ineens meldde op de groepsapp: hij was faliekant tegen.
Waarom, vroegen wij.
Het antwoord liet uren op zich wachten, wat kort was in het licht van de tien jaar die we elkaar niet meer gesproken hadden. Maar toch wel erg lang, aangezien de advertentie voor drie uur ’s middags doorgegeven moest worden.
In afwachting van het antwoord volgde een discussie over de vraag of de mening van één persoon die van de hele groep moest dicteren. En over de vraag voor wie je eigenlijk een rouwadvertentie zet: voor de overledene, voor jezelf, of voor de nabestaanden.
Vlak voor de deadline van de krant verstreek meldde de afvallige zich weer met een uitleg die ik onzinnig vond, maar die ik zei te respecteren, omdat ik nog van dertig jaar geleden wist dat je anders in een oeverloze discussie over principes belandde. Een discussie die na verloop van tijd altijd uitkwam bij Hitler en de Tweede Wereldoorlog. En daar had ik geen zin in. Niemand had daar zin in, dus kwamen we tot een compromis: wel een advertentie, maar zonder zijn naam.
Gisteren stond hij in de krant en ik realiseerde me twee dingen: dat Michael het hele gedoe ongetwijfeld vermakelijk had gevonden. En dat het aftellen was begonnen.

12/06/2016

Touwtje uit de brievenbus

Vorige week hield Jan Terlouw een gloedvol betoog in DWDD over vroeger. Toen hingen  de touwtjes uit de brievenbussen en nu niet meer. Toen vertrouwde men elkaar nog.
Ik vond het, net als veel mensen, mooi, maar hoe meer ik er de afgelopen dagen over nadacht, hoe minder zijn betoog me beviel.
Vooral die hang naar vroeger zat me dwars.
Daarom, zonder cynisch te willen zijn, toch een paar kanttekeningen.
Terlouw stelt dat er meer solidariteit was in de jaren vijftig: de welvaartstaat werd opgebouwd. Ik weet het niet. Nederland was vooral een heel ander land: iedereen was Christen, iedereen ging naar de kerk, homo’s bestonden nog niet. Er was nog geen internet. Je leven speelde zich af binnen de veilige grenzen van je dorp.
Volgens mij was het juist een hele bekrompen, intolerante tijd. Lees De avonden van Gerard Reve er nog maar eens op na. Of Wolkers, of Maarten ’t Hart. A bad youth is a writers goldmine. Als die uitdrukking op één periode van toepassing was, was het wel de jaren vijftig.
Ook die hang naar de jaren zestig en zeventig snap ik niet. We hadden het over Love, not war, zegt Terlouw.
Hij bedoelt: wij, de voorhoede van Nederland, studenten, kunstenaars, hadden het daarover. De rest ging gewoon naar zijn werk.
En terwijl die voorhoede het druk had met zichzelf ontstond er een samenleving binnen een samenleving van Turkse en Marokaanse gastarbeiders waar niemand naar omkeek. De voorhoede verwarde vrijheid met onverschilligheid. De problemen met jeugd in Zaanstad, ouders die hun kinderen van Gulenscholen halen; de kiem is in de jaren zestig en zeventig gelegd. Geen reden om die tijd te idealiseren.
Met zijn betoog draagt Terlouw bij aan het door hem zo verfoeide negativisme van deze tijd.  In feite zegt hij namelijk: wat doen we het toch slecht nu. Vroeger was het allemaal beter.
Terwijl dat volgens mij onzin is: het gaat helemaal niet slecht.
Goed, in Amsterdam Oost moet je misschien geen touwtje meer uit de brievenbus laten hangen, maar in het dorp waar ik woon staan in de zomer de voordeuren open.
Goed, het politieke debat is verhard, maar Rutte 2 gaat gewoon de vier jaar volmaken. Dat kan Terlouw niet zeggen. Ik heb het nog even opgezocht: hij zat in twee kabinetten. Van Agt 2 bestond welgeteld zeven maanden en Van Agt 3 slechts vijf maanden.
Als er één periode is waarin men niet naar elkaar luisterde; waarin men niet bereid was samen te werken, was het wel in de jaren zeventig en tachtig.
Goed, populistische partijen winnen terrein, maar eergisteren verloor de populistische Hofer in Oostenrijk ruimschoots.
Er gaat heel veel goed: de vooruitgang op het gebied van schone energie is onomkeerbaar; het gat in de ozonlaag is de afgelopen decennia stukken kleiner geworden; de ontwikkelingen op medisch gebied gaan razendsnel.
Er was een prachtig eerbetoon in de Kuip voor Tony Vilhena nadat zijn moeder was overleden.
Goed de V&D is failliet, maar we hebben fantastische nieuwe bedrijven: ASML bijvoorbeeld.
En inderdaad, het politieke debat verhardt, dat is vervelend, maar het is ook interessant. Het gaat eindelijk weer echt ergens om. 
Ik vind het eerlijk gezegd een geweldige tijd.
Nederland is de afgelopen zestig jaar een ander land geworden: van een kleinburgelijk, homogeen, godvrezend landje is het geworden tot een geglobaliseerd, multicultureel, welvarend land.
Ik verlang totaal niet terug naar een tijd waarin er touwtjes uit de brievenbus hingen. Touwtjes die stonden voor vertrouwen maar net zo goed voor de verstikkende strop om de nek van iedereen die afweek.



11/09/2016

Onvrede

Onvrede is relatief: het gaat niet om de vraag wat je hebt, maar om de vraag of het minder is dan je buurman.
Onvrede kropt zich op en komt op een onverwacht moment tot uitbarsting.
Onvrede komt te paard en gaat te voet.
Onvrede vindt verschillende wegen: de ene leidt via terrorisme, de ander via verkiezingen.
Onvrede is aanstekelijk
Onvrede wordt onderschat; we dachten dat het niet zo’n vaart zou lopen met die Brexit, met Trump. We denken dat het wel mee zal vallen met Wilders en LePen.
Onvrede wordt o.a. gevoed door:
Bonussen van bankiers;
Salarissen van CEO’s die dertig keer zo hoog zijn als dat van een gewone werknemer;
Het stoicijns blijven doorgaan met het ‘Europese project’, terwijl de Nederlandse en Franse bevolking ‘nee’ zeiden bij het referendum over de Europese grondwet;
Henk Krol die maar blijft zeggen dat ouderen gepakt worden;
Onvrede wordt erger van verontwaardiging.
Onvrede wordt erger van stemverklaringen van Madonna, Lady Gaga en Bruce Springsteen.
Onvrede wordt erger van persiflages in Saterday Night Life en The Daily show.
Onvrede kent altijd twee partijen: wij en zij.
Alles wat je doet om onvrede te beperken is olie op het vuur, want jij bent zij. Jij bent de vijand.
Onvrede heeft zijn eigen wetten: bijvoorbeeld dat je over alles boos mag zijn, dat je alles tegen iedereen mag zeggen, dat zeggen wat je denkt goed is omdat het eerlijk is.
Onvrede is de meest egoïstische aller emoties
Onvrede is een klein kind dat in de hoek staat te mokken. Je zou moeten zeggen: ga naar je kamer en kom pas terug als je weer normaal kan doen. Maar je stuurt een volwassene niet naar zijn kamer.
Als je onvrede serieus neemt, geef je het meer aandacht dan het verdient.
Misbruik van onvrede staat aan de basis van elke revolutie.
Trump is een arts die tegen iemand met buikpijn zegt: u bent heel erg ziek, maar ik kan u genezen.
Onvrede is een gevoel. En aangezien we gevoel hebben verheven tot norm kan je praten wat je wil.
Onvrede: er is geen kruid tegen gewassen.





11/07/2016

Fuck gevoel

Morgen zijn de verkiezingen in Amerika en over vier maanden zijn ze in Nederland.
Ik vond een oud citaat van Winston Churchill:
Het beste argument tegen democratie is een vijf minuten durend gesprek met een gemiddelde kiezer.
Het stelde me in zekere zin gerust: vroeger was de kiezer kennelijk ook al slecht geinformeerd.
Verontrustender is dat het gebrek aan kennis tegenwoordig als deugd wordt gezien.
Het gaat allemaal om gevoel. Als dat maar oprecht is, dan is het waar. Gevoel is het nieuwe feit.
En verkiezingen zijn daarmee steeds meer het domein geworden van beeldvorming.
Je wint verkiezingen als je goed bent in het bespelen van het gevoel. In het neerzetten van een beeld. Of dat iets te maken heeft met de werkelijkheid doet er weinig toe.
Laat ik een paar willekeurige voorbeelden van beeldvorming geven:
Het beeld in Nederland is dat treinen altijd vertraging hebben.
Feit is dat Nederland in Europa op de tweede plaats staat als het gaat om punctualiteit.
Het beeld is dat Duitsland een degelijk land is. Feit is dat er op grote schaal gefraudeerd is bij de Deutsche Bank, dat er op grote schaal gesjoemeld is bij Volkswagen en dat Frans Beckenbauer verdacht wordt van fraude in aanloop naar het WK voetbal 2006.
Het beeld is dat een verkoudheid sneller over gaat als je Dr. Vogel neusspray neemt. Feit is dat het met neusspray zeven dagen duurt en zonder een week.
            Als je auto wil rijden, moet je een rijbewijs halen. Waarom? Omdat je bepaalde kennis nodig hebt om deel te kunnen nemen aan het verkeer. Ik bedoel, het is handig dat iedereen weet dat een rood bord met een witte streep betekent: niet in rijden.
Daarom ben ik voor het invoeren van een stembewijs. Omdat je bepaalde kennis nodig hebt om deel te nemen aan een democratie.
Dus gewoon een lijstje met eenvoudige multiple choice vragen zoals:
Worden er meer of minder gewapende overvallen gepleegd dan tien jaar geleden?
Is het begrotingstekort per dag meer of minder dan 8 miljoen euro?
Zijn de hangjongeren in Zaandam Nederlanders of asielzoekers?
Geven we per jaar meer uit aan gezondheidszorg of aan rechtszaken tegen Geert Wilders?
Twintig vragen waarvan je er twaalf goed moet hebben. Heb je die niet, dan krijg je nog een herkansing, en als je daar dan weer niet voor slaagt mag je dat jaar niet stemmen.
Natuurlijk heeft dat ook nadelen: er zullen waarschijnlijk minder mensen komen opdagen, want niet iedereen heeft zin om die moeite te nemen. En vanuit de Wilders en SP hoek zal waarschijnlijk het verwijt klinken dat het elitair is, omdat het voor hoogopgeleiden makkelijker is om zo’n examen te halen dan voor laagopgeleiden. Dat is waar, maar dan is het theorie-examen van het rijbewijs dat ook. Sterker, dan is alles waarvoor je een examen moet afleggen elitair: school bijvoorbeeld.
Ik denk dat het goed is om een extra inspanning te vragen van mensen die de luxe hebben om te kunnen kiezen. Onverschilligheid is geen optie, want het wordt steeds duidelijker dat democratie iets kwetsbaars is. Er zijn nogal wat delen in de wereld waar ze er niets van moeten hebben.
Iedereen heeft zijn mond vol over het verdedigen van onze waarden.
Maar hoe verdedig je de waarden van een vrije samenleving als je niet weet waar je het over hebt.
Het begint allemaal toch echt bij kennis. En daarna komt de rest.
Dus hierbij mijn motto voor de komende maanden: Fuck het gevoel, leve de feiten.





10/31/2016

Anonieme bronnen

De afgelopen maand was de maand van de anonieme bronnen.
Een paar dagen geleden werd Prins Bernhard door mevrouw Withuis gebrandmerkt als een aanrander op basis van anonieme bronnen.
De week daarvoor probeerde Hanneke Groenteman de eer van de publieke omroep in het Pietendebat te redden door op basis van betrouwbare bronnen te suggeren dat ze bij het Sinterklaasjournaal ook echt wel met hun tijd mee gaan:
En een paar weken daarvoor trad de man van minister Schippers af n.a.v. een uitzending van Lubach die zich weer baseerde op een artikel in Follow the money, dat grotendeels gebaseerd was op anonieme bronnen:
Tijd dus om het eens te hebben over die anonieme bronnen.
Om met het laatste artikel te beginnen. Hierin suggereert de journalist dat de man van Schippers zorgverleners adviseert om op een perverse manier te declaren.
Dat gaat volgens hem zo ver dat een arts een gesprekje met een collega over een patient bij de koffieautomaat ook moet declareren.
De journalist heeft het in zijn artikel over een van onze bronnen, over een behandelaar, over een behandelaar bij een GGZ instelling in de omgeving van Limburg en over onze informant.
Niet duidelijk wordt of het om vier verschillende bronnen gaat, of om drie. Of twee. Stel dat het er maar twee zijn dan is dat wel mager voor beschuldigingen die zulke verstrekkende gevolgen hebben. Daarbij kan je je afvragen wat voor belang een bron heeft. Mischien heeft hij ooit een conflict gehad met de man van Schippers, misschien is het afgunst, misschien is het iemand die een probleem heeft met autoriteit. Je weet het niet. En je kan het niet checken.
In principe checkt de hoofdredactie de bronnen, maar dat gaat nog wel eens mis. In 2014 werd Perdiek Ramesar, een journalist van Trouw die schreef over een vermeende Shariadriehoek in de Schilderswijk, betrapt op het verzinnen van bronnen. Jarenlang had de hoofdredactie niks opgemerkt.
Ik kon op de site van Follow the Money niet vinden of er uberhaupt een hoofdredactie is. Het is een journalistieke beweging, staat er. Hoe degelijk men daar anonieme bronnen checkt is niet duidelijk.
Ik vond het artikel een hoog SBS gehalte hebben. Dat boezemt weinig vertrouwen in als het gaat om degelijkheid, maar wie weet is het allemaal heel goed onderbouwd.
Probleem is dus, dat je dat helemaal niet kan beoordelen.
Dat geldt ook voor het boek van Jolande Withuis over Juliana.
Het stuk waarin ze Bernhard beschuldigt van aanranding is gebaseerd op vijf anonieme bronnen.
Dat is best veel, het zou dus waar kunnen zijn. Aan de andere kant: het zijn getuigenissen van mensen die zich iets herinneren van heel lang geleden, en we weten van professor Wagenaars dat die nogal onbetrouwbaar zijn.
Daarbij, mevrouw Withuis is feministe en hoogleraar vrouwenstudies. Misschien komt het haar wel heel goed uit: zo’n foute man die in dure sportwagens rijdt en overal vriendinnen heeft. Prins Bernhard is de ideale rode lap voor elke rechtgeaarde feministe.
Wie weet heeft dat haar vraagstelling beinvloed. Het maakt nog al wat uit of je vraagt: ‘En wat gebeurde er toen?’ of ‘Ging hij toen aan je zitten?’
            Ik snap heel goed dat sommige mensen anoniem willen getuigen. Het bekendste voorbeeld is de informant Deep Throat van het watergateschandaal. Daar komt ook de zin: ‘Follow the money’ vandaan.
Wat mij betreft wordt het tijd voor: ‘Follow the media’.
Ik zou graag wat meer controle hebben op al die anonieme bronnen; een onafhankelijke commissie waar je je bronnen meldt en die ze checkt; een commissie Stiekum voor journalisten.
Want een hoofdredactie die zijn eigen journalist controleert is toch een beetje: wij van WC eend adviseren WC eend.
Tot slot nog dit: ik heb uit anonieme bron gehoord dat Diewertje Blok de bron was van Hanneke Groenteman. Een andere informant stelt zelfs dat ze al jaren een lesbische relatie hebben.

10/25/2016

Rotterdam - Aleppo

Ik heb hier al eerder verteld over de twee Syrische broers, Ali en Ahmad, met wie ik contact heb ivm mijn nieuwe roman.
Ik besloot ze vorige week een dagje mee te nemen naar Rotterdam, want ik vond dat ze somber waren.
Het rare is dat sinds ze hun eigen huis hebben, een appartement aan de randweg in Alkmaar, ze terug verlangen naar het AZC. Terwijl ze, toen ze daar woonden, niets liever dan weg wilden.
Overigens begrijp ik het wel: daar hadden ze vrienden, hier zitten ze met z’n tweeen te kijken. Inmiddels gaan ze wel drie ochtenden per week naar Nederlandse les, waar ze wat andere Syriers ontmoeten, maar dan blijft er nog steeds veel te veel tijd over om na te denken hoe tragisch je leven is.
Daarom dacht ik: ik ga wat leuks met ze doen.
Ik nam ze mee naar Rotterdam omdat ze daar nog nooit geweest waren. We maakten een rondvaart door de havens, daarna dronken we wat in Hotel New York. Ik vertelde over de geschiedenis van Rotterdam, over het bombardement en zocht op mijn telefoon beelden van de verwoestingen.
‘Net Aleppo’, zei Ali.
Hij zocht beelden van de verwoestingen in zijn stad en legde zijn iphone naast de mijne.
We vergeleken de foto’s. Zo te zien was Rotterdam destijds zwaarder getroffen dan Aleppo.
Ik dacht dat het misschien wel een troost voor ze was om te zien hoe deze stad het bombardement te boven was gekomen.
‘Misschien is Aleppo over veertig jaar ook wel weer een bruisende, moderne stad’, zei ik.
De jongens knikten beleefd.
Ineens realiseerde ik me dat dat voor hun een onoverkomelijk lange periode is. Over veertig jaar is Ali vijfenzestig: dan is zijn leven al goeddeels geleefd.
Ik realiseerde me dat deze jongens waarschijnlijk tot een verloren generatie zullen behoren; de generatie die alles kwijt raakt en hun leven in dienst stelt van hun kinderen. Zoals de gastarbeiders uit de jaren zestig en zeventig.
Misschien hadden ze hun eigen leven al afgeschreven. Misschien kwam daar die somberheid vandaan.
            Ali liet ook een paar foto’s zien van Aleppo van voor de verwoestingen.
‘Toen was het zo’n mooi land’, verzuchtte hij.
Gek hoe onuitroeibaar nostalgie is. Zelfs naar een tijd en een plaats waar het leven zwaar en moeilijk was, kan je blijkbaar nostalgie voelen. Want het Syrie van voor de oorlog ken ik, ik ben er twee keer geweest, en dat was bepaald geen plek om naar terug te verlangen: een politiestaat waarbij iedereen zomaar opgepakt kon worden. Een land waar je nooit zeker was of je buurman connecties had met de inlichtendienst. Een land waar het begrip paranoia opnieuw geijkt werd.
Daar heeft Ali ook de afkeer van om over politiek te praten. Als ik erover begin, zegt hij: ‘Ik praat liever niet over politiek.’
Toch deed hij het op de terugweg.
Hij zei: ‘Ik hoop dat Trump wint.’
Ik dacht dat hij een grapje maakte.
‘Ik hoop dat hij het hele land kapot maakt’ zei hij, ‘dat Amerika met iedereen in oorlog komt en vernietigd wordt.’
Ik wilde nog zeggen dat diezelfde Amerikanen ons land bevrijd hadden, het land waarin hij nu opgevangen werd, maar ik besloot het er maar bij te laten.




10/17/2016

Leef!

Afgelopen zaterdag stond er een interview in de VK met Youp van ’t Hek. Ik was benieuwd of hij na zijn ziekte anders over het leven was gaan nadenken.
Dat was niet zo.
De strekking van het interview was nog steeds hetzelfde: Je moet Leven! Met uitroepteken. En je moet vooral niet zeuren.
Iedereen die klaagt is een zeikerd, vindt van t Hek, want je kiest er zelf voor om werk te doen dat je niet leuk vindt of om, ik citeer, met een takkewijf te trouwen.
Youp gaat er dus vanuit dat het leven maakbaar is, en dat je alles zelf in de hand hebt.
Daarmee plaatst hij zich feitelijk in dezelfde traditie als geluksgoeroes zoals Emile Ratelband: Succes is een keuze. Ongelukkig zijn ook.
Dat is mijns inziens een nogal eenvoudige weergave van de werkelijkheid. Er kunnen volgens mij allerlei redenen zijn waarom je niet gelukkig of succesvol bent: genetische aanleg bijvoorbeeld. Of een lastige jeugd. Je kan behept zijn met een geest die twijfelt. Je kan iets vreselijks meemaken.
Volgens mij heeft van ‘t Hek het vooral over zichzelf: hij wist wat hij wou, hij is gelukkig, hij zeurt niet.
Feitelijk is zijn boodschap: als je gelukkig wil worden, word dan zoals ik.
En hoe word je dat: door te Leven!
Het lastige van dit soort wijsheden vind ik altijd is dat ze zo weinig concreet zijn.
Ja, je moet leven, maar hoe dan?
Elke week op en neer naar Parijs liften wordt ook saai op den duur.
Ik denk dat hij bedoelt: durf. Niet bang zijn. Doe wat je hart je ingeeft.
Dat vind ik op zich wel een goed uitgangspunt, maar ook hier geldt weer: dat gaat over hem. Bij hem pakte het goed uit.
Ik ken nog wel een paar mensen die hun hart volgden en nu op hun vijftigste anti kraak wonen. Of in een afkickkliniek zitten. Of dood zijn.
Misschien heb ik vooral last van het absolute karakter van zijn logica. Je moet leven! En als je dat niet doet moet je niet zeiken. Dan heb je het allemaal aan jezelf te danken.
Op internet circuleert een filmpje van een populaire Indiase goeroe. In dezelfde absolute logica laat hij zien dat er nooit reden is om je zorgen te maken.
Hij begint zo:
Do you have a problem in life? No? Then why worry?
Dit snap ik nog wel. Als je geen probleem hebt, hoef je je ook geen zorgen te maken. Maar dan.
Do you have a problem in life? Yes? Can you do something about it? Yes? Then why worry?
Dit lijkt logisch, maar het is onzin. Als je namelijk een probleem hebt en je kan er wat aan doen, blijft de knagende vraag: wat dan? Bijvoorbeeld, je kind wordt gepest op school. Kan je er wat aan doen? Ja, maar wat? Haal je je kind van school of laat je hem er juist op; ga je met de pesters praten of maak je het daarmee juist erger; doe je je kind op weerbaarheidstraining of maak je hem daar juist onzeker mee?  Er zijn wel tien mogelijkheden, alleen je weet niet wat wijsheid is. Dus maak je je zorgen.
Do you have e problem in life? Yes? Can you do something about it? No? Then why worry?
Natuurlijk. Mevrouw, u hebt kanker. Is er nog iets aan te doen? Nee. O, prima, dan hoef ik me verder  geen zorgen te maken.
Van ’t Hek doet feitelijk precies hetzelfde als deze Indiase goeroe die bij zijn ‘zweefteven’ zo populair is: hij vereenvoudigt de werkelijkheid zo sterk dat ze niets meer met de werkelijkheid te maken heeft.
Wat overblijft zijn schijnwijsheden die, als je er even over nadenkt, eigenlijk helemaal niks zeggen.
Maar goed, je verstand gebruiken is natuurlijk niet de bedoeling, want dan Leef! je weer niet.






10/11/2016

Cavia

Gisteren liet de cavia zich voor het eerst in zijn zevenjarig bestaan zomaar aaien.Toen ik goed keek zag ik dat hij weinig keuze had: hij kon zich nauwelijks meer bewegen want zijn hele achterlijf was opgezwollen.
Toen hij een paar uur later nog steeds in hetzelfde hoekje zat leek hij wel een ballon met pootjes, dus belde ik de dierenarts die meteen door had dat het niet goed was. Ze adviseerde me langs te komen en het beestje in te laten slapen.
Ik twijfelde even omdat het vijftig euro kostte; maar wat is vijftig euro op een cavialeven?
Daarbij, hij had het niet zo heel goed gehad bij ons. Hij zat alleen in een hok buiten en net zoals dat gaat bij een winkel die zich niet in de centrale winkelstraat bevindt maar in het steegje ernaast, zo had hij ook niet erg veel aanloop. Zeker in de winter vergaten we hem regelmatig en kwam ik er pas achter dat hij geen eten meer had en dat zijn water bevroren was als ik, ‘s avonds laat, bibberend van de kou, de vuilniszak in de kliko deed. Dan pakte ik vloekend het flesje uit het hok, hield het onder de warme kraan en hing het weer terug.
Dus hem verder lijden besparen leek me het minste dat ik kon doen.
Ik deed handschoenen aan om hem op te pakken, bang als ik was dat er allerlei vloeistoffen zouden ontsnappen of, erger nog, dat hij onder druk van mijn handen zou ontploffen, en deed hem in een doosje. Hij piepte zachtjes, maar verroerde zich niet.
In de dierenkliniek werd hij op de tafel gezet. ‘Hij heeft al moeite om zijn lichaamswarmte op peil te houden’, zei de dierenarts. Ik voelde het ook: hij was koud. 
Ze pakte een injectienaald en spoot een rode vloeistof in zijn lijf. Ik vroeg me af of je met dat spul ook een mens zou kunnen doden, maar ik vond het niet het moment om dat te vragen.
Terwijl ik hem aaide en de arts een handdoekje over zijn achterlijf legde wachtten we samen op de dood. 
‘Het kan even duren’, zei ze.
Ik vroeg me af waar we het over moesten hebben. Ik besloot maar wat over haar vak te beginnen. Is een kip ook een huisdier, vroeg ik. En: hebben jullie echt een IC voor honden?
Na een paar minuten pakte de dierenarts haar stetoscoop en luisterde. Het is gebeurd, zei ze.
Ik deed het beestje terug in het doosje en rekende af. 
Op de terugweg zag ik het leven van onze cavia als een film aan me voorbij trekken: hoe mijn dochter hem uitzocht bij de dierenwinkel; hoe ik een hok timmerde; hoe het konijn van mijn andere dochter een stuk uit zijn oor beet, hoe hij later gezelschap kreeg van een zwarte cavia; hoe hij de laatste jaren meestal in het donkere binnenhok zat. 
Om het leed voor mijn dochter te verzachten, baarde ik de cavia op: ik deed stro op de bodem van het doosje, sloot zijn oogjes, die me, ondanks dat hij dood was, aankeken met een mengeling van verwijt en hulpeloosheid en drapeerde wat bloemen om hem heen.
Toen mijn dochter van school kwam en in het doosje keek zei ze: ‘Aaah’.
Daarna ging ze naar boven om huiswerk te maken.