2/06/2007

Meninkjes

Vandaag de eerste reacties op het nieuwe regeerakkoord, dat overigens maar voor een deel bekend is. Maar Nederland zou Nederland niet zijn als niet iedereen daar al een mening over heeft (waarom zou je mensen vermoeien met teveel feiten? Het is nooit te vroeg voor een conclusie).
Ondanks dat ik de SP een reactionaire en inmiddels veel te grote partij vind was ik weer onder de indruk van Marijnissen.
Ik vond hem vorige week bij Pauw en Witteman ook al ijzersterk toen hij heel goed formuleerde waarom het AD de ranzigheid voorbij was door op hun site amateurbeelden van de moord op een jongen te zetten (met in dezelfde uitzending een glansrol van Sugar Lee Hooper, die een sterkt staaltje verborgen autochtonenracisme ten beste gaf: ‘Scheveningers zijn hele lieve mensen. Die dat gedaan hebben waren niet van hier. Die waren uit Rotterdam ofzo.’). In dezelfde uitzending ook stelde Marijnissen als enige kritische vragen aan een donkere, Belgische ambtenaar van burgerlijke stand die door sommige aanstaande bruidsparen niet geaccepteerd werd vanwege zijn huidskleur. De rest van de tafel, inclusief Pauw en Witteman, zaten weer heel correct mee te verontwaardigen over zoveel racisme bij onze Zuiderburen, maar Jan wilde weten hoe het zat en of dat nou wel echt racisme was.
Ook vanavond bij NOVA vond ik hem stukken beter dan Halsema en Rutten, die nogal voorspelbaar in hun afwijzing van het beleid waren. Marijnissen bleek veel onafhankelijker te zijn (kan ook makkelijk want zijn partijgenoten zullen hem weinig tegenspraak [durven] geven): hij was redelijk mild over het regeerakkoord; zei als enige aan tafel dat zijn oordeel onder voorbehoud was omdat niemand het akkoord uberhaupt in z’n geheel heeft kunnen inzien en vond, in tegenstelling tot Halsema, dat het nieuwe milieubeleid wel degelijk een kentering was ten opzichte van het beleid van de afgelopen jaren.
Ik meende overigens te zien dat hij zich kapot ergerde aan de eendimensionale verontwaardiging van Halsema. Of was dat projectie?
In Nova vanavond uiteraard ook een blokje ‘Wat vindt de man in de straat?’ Nou, de man in de straat vond het helemaal niks. Werkelijk niemand had een goed woord over voor het nieuwe beleid, dat ze dus nog helemaal niet kenden. Ze verwachtten er allemaal niets van; de politici spraken in verkiezingstijd allemaal mooie woorden, maar draaiden daarna weer 180 graden. Inderdaad blijkt het wapengekletter van Bos in verkiezingstijd wel erg veel gekletter en weinig wapen te zijn, maar de man in de straat moet maar eens bij zichzelf nagaan hoe consequent hij zelf is. Ik heb het eerlijk gezegd helemaal gehad met het gekanker op politici. Het is allemaal de schuld van ‘de hoge heren in Den Haag’. Wel zo makkelijk, dan hoef je zelf niet na te denken. Een kwestie van luiheid. Een kwestie van afschuiven. Kwestie van 'het is sowieso nooit mijn eigen schuld'. Een kwestie van welvaart: vermoei me niet met feiten, ik heb al een mening.

1/27/2007

RAI

Van 29 maart tot 9 april weer het tweejaarlijkse hoogtepunt voor de mannelijke lijn in mijn familie: de AutoRai.
Ik weet niet meer precies hoe oud ik was toen ik er voor het eerst heen ging, maar ik moet een jaar of acht zijn geweest, want ik herinner me de Simca 1100, de Citroen DS en de Fiat 500.
De tijdcode die in de bovenvalk van mijn herinneringen meeloopt bestaat niet uit cijfers maar uit auto’s. Ik heb vaak meer vakantieherinneringen aan auto’s dan aan het landschap of aan de mensen die mee waren.
Ik dateer oude foto’s door te kijken naar de auto’s. Een Alfa Romeo Montreal: eind jaren zeventig; een VW Golf II: begin jaren tachtig; Een Citroen BX: tweede helft jaren tachtig; Een Ford Scorpio: eerste helft jaren negentig, enz.
Ik weet niet zeker waarom ik die afwijking heb. Waarschijnlijk is het genetisch bepaald.
Wij verheugen ons al weken op de Rai, zoals we het evenement noemen - ik heb veel later pas begrepen dat er ook wel eens andere dingen georganiseerd worden – en hebben van te voren de route al uitgestippeld: de nieuwe Citroen Picasso, de nieuwe Chrysler Voyager, de nieuwe Landrover Freelander. De volgorde is heel belangrijk; het moet een opbouw hebben. We moeten van mooi naar mooier naar mooist.
We lopen om auto’s heen, stappen erin, voelen aan het stuur, zetten de stoel naar voren en naar achteren, controleren de hoofdruimte, draaien aan schakelaars, stappen uit, beoordelen de lijn van de auto, trappen losjes tegen banden, checken de laadruimte en komen tot een eindoordeel: ‘mooie auto, maar jammer dat de achterbank niet deelbaar is’ of ‘beetje plastiekerig dashboard, maar wel ruim’.
Het hoogtepunt van ons bezoek is altijd de poging om door te dringen tot de stand van Hessing (Rolls Royce, Jaguar, Aston Martin). De auto’s die daar staan zijn zo duur dat alleen mensen die eruit zien alsof ze zo’n auto kunnen betalen, door worden gelaten. Ondanks dat wij onze arrogantste en meest vanzelfsprekende gezicht opzetten, lukt het meestal niet. De bewaker kijkt ons aan en knikt even met zijn hoofd; wij begrijpen het signaal en druipen af. De twee keer dat het wel lukte waren we zo zenuwachtig dat we, om geloofwaardig te blijven, zelfs de Bentley van drie ton begonnen af te zeiken. ‘Mwaahh, vrij krap achterin’, zei ik dan tegen de verkoper. Of, ‘Beetje proleterig dat witte leer’. De man begreep binnen de kortste keren dat wij ten onrechte waren toegelaten en stelde vilein de vraag: ‘Wat rijdt u nu?’
Daarmee bracht hij ons in een lastig parket, want als wij toegaven dat we in een Citroen Visa reden, zouden wij vernietigd worden door zijn blik; als we zouden zeggen, ‘een Jaguar X-serie’ zouden we liegen. Het was dus zaak de man voor te zijn en desgevraagd het antwoord te ontlopen of liever nog hem te overtroeven. ‘We gaan niet inruilen’, zeiden we dan bijvoorbeeld, 'het gaat om een auto voor mijn moeder'.
Het bezoek aan de Rai eindigt in een van de restaurants alwaar ons tafeltje bezaaid ligt met folders, prijslijsten en bekertjes koffie en waar we het eens proberen te worden over welke auto ons het meest verrast heeft.
Jeugdsentiment, denk ik.

1/14/2007

God's voorzienigheid

Gisteren een van mijn 'oudste' vrienden gesproken (oudste in de zin van eerste; we kennen elkaar al van de box). Hij is dominee en heeft binnenkort met een aantal collega's een studiedag. Het is de bedoeling dat ik daar wat adviezen ga geven over de opbouw en de presentatie van een preek.
Ter voorbereiding spraken we over het geloof en over het 'cultuurtje' (overigens gaat het hier om nogal vrijzinnige dominees: dus feitelijk weer een cultuurtje binnen een cultuurtje).
Ik zei hem dat het mij altijd opvalt dat dominees, zodra ze op de kansel staan, anders spreken dan ze in het dagelijks leven doen. Natuurlijk begrijp ik dat je in een grote galmende ruimte niet te snel moet spreken, maar het gaat niet alleen om het de snelheid, het gaat ook om de toon en het gewicht dat je de woorden meegeeft. Zoals de resident van Bantam uit de Max Havelaar (die ik net aan het herlezen ben) zo langzaam en gewichtig spreekt dat hij geen tijd om zijn z..... (.....innen af te maken).
Ik heb er niets op tegen dat iemand zo spreekt, zolang het klopt bij die persoon. Ik bedoel, burgemeester Opstelten van Rotterdam zou niet anders moeten spreken dan hij doet; dat langzame, zware, Olie B Bommel achtige past helemaal bij de man. Maar het zou raar zijn als ineens alle burgemeesters van Nederland zo zouden spreken.
De meeste dominees doen feitelijk een dominee na. Of althans, ze spreken zoals ze denken dat dominees zouden moeten spreken: langzaam vragen op werpend en na die vraag nog eens een stilte laten vallend zo dat de vraag goed aan komt.
Dat nadoen van voorbeelden is alom aanwezig: vijfentwintig jaar geleden zag je allemaal Freekjes op podia staan die een 'verhaallijn' hadden en 'harde' grappen maakten ; CD hoezen verklappen onmiddelijk of het om een hiphop plaat gaat (ongeinterresseerd naar de lens kijkende jongeren met hun handen gestrekt naar voren); om een alternatieve gitaarband (tegen de achtergrond van een grootsteedse achterbuurt boos de camera inkijkende mannen met kleren uit de schappen van het leger des heils) of om een zangeresje in de categorie Mariah Carey (witte hoes, gestileerde studiofoto met zwoel kijkend, beetje bezweet meisje zonder heel veel kleren aan).
Op het gevaar af al te soft therapeutisch over te komen, wil ik die studiedag op zoek gaan naar wat bij de deelnemers past. Waarom spreken bepaalde artiesten of politici zo aan? Omdat ze authentiek zijn. Het relatieve succes van Balkenende wordt volgens mij bepaald doordat de meeste mensen hem geloven, ondanks zijn onbeholpenheid. Of misschien juist dankzij zijn onbeholpenheid. Waarom verliest Bos tien zetels, terwijl hij mediatechniesch gezien op alle fronten beter is dan zijn rivaal? Omdat mensen zijn verontwaardiging niet geloven.
Natuurlijk zijn uiterlijk, techniek of een prachtig opgebouwd verhaal van belang, maar de essentie is of mensen je geloven. Dat moet dominees toch aanspreken.
We hadden het ook over het van papier voorlezen van de preek. Ik begrijp dat dat meestal niet anders kan, maar het gevaar is dat toehoorders achterover gaan leunen en afhaken. Daarom zou je volgens mij altijd moeten proberen iets met 'de zaal' te doen. Ik was altijd blij als er tijdens een optreden van mij iets in de zaal gebeurde (iemand die reageerde; een glas dat omviel; iemand die naar de WC ging) zodat ik als het ware uit mijn programma kon stappen en kon reageren. Dan werd het echt spannend. Zeker op avonden dat de zaal stug was, bleek dat vaak de redding. Mensen voelen het verschil tussen live en routine.
Ik had dus in mijn hoofd om op deze studiedag de deelnemers - waarvan enkele een preek gaan houden waarop ik dan reageer - hun papieren af te nemen, zodat ze gedwongen worden hun verhaal uit het hoofd te doen.
Of het nou de voorzienigheid van God is of ordinair toeval: de aantekeningen die ik tijdens ons gesprek maakte en die de leidraad zouden vormen van mijn verhaal liet ik in de trein liggen.

1/05/2007

Het is niet wat je ziet

In mijn favoriete tijdschrift 'Autoweek' vandaag een interessant stuk over milieu, auto's en 'schone' brandstoffen. Aangezien ik gek ben op tegendraadse maar gefundeerde meningen het volgende:
Een Range Rover sport (voor de leek: een van de grootste en zwaarste auto's van dit moment) is 25% MINDER belastend voor het milieu dan de GroenLinks-correcte, hybride Toyota Prius!
Het Amerikaanse CNW Marketing Research heeft twee jaar lang onderzoek gedaan naar auto's en de mate waarin zij belastend zijn voor het milieu maar daarin niet alleen gekeken naar brandstofverbruik en naar wat er uit de uitlaat komt, maar naar veel meer factoren. Zo is meeberekend wat het kost om de auto te ontwikkelen en te fabriceren. Maar ook wat het kost om de auto weer te slopen en te verwerken. En dan blijkt dat de zware Range Rover weliswaar meer brandstof verbruikt, maar ook dat de auto twee keer zo lang meegaat: er hoeven er dus veel minder van geproduceerd te worden. Daarbij zitten in een hybride auto veel onderdelen die snel slijten (er zitten immers twee motoren in) en veel onderdelen die lastig afbreekbaar zijn (zoals een electromotor en extra accu's).
Kortom: het is niet wat je ziet.
Nijmegen zou juist de Toyota Prius moeten weren en de Range Rover moeten omarmen.
Wie voor mij op milieucorrect gebied ook door de mand is gevallen is de eigenaar van de bio-winkel bij ons op de hoek. Ik kom er nog wel eens omdat wij graag biologisch eten (en omdat hij dichtbij zit). Ook al begrijp ik dat het etiket 'biologisch' gewoon een verkoopargument is; ik had toch nog steeds het idee dat eigenaren van biologische winkels zelf op een fiets reden en de trein namen. Ik dacht ook dat hij zich niet scheerde om het milieu niet onnodig te belasten. Inmiddels weet ik beter: hij rijdt in een enorme Mercedes (die altijd een straat verderop geparkeerd staat; zo slim is hij wel) en op oudejaarsavond stak hij een mat met klappers af die een lengte had van vijftien meter en die vijf, lange, doofmakende minuten knalde voor hij opgebrand was. Het duurde een kwartier voor ik mijn vriendin en kinderen, die drie meter verderop stonden, weer kon zien. We hoesten er nog steeds van.
Kortom: 'onze' bio-boer is de Toyota Prius onder de winkeleigenaren. Per saldo waarschijnlijk belastender voor het milieu dan Albert Heyn zelf, die rustig in zijn Engelse landhuis oud en nieuw vierde met een glaasje whiskey.

12/27/2006

Zen en de kunst van het tennisspel

In Vrij Nederland een mooi stuk over Martin Simek die de tweelingbroertjes Tim en Marlon begeleidt op hun lange weg naar tennisroem. De ene, Marlon, heeft veel talent maar traint te weinig, de ander, Tim, heeft minder talent maar werkt hard.
Het is een ontroerend verhaal omdat de jongens geen moeder meer hebben en niet weten wie hun vader is en omdat Simek zich over hun ontfermt.
Maar het stuk trof me ook omdat ik sinds deze zomer het beeld dat ik van mezelf heb, noodgedwongen aan het bijstellen ben onder invloed van mijn ervaringen op de tennisbaan.
Ik zal het uitleggen.
Ik heb mezelf altijd gezien als iemand die matig getalenteerd is, maar die door hard werken toch een eindje komt. Een soort Tim dus. Dat geldt in principe voor alles wat ik doe (studeren, optreden, zingen, een boek schrijven), dus ook voor sporten. Zo heb ik als kind redelijk veel getennist.
Deze zomer heb ik de draad, na twintig jaar geen racket te hebben aangeraakt, weer opgepakt (we wonen sinds kort vlakbij een tennisbaan) en zie, het gaat veel beter dan ik dacht. En dat vind ik niet alleen; de trainer bij wie ik elke week les neem zei me laatst dat hij het jammer vindt dat we elkaar niet dertig jaar eerder tegen zijn gekomen want dan had ik volgens hem heel ver kunnen komen. Omdat het mogelijk is dat hij dat tegen iedereen zegt, heb ik het even gecheckt bij wat mensen die ook les van hem hebben, maar die hadden dat nog nooit te horen gekregen, dus ik denk wel dat hij het meent.
Ik schrijf dit niet om op te scheppen over hoe goed ik zou hebben kunnen tennissen als ik het maar had geweten toen ik tien was en de goede trainer tegen het lijf was gelopen; ik schrijf dit omdat het mijn hele zelfbeeld deed wankelen: misschien ben ik getalenteerder dan ik denk, maar ontplooi ik mijn talenten niet (genoeg). Misschien ben ik eigenlijk een soort Marlon.
Ik herinner me de frustraties op de tennisbaan als het niet ging. En dat gebeurde nogal eens, want ik trainde veel te weinig om mijn slagen te kunnen controleren.
Hoezeer herkende ik het adagium van Marlon: "Of ik speel als een god of ik speel helemaal niet". Ook bij mij moest het allemaal meteen goed gaan, anders had ik er geen lol in.
"Talent verplicht", zegt Simek in het stuk. "Het is een zegen en een vloek tegelijk. Als je het niet optimaal benut, ben je er veel slechter aan toe dan de talentlozen. Dan word je een ongelukkig mens."
Was ik daarom zo rusteloos als ik thuis zat en naar Wimbledon keek?
Ik pieker me suf sinds ik weer tennis. Ben ik Tim of Marlon? Of iets ertussenin? Ben ik te lui (Perfectionisme is volgens Simek een geraffineerde vorm van luiheid) of te fanatiek?
Of ben ik te laf? Misschien is tegen jezelf zeggen dat je niet zoveel talent hebt wel een vorm van zelfbescherming: als het niet lukt hoef je jezelf niets te verwijten.
Ik ga hard trainen deze winter.

12/16/2006

Bill Bryson

Omdat ik me (ontontkoombaar geworden door alle media-aandacht) ook zorgen begon te maken over smeltende poolkappen en stijgende zeespiegels er maar eens een boek over gelezen: ‘A short history of nearly everything’ van Bill Bryson. Ik kan het iedereen aanraden. Het boek beschrijft de ontwikkeling van de aarde vanaf het ontstaan (4,5 miljard jaar geleden, voor zover de geleerden nu weten) tot nu. Het gaat over de oerknal; uiteendrijvende aardplaten; vulkanen; atomen; ijstijden; dinosauriers; meteorieten, kortom over al die dingen waar ik veel te weinig vanaf wist (alhoewel ik indertijd wel naar Jurrasic Parc ben geweest).
Wat in de hele discussie over de opwarming van de aarde en de bijna-hysterie daaromheen misschien goed is om te weten, is dat de aarde een ritmiek kent. Meerdere ritmieken eigenlijk. Onder invloed van onze stand ten opzichte van de zon (die voortdurend wijzigt en cycli van tienduizenden jaren veroorzaakt) en onder invloed van het verschuiven van de aardplaten (die een cyclus kennen van 500 miljoen jaar) warmt de aarde op en koelt hij af. En dat houdt weer direct verband met de hoeveelheid kooldioxide in de atmosfeer.
Ooit heeft de zeespiegel 60 meter hoger gestaan dan nu: ooit was het op deze hoogte tropisch; ooit was een groot deel van de aarde bedolven onder ijs.
De hoeveelheid kooldioxide op en in de aarde in principe altijd gelijk is. Het gaat er om hoeveel er vast zit in de aardkorst en hoeveel er in de atmosfeer zit. Door het verbranden van een boom (maar ook door het rotten ervan) komt er kooldioxide in de lucht. Bossen aanplanten om kooldioxide uit de lucht te halen heeft dus wel zin (de boom neemt het op), maar dan moeten die bossen wel blijven staan, anders komt het net zo makkelijk weer in de lucht.
De meeste kooldioxide zit vast in de aarde, bijvoorbeeld in kalkrotsen (die feitelijk bestaan uit miljarden fossiele schelpdiertjes die miljoenen jaren geleden leefden) en in de ruwe fossiele brandstoffen die we oppompen.
Het overgrote deel van de uitstoot van kooldioxide in de atmosfeer (85%) heeft een natuurlijke oorzaak. Wat wij er als mens aan toevoegen is dus maar 15%, maar dit kan wel net dat deel zijn dat het evenwicht doet verdwijnen.
De grootste uitstoot van kooldioxide komt van vulkanen. Dat verbaasde mij, want ik ken alleen de Vesuvius en de Krakatau. Veruit de meeste vulkanen bevinden zich op de bodem van de oceanen. In feite moet je de aarde zien als een rugbybal waar een naad overheen loopt. Die naad wordt gevormd door vulkanen. De aardkorst is daar open en de gloeiende, vloeibare steenmassa duwt daar de aardplaten uit elkaar. Daarbij komen gigantische hoeveelheden kooldioxide vrij.
Daardoor verschuiven de continenten heel langzaam en zal ooit Italie in de Balkan gedrukt worden en zal ooit Californie een eiland zijn. Door die verschuivingen ontstaan bergen. Nou ja, dat voert nu te ver.
Zoals ik een paar weken geleden al schreef (‘Wat Gore unconvenient vindt') zijn geologen in staat om de ijslagen op antarctica te ‘lezen’. De ijslaag is daar drie kilometer dik (in tegenstelling tot de ijskap op de Noordpool die heel dun is) en in heel oude lagen hebben ze ijs aangetroffen dat laat zien dat lang geleden er in korte tijd ook al een enorme toename van kooldioxide is geweest. Lang voordat er uberhaupt mensen waren.
Ik schrijf dit allemaal niet omdat ik wil ontkennen dat we ons zorgen moeten maken; ik schrijf het omdat het goed is om te weten (of eigenlijk is dat niet goed natuurlijk) dat ook wetenschappers maar heel weinig begrijpen van de processen die zich op aarde afspelen. En dat iedereen die heel zeker weet hoe het er over vijftig jaar uit zal zien uit zijn nek lult.
Dat neemt niet weg dat we beter het zekere voor het onzekere kunnen nemen en zo snel mogelijk zoveel mogelijk zouden moeten doen om de uitstoot van kooldioxide tegen te gaan. Daarbij, de vraag of de mens de grootste oorzaak is van de opwarming is maar ten dele van belang; het is duidelijk dat de aarde opwarmt en dus worden we geconfronteerd met het wassende water. Het probleem daarvan is niet alleen dat de dijken verhoogd moeten worden, maar meer nog dat de rivieren hun water niet meer kwijt kunnen. Als het water blijft stijgen zullen we dus land prijs moeten geven.
Ik sprak vorige maand een professor in de aardwetenschappen die me vertelde dat ‘Amersfoort aan zee’ echt niet meer alleen om te lachen is. Volgens hem kan het in 2050 zover zijn (maar goed, hij weet het ook niet). Hij zei me ook dat ze nu al kooldioxide uit de lucht kunnen halen en onder de grond kunnen (terug)stoppen (in lege gasvelden). Dat vond ik een geruststellende gedachte (uiteraard is Milieudefensie tegen het gebruik van deze techniek, zoals ze ook tegen kernenergie zijn en in (of uit) principe tegen alle techniek die na de Middeleeuwen is ontwikkeld).
Maar aan de andere kant: grote bedrijven kopen nu al grond in het Oosten van het land (waar het hoger is) om op tijd hun kantoren en fabrieken te kunnen verplaatsen. Dat vind ik eerlijk gezegd nogal verontrustend, want als bedrijven zich zorgen gaan maken (en open brieven gaan sturen aan het kabinet) is er echt wat aan de hand.

12/10/2006

SP (deel 2), Iggy Pop en interviewers

Ik wil nog even terug komen op mijn stukje van twee weken geleden over de SP. Ik heb de gedachte die ik daar aan het einde ventileerde -namelijk dat het voor die partij belangrijk is dat Nederland niet te rijk wordt- nog wat verder uitgewerkt.
Mensen die op Marijnissen stemmen bevinden zich volgens mij voor het overgrote deel aan de onderkant van de samenleving (dat geldt in mindere mate ook voor de PvdA). Het is dus in zijn belang dat mensen niet al te welvarend worden, want wie het goed gaat stemt geen SP (een enkele multimiljonair zoals Jan Mulder of Harry de Winter daargelaten. Maar die hebben zoveel geld dat ze, zelfs als het hele partijprogramma van de SP zou worden uitgevoerd, nog multimiljonair zijn. Ik vraag me trouwens af of Mulder de helft van zijn Postbankreclame-inkomsten in de partijkas van de SP stort). Wat ik wil zeggen is dat het voor Marijnissen van groot belang is dat er (kans)arme mensen zijn, anders verliest hij zetels.
Hoe doet hij dat? Door veel, heel veel geld uit te geven. De bijstand gaat tien procent omhoog; mensen die uit de WAO zijn gezet worden herkeurd en mogen weer een uitkering; de aanvullende beurs voor studenten ‘wordt flink verhoogd’, enz. (zie voor een volledig overzicht mijn weblog van twee weken geleden). Dat levert enorme schulden op en na een paar jaar moet er vanzelf weer flink bezuinigd worden. En wie raakt dat het eerst? ....
Ik denk dat (kans)armen beter af zijn met de VVD. Die partij heeft er het het meeste belang bij dat iedereen welvarend is, want dan worden ze vanzelf de grootste partij.
Nou ja.
Zat net te kijken naar het programma ‘Wereldgasten’ met Iggy Pop. Verbazingwekkend helder van geest ondanks alle troep die hij decennialang in neus en armen heeft gepropt. Goed interview ook van Leon Verdonschot: sympathiek maar niet dweperig; vriendelijk lachend maar met een zekere afstandelijkheid. Vorige week interviewde Joyce Roodnat regisseur David Lynch, maar dat werd niks want de bewondering droop er zo vanaf dat Lynch er helemaal ongemakkelijk van werd en van de weeromstuit heel ongeinspireerde antwoorden gaf. Net als, jaren geleden, het interview van Sonja Barend met Mick Jagger ook hopeloos mislukte omdat ze als een groupie van zestien vragen stelde als: ‘Hoe schrijf je nou een liedje’. Het verveelde Jagger zo dat hij tijdens de eindtune van het programma (Barend & Witteman) al opstond en uit beeld liep.
De interviewcultuur in Nederland is gebaat bij mensen als Verdonschot en bijvoorbeeld Rob Trip. Mensen die sympathiek zijn, maar daarom niet minder kritisch. Ik heb het wel gehad met de ‘harde’ school van interviewers. Bij Barend en Van Dorp wist je van tevoren altijd precies hoe ze hun gasten tegemoet gingen treden: een politicus werd zo hard en onbeschoft mogelijk aangepakt (zodat hij/zij nog meer dan al het geval was bleef steken in obligate antwoorden); een kunstenaar (schrijver, cabaretier, schilder) werd nooit een kritische vraag gesteld en een lekker wijf werd overspoeld met empathie (lees: versierd). Was een mooie vrouw tegelijkertijd politicus (Hirsi Ali) dan waren ze in verwarring.
Niet te dweperig, niet te hard; niet te kritiekloos, niet te onbeschoft. Ergens in het midden. Het gaat niet om jou (de interviewer), maar om de gast.
Mmmm, dit idee ook nog maar eens uitwerken.

12/06/2006

De bruiloft van

Gisteren al zappend hoorde ik ineens muziek die mij bekend in de oren klonk. Dat klopte want het was mijn eigen liedje. Wat blijkt: Het Talpa programma 'De bruiloft van..' gebruikt het refrein van 'Contract' als leader. Ik heb het programma nog niet gezien, maar begrijp dat ze iedere dag een uitzending van een half uur maken over een bruiloft van een 'gewone nederlander volgens hun eigen normen en waarden, smaak en voorkeuren, georganiseerd en betaald met eigen middelen..' (aldus de website). Ik neem aan dat dit het programma is dat Talpa van de ondergang gaat redden.
Ik hoop het wel in ieder geval, want het is financieel gezien fijn als je liedje iedere dag gedraaid wordt. Overigens ben ik niet degene die het zingt; wat je hoort is de versie van Bastiaan Ragas die het nummer in januari als single gaat uitbrengen. Ik heb de opname inmiddels gehoord en ik moet zeggen dat het heel goed klinkt. Gek alleen dat iemand niet even contact met je opneemt. Ik geloof dat als ik een liedje van een collega op mijn plaat zou zetten, dat ik even met hem/haar zou bellen. Niet om toestemming te vragen, want dat hoeft niet (je mag ieder stuk opnemen en op een CD zetten, zolang je maar auteursrechten afdraagt), maar gewoon omdat dat aardig is.
Vanmiddag gehoord dat MODWZHM op de shortlist van de LIBRA debutantenprijs is gekomen. We zijn nu nog met z'n drieen en mogen wachten tot 11 maart 2007 voor de uitslag bekend wordt gemaakt. Waarom duurt dat zo lang?
Verder naast de alledaagse bezigheden, voornamelijk aan het inlezen voor mijn nieuwe roman. Het laatste boek dat ik las, 'A short history of nearly everything' kan ik iedereen aanbevelen, alleen al vanwege de briljante titel. Volgende keer meer over de inhoud ervan.

11/30/2006

Wat Gore unconvenient vindt

Laatst naar ‘An unconvenient truth’ van, of eigenlijk over, Al Gore geweest.
Voor de mensen die het ontgaan is: een documentairemaker volgt oud-presidentskandidaat Al Gore op zijn jarenlange reis langs universiteiten en congreszalen om mensen ervan te overtuigen dat we aan de vooravond staan van een catastrofale klimaatverandering.
Alhoewel ik het geweldig vind dat iemand als Gore zich inzet voor een beter milieu, maakte de film op mij geen indruk. Sterker nog, ik kreeg allengs een steeds moeilijker te onderdrukken afkeer van Gore. Waarom? Omdat de documentaire zo ontzettend eendimensionaal en Amerikaans was.
Je werd als toeschouwer werkelijk om de oren geslagen met grafieken vol alarmerende stijgende lijnen, parabolen en afwijkende bogen. Talloze kaarten met dreigende pijlen in de Oceaan en wereldkaarten met landen die langzaam onder water liepen, kreeg ik te zien. Een schier eindeloze reeks tabellen met steeds groter wordende getallen wezen allemaal in een richting: de aarde warmt op en het is onze schuld.
Ik denk dat ie gelijk heeft -ik maak me ook grote zorgen- maar als je de boodschap er anderhalf uur lang inwrijft word ik vanzelf recalcitrant. Als je in anderhalf uur niet een tegenstander aan het woord laat, begin ik je vanzelf te wantrouwen. Als je een film lang heil en verdoemenis predikt krijg ik vanzelf kriebel.
Waarom wordt er niet uitgelegd dat de aarde in zijn vierenhalf miljard jarig bestaan onder invloed van de stand tot de zon en onder invloed van de verschuivende continenten voortdurend opwarmt en afkoelt? Waarom vertelt Gore niet dat altijd ijstijden zijn en periodes waarin het water a.g.v. opwarming 40 meter hoger staat (de kustlijn heeft ooit bij Bonn gelopen, maar ook bij Schotland)? Waarom hoor ik niet dat de waarde van Co2 in de lucht voor 85% wordt veroorzaakt door de natuur zelf (vooral door vulkaanuitbarstingen, veelal op de zeebodem, maar bijvoorbeeld ook door het rotten van bomen) en maar voor 15 % door toedoen van de mens? Waarom legt hij niet uit dat geologen aan de ijslagen op Antarctica kunnen zien dat er al eerder hele korte periodes van grote opwarming zijn geweest, ook voordat er uberhaupt mensen bestonden?
Kortom, waarom is er in deze film geen ruimte voor twijfel?
Geologen, klimatologen en biologen zullen allemaal toegeven dat ze feitelijk nog maar een fractie begrijpen van wat zich afspeelt binnen en boven de aarde. Of zoals de voormalig directeur van het KNMI in een interview zei: “We begrijpen nog geen 10 % van het klimaat.”
Natuurlijk, daar staat een overweldigende berg aan alarmerende cijfers en smeltende ijskappen tegenover, maar waarom worden feiten die ‘unconvenient’ zijn door Gore weggelaten?
Een jaar geleden opende de Volkskrant met twee satelietfoto’s van de Noordpool: een van enkele tientallen jaren geleden (ik weet niet meer precies van wanneer) en een van vorig jaar. Het verschil in grootte van de ijskap was schokkend. Pas enkele dagen erna bleek dat de oudste foto in de winter was genomen en de meer recente in de zomer.
Het is dat soort eenzijdige berichtgeving waar ik niet tegen kan. Alsof ik zelf niet in staat ben me grote zorgen te maken over hoe het verder moet.

11/23/2006

Nu SP, voor de wereld van gisteren!

Om me te kunnen verplaatsen in al die mensen die SP hebben gestemd, vandaag maar eens het negenenvijftig pagina's tellende partijprogramma gedownload en gelezen.
Mijn conclusie: de SP is een reactionaire partij. Niet progressief, niet behoudend, maar achteruitstrevend. 'Terug naar de jaren vijftig' zou het onderschrift van het partij programma moeten zijn. Terug naar die gezellige tijd van wederopbouw toen niemand geld had en we zo saamhorig waren en gelukkig.
Ik zal een paar voorbeelden geven.
* De WAO-ers die de afgelopen jaren opnieuw beoordeeld zijn en (deels) goedgekeurd zijn en weer aan het werk, worden opnieuw gekeurd omdat de keuringseisen 'onbillijk' waren. Oftewel: Terug naar de uitkering, allemaal.
* Er wordt meer geinvesteerd in industriepolitiek. Alsof er geen China of Oost Europa bestaan waar mensen voorlopig goedkoper zullen werken. Alsof we ons niet moeten toeleggen op wat we beter kunnen dan anderen. Nee, Nederlandse arbeiders terug naar de fabriek.
* Mensen moeten in dorpen blijven wonen. Daartoe worden grote supermarkten, banken en postkantoren verplicht filialen op het platteland open te houden. Vrij ondernemerschap? Nee, terug naar de staatswinkels.
* Werknemers uit andere EU landen (lees: Oost-Europa) mogen hier alleen komen werken als ze onder precies dezelfde condities werken als Nederlandse werknemers. Alsof we geen deel uitmaken van Europa, zonder grenzen. Nee, eigen arbeiders eerst.
* Elke liberalisering die is ingevoerd wordt teruggedraaid, zoals de liberalisering van de taxiwereld; van busbedrijven; van zorginstellingen; van de spoorwegen (al was dat niet eens een echte liberalisering). Kabelbedrijven komen weer in overheidshanden en ga zo maar door.
De overheid gaat zich, als het aan de SP ligt, op vrijwel elk terrein nadrukkelijk bemoeien met wat we moeten doen, hoe we het moeten doen en hoeveel we mogen ermee mogen verdienen. 'Een socialist is iemand die vindt dat de ander teveel verdiend' zei Reve ooit (hij citeerde ook weer iemand,maar ik weet niet wie) en daar lijkt het wel op.
Verder wordt er in het programma ook met geld gestrooid. Zo wordt de bijstand met 10 procent verhoogd; de aanvullende beurs voor studenten wordt 'flink verhoogd'; er komt meer geld voor mantelzorgers; de WAO uitkering wordt verhoogd; lesgeven moet 'beter worden beloond'; het openbaar vervoer wordt gratis voor jongeren onder 12 jaar en voor ouderen boven 65 jaar: het kunstbudget gaat omhoog; het minimumjeugdloon wordt verhoogd; de huurtoeslag gaat omhoog.
Prachtig allemaal, maar ik lees uit programma nergens hoe het weer verdiend wordt. Maar dat is natuurlijk ook de bedoeling: Nederland mag niet te rijk worden want er moeten voldoende armen overblijven om de SP bij de volgende verkiezing opnieuw aan een overwinning te helpen.
Ik vraag me sterk af of al die SP stemmers het partijprogramma hebben gelezen.

11/15/2006

Benzakour's column

Afgelopen maandag wat ophef over een column van Mohammed Benzakour in de 'humanist'. Ik zag de uitzending van Pauw & Witteman waarin hij te gast was. Weer een staaltje, van een mug een olifant maken.
Wat is er aan de hand? Benzakour schreef een column naar aanleiding van het feit dat het CBS meldt dat het huwelijk op een naoorlogs dieptepunt is beland. Hij vindt dat niet verwonderlijk omdat in het Westen de verwachtingen omtrent een huwelijk veel te hoog gespannen zijn. Het huwelijk is een grotesk sprookje dat niet vol te houden is, vindt hij. Het kan alleen maar tegenvallen. Een constatering waar ik het helemaal mee eens ben en precies de reden waarom ik niet wil trouwen.
Benzakour schrijft dat die teleurstelling in geval van een Marokkaans huwelijk minder groot is, omdat men toch weinig verwachtingen heeft. Letterlijk schrijft hij: 'In Marokko daarentegen begint en eindigt het huwelijkse plezier bij de eerste-3-dagen-ceremonieel. Beide partijen weten dat. Drie dagen goed vreten, lachen, vliesjes doorprikken, beschonken danspartijen en veel geloei. Daarna begint het echte leven en dat leven is stukken onfeestelijker.'
Tot zover is er niets aan de hand. Maar dan komt het gedeelte waar Pauw & Witteman (en nog velen) verontwaardigd over zijn. Benzakour schrijft: '..doordat deze noden lang tevoren waren ingecalculeerd kan het huwelijk alleen nog maar meevallen - zelfs als er klappen vallen. Een Arabisch koffiehuisgezegde luidt immers: 'Geef elke avond je vrouw een lel, als jij niet wilt, wil zij het wel' - vrij naar rijm.' Verder schrijft hij ook nog dat vrouwen dat weten, daarop berekend zijn en zelfs dat mannen die dat niet slaan, als watjes worden beschouwd.
Wat is er mis met deze column? Ik zie het niet. Als Benzakour zou schrijven dat hij het toejuicht dat vrouwen geslagen worden door hun man, zou ik de verontwaardiging delen. Maar wat hij doet is op humoristische, en daardoor ook wel schrijnende wijze weergeven hoe het er in in sommige 'milieus' in Marokko aan toe gaat. Ik ken die wereld niet, maar het zal zo zijn. Het menselijk patroon dat je je aanpast en went aan wat gebruik is (hoe wreed ook), is van alle tijden.
Waarom zijn er dan mensen verontwaardigd?
Ik kan drie redenen verzinnen: 1 omdat ze niet goed lezen; 2 omdat ze graag verontwaardigd zijn, zeker als het moslims betreft; 3 omdat ze een uitzending moeten vullen.
Over het algemeen vind ik columns niks, maar deze vond ik echt goed: mooi opgebouwd, humoristische en met inhoud. Je kan hem vinden op www.pauwenwitteman.vara.nl.

11/08/2006

Stemmen

Ik geloof dat wat mensen stemmen vooral te maken heeft met wat van ze verwacht wordt dat ze gaan stemmen. Veel meer dan argumenten geldt voor stemgedrag of het sociaal aanvaardbaar is. De partij waar je op stemt is als de schoenen die je draagt; als de auto waarin je rijdt; als de televisiegids die bij je op de bank ligt. Je laat ermee zien wie je bent.
Om een voorbeeld te geven: in de tijd dat Fortuyn in opkomst was had ik met collega's en vrienden veel gesprekken over politiek en zonder uitzondering waren ze het op bijna alle vlakken met hem eens. Maar ze stemden allemaal Groenlinks.
Volgens mij zie je dat bij de stemwijzer nu ook: meerdere mensen in mijn omgeving zijn geschrokken van de uitkomst ervan (EenNL, CDA, Christenunie), maar ik weet zeker dat ze dat niet gaan stemmen.
Wat ik ga stemmen weet ik nog niet en als ik het wel wist zou ik het niet zeggen. Ik betrap me erop dat ik van schrijvers of zangers liever niet weet wat hun politieke voorkeur is. Zo heb ik genoten van Leon de Winter (Kaplan, God's Gym), maar sinds hij zich zo actief mengt in de discussie over het Midden Oosten vind ik zijn boeken steeds minder goed. Onzin natuurlijk, maar het overkomt me toch. Sowieso vind ik dat je beter kan blijven doen waar je goed in bent. Robert Long heeft in zijn begintijd een paar prachtige platen gemaakt (Levenslang, Vroeger of later). Maar na een aantal jaren (toen de verkopen daalden) ging ie ineens vreselijke commerciele televisie doen en begon ie rare dingen te roepen. Ik vond zijn oude platen steeds minder goed worden.
Dus ik zeg niet wat ik stem.
Wel wil ik hier kwijt dat ik Andre Rouvoet met afstand de beste politicus vind. Maar daar stem ik natuurlijk niet op.

Erik's studio

Vandaag leid ik je rond door Erik's geweldige studio waar we de hele dag nieuwe nummers hebben opgenomen. Hij ligt vlak naast een overslagbedrijf aan het Amsterdam-Rijnkanaal, vlakbij de Douwe Egberts fabriek die je ziet liggen (en ruikt) als je op de A-2 bij Utrecht rijdt. De drie ruimtes (control room, opnameruimte en relaxruimte) zijn gelegen in een oud bedrijfspand met een groot hek ervoor, omgeven door een enorme parkeerplaats waar voortdurend vrachtwagen laden en lossen. Het doet me een beetje denken aan een supermarkt in een klein plaatsje ergens in het binnenland van Amerika waar verder alleen een paar huizen, een kerk en een Super Seven staan: zo'n asfalteiland middenin het niets.
Binnen hangt de sfeer van een studentenkamer: zeil op de vloer; een paar oude kleden erop om het geluid te dempen; twee bruine skyleren bankstellen in de controlroom om relaxed te kunnen zitten als je luistert; een enorme, oude maar goedklinkende mengtafel; softschuim op de muren om het zo droog mogelijk te laten klinken; poster aan de muur van Keith Richard, lang voor z'n val uit een kokosboom; overal halflege kopjes koffie en veel pornoblaadjes voor Erik (dus met honderden kleine advertenties met plaatjes van geile recorders, microfoons, monitors, compressors, voorversterkers en dergelijke). In de opnameruimte is de verlichting schaars; er hangt een peertje; hier en daar zijn wat spotjes op een randje geklemd en in de hoek ligt tuinslang met kerstlichtjes. Er staan een mooie piano; een paar gitaren; microfoonstandaards en overal liggen kabels.
Via de opnameruimte kom je in de 'relaxruimte' waar wij tussen het opnemen door onze broodjes kaas eten en koffie uit een thermoskan drinken. Er staan een tafel; vijf kuipstoeltjes; een ijskast en nog een bruine skyleren bank. Op het witte aanrecht staat links een leeg afdruikrek en rechts de vuile afwas. Er zijn vijf koffiekopjes, drie vorken, twee lepels en er is een mes.
Kortom de ideale plek om je helemaal aan de muziek te wijden. Wat we gedaan hebben.

De eerste

Nu dan toch eindelijk: de eerste Umbgrove graaft om. Het heeft mij de afgelopen jaren steeds aan discipline ontbroken om dit wekelijks te doen, maar nu gaat het echt gebeuren. Echt.
Na de teleurstelling van het niet winnen van de Anton Wachter prijs overheerst gelukkig toch het goede gevoel dat ik ervoor genomineerd was. Zes debuten in twee jaar tijd komen ervoor in aanmerking, dus waar zeur ik over.
Inmiddels staat MODWZHM ook op de longlist van de LIBRA. Ik probeer uit alle macht daar niet aan te denken en vooral om me daar niet op te verheugen.
Afgelopen vrijdag een aantal nummers gezongen in mijn geboorteplaats Vught in verband met de uitreiking van de Vughtse culturele prijs en zei daar op het podium dat ik aan de Speeldoos (het plaatselijke theater) zulke goede herinneringen bewaar omdat ik daar voor het eerst op een echt podium stond (bij het schooltoneel). Het was zonder meer het hoogtepunt van mijn middelbare schooltijd.
In de pauze kwam mijn vroegere conrector annex regisseur naar me toe en samen hebben we herinneringen opgehaald. Hij was vroeger nogal links (zoals het hele lerarencorps, terwijl bij schaduwverkiezingen onder leerlingen op onze school de VVD altijd won); hij had een Herman van Veen coupe, dus kaal bovenop en links en rechts een soort gordijn van haar en ik herinnerde hem eraan dat in zijn werkkamer de beroemde PSP poster hing met de naakte vrouw die naast een koe staat (of een paard, daar wil ik af zijn). Hij ontkende alles. Ik weet niet of het door de leeftijd komt maar ik denk de laatste jaren met weemoed terug aan mijn geboorteplaats en dat was vroeger wel anders.
Vrijdag gaan Alberto, Stephan en ik verder met het opnemen van de nieuwe CD die, naar het zich laat aanzien, in januari uit gaat komen. Inderdaad, later dan ik dacht, zoals bijna alles wat ik plan later wordt. Geeft niet, als het maar gebeurt.